Deelname aan een verbonden partij is een manier om een gemeentelijk doel effectiever te bereiken in een ‘dynamisch’ speelveld van steeds meer samenwerkende (lagere) overheden. In het algemeen gaat de gemeente een relatie met een verbonden partij aan, omdat zij verwacht dat de verbonden partij dezelfde activiteiten effectiever en beter uitvoert. Daarnaast worden risico’s gespreid en gedeeld met andere deelnemers én ontstaat er een kwaliteitsvoordeel als de verbonden partij kennis in huis heeft die de gemeente zelf niet (meer) heeft. Ook ontstaat er vaak grotere effectiviteit en bestuurlijke slagkracht, waardoor nieuwe activiteiten sneller worden gerealiseerd. Tegelijkertijd kiest de gemeente er bij verbonden partijen bewust voor om zelf invloed te houden, omdat deze activiteiten te kwetsbaar zijn om volledig uit te besteden.
Op basis van deze uitgangspunten is een afwegingskader opgesteld voor het al dan niet aangaan van een samenwerking met nieuwe verbonden partijen. Het afwegingskader dient als beleidslijn, wanneer de vraag speelt of de gemeente een nieuwe financiële en bestuurlijke relatie aan zou moeten gaan of niet. Dit kader vormt een handreiking waarin het gemeentelijk beleid voor verbonden partijen een plaats kan krijgen. Het is geen digitaal instrument dat onafwendbaar tot een bepaalde keuze leidt. Een keuze voor het aangaan van een nieuwe financiële en bestuurlijke relatie is in alle gevallen een politiek-bestuurlijke keuze.
In de door de gemeenteraad vastgestelde Nota verbonden partijen (1 juli 2016) is het afwegingskader nader uitgewerkt en ook een nieuwe ‘governance’ voor verbonden partijen geformuleerd. De risico’s van de verbonden partijen die geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn voor de gemeente Krimpen aan den IJssel werden eerder in paragraaf B weerstandsvermogen en risicobeheersing toegelicht.
Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen
Per 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Met deze wetswijziging worden de mogelijkheden van volksvertegenwoordigers om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regelingen te versterken aangepast en uitgebreid. Ook wordt de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen zo’n samenwerkingsverband vergroot. Voorbeelden zijn het recht een zienswijze in te dienen (onder meer bij het treffen van een regeling en bij besluiten), het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor raadsleden en afspraken hoe om te gaan met burgerparticipatie. Ook krijgen volksvertegenwoordigers meer invloed op het functioneren van een regeling, bijvoorbeeld via verplichte afspraken over evaluatie van de regeling en de verplichting om afspraken te maken over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers.
Het deel van de wet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers gaat direct per 1 juli 2022 in. Voor het andere deel (verplichtingen om bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen, om zo scherpere afspraken te maken over bijvoorbeeld uittreding of evaluatie) geeft de wet een implementatieperiode van twee jaar.