Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gaat in op de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2023) is het beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze.

Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke activiteiten en veranderingen in wet- en regelgeving lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare middelen die, indien nodig, worden ingezet om tegenvallers op te vangen. De zogeheten weerstandscapaciteit.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft.

Bestuurlijke informatievoorziening

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Bestuurlijke informatievoorziening

In de belangrijkste planning en control-documenten (kadernota, begroting en jaarrekening) treft u altijd een geactualiseerd overzicht van de belangrijkste risico’s en een analyse van het weerstandsvermogen aan. Het betreft de hoofdlijnen van de risicobeheersing. Door de wetgever, de toezichthouder en de raad wordt in toenemende mate belang gehecht aan risicobeheersing.

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's

Risico inventarisatie jaarrekening 2025 (actuele risico's)
Gedurende het jaar krijgt risicobeheersing doorlopend aandacht. In het overzicht van de risico’s zijn de 10 grootste gewogen risico’s opgenomen, waaronder ook de verzamelde risico’s van de verbonden partijen.  De overige risico's hebben een lager gewogen effect en staan getotaliseerd opgenomen in de tabel. Deze risico's hebben direct gevolgen voor de financiën van onze gemeente. In deze jaarrekening betreft het een overzicht van de actuele risico’s, waarvoor op het moment van opstellen weerstandscapaciteit nodig is. Zo kan worden bepaald wat het actuele weerstandsvermogen is. Daarnaast hebben we enkele risico's die op dit moment nog niet gekwantificeerd kunnen worden naar een gewogen effect, zoals netcongestie.

Excel-tabel
Risico's Jaarrekening 2025
GEKWANTIFICEERDE RISICO'S
S / I
Max kosten bij gevolg
Kans op gevolg
Benodigde capaciteit
bedragen x 1.000
Beheersmaatregelen
Bestuur en veiligheid
Geen risico's in de Top 10
Ruimtelijk domein
1. MPG 2026. Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn meerdere risico's met mogelijke financiële consequenties gedefinieeerd en gewogen. Het aantal risico's is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet.
I
3.600
div.
1.243
Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per grondexploitatie geïnventariseerd.
2. Grote projecten Buitenruimte. Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met marktwerking bij aanbestedingen en tijdens de uitvoering van projecten. Ook de planning van projecten is een risico. We hebben gezien dat de prijzen en levertijden van allerlei grondstoffen en materialen stijgen. Het zijn inmiddels forse prijsstijgingen en de komende ontwikkeling is niet goed te voorzien.
I
3.000
10%
300
Monitoring en waar mogelijk anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering. De planning van projecten en noodzakelijk extra onderzoek vormt een risico.
3. Gevolgen recycletarief (reductie restafval en opbrengsten afvalstoffenheffing). Onderdeel van de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Cyclus
S
nb.
50%
300
De exacte gevolgen van de implementatie van het recycletarief per 1-1-26 zijn niet bekend. Het wordt in ieder geval lastig om vooraf op 100% kostendekking te sturen. In de tarieven voor 2026 hebben wij aannames moeten doen. Ook voor de daadwerkelijke inzameling en verwerking etc hebben wij aannames moeten doen. Deze zijn op basis van huidige inzichten en evaringen van andere gemeenten zo goed mogelijk ingeschat. Het risico is aangepast vanwege de onzekerheid wat betreft inkomsten afvalstoffenheffing, afvalwerwerkingskosten en het reduceren van de hoeveelheid restafval. De lagere afvalstoffenheffing in 2026 (conform amendement Uniform tarief en ingroeien afvalstoffenheffing 2026) geeft een groter risico.
Maatschappelijk Domein
Geen risico's in de Top 10
Sociaal Domein
4. Onvoorziene afwijkingen kosten bijstand. De inkomsten van de Specifieke uitkering BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) laat een grillig verloop zien. Het definitief budget BUIG 2025 is in de begroting verwerkt. Dat geldt ook het voorlopig budget voor 2026. Het nader voolopig budget en definitief budget kunnen sterk afwijken.
S
500
50%
250
Jaarlijks ontvangt de gemeente op 3 momenten een indicatie van het BUIG Budget van het Rijk. Een voorlopig budget, een nader voorlopig budget en een definitief budget. Het is gebruikelijk de opgave van het Rijk te volgen. De bedragen op deze 3 momenten in één begrotingsjaar fluctueren aanzienlijk en is mede afhankelijk van verschillende factoren. Daarom wordt als beheersmaatregel voorgesteld een risico te benoemen in de paragraaf weerstandvermogen.
5. Gevolgen van open einde regelingen irt stijgende vraag naar zorg. Er is (landelijk) sprake van een stijgende vraag naar zorg. Dit heeft effect op zowel de lokale als de regionale budgetten voor jeugdzorg en Wmo.
S
300
50%
150
Effecten van vergrijzing en de gevolgen van het abonnementstarief met betrekking tot vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen worden meegenomen in de reële raming van de begroting. Op basis van monitoring wordt bezien in hoeverre er sprake is van een toename in de zorgvraag. Een incidenteel effect kan hiermee worden opgevangen. Structurele verwerking moet plaatsvinden via een begrotingswijziging op een later moment.
Middelen
6.Korting SPUK's. Diverse specifieke uitkeringen worden de komende jaren overgeheveld naar het gemeentefonds, met een korting van 10%. Omdat in 2027 waarschijnlijk de Brede Fonds Uitkering wordt toegevoegd als mogelijkheid binnen het gemeentefonds is de verwachting dat de overhevelingen vooral vanaf 2027 plaatsvinden.
S
300
50%
150
De VNG is met het Rijk in gesprek over de uitwerking van dit voornemen en behartigt de belangen van de gemeenten.
7.Cyberaanval. Bij een cyberaanval worden de ICT systemen aangevallen en mogelijk uitgeschakeld.
S
4.000
10%
400
Penetratietesten door ingehuurde hackers, jaarlijks. Netwerk is opgedeeld in veel segmenten en gecompartimenteerd. Bewustzijnstrainingen voor medewerkers. Phisingmailcampagne.
8.Renteontwikkeling. De ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt heeft gevolgen voor de lasten van nog af te sluiten leningen. Vanwege het omvangrijke investeringsprogramma heeft dat forse impact wanneer leningen moeten worden afgesloten.
S
700
50%
350
Doorontwikkelen treasurybeleid en liquiditeitenprognose zodat tijdig ingespeeld kan worden op financieringsbehoefte en renteontwikkelingen. Afspraken maken met de BNG, de renteontwikkeling volgen en daarop anticiperen, waar mogelijk alternatieve financiering zoeken en het aantrekken van financiering benaderen als aanbesteding.
9. Waardering EMK-terrein. EMK-terrein is aangekocht van de Staat, maar de waardebepaling moet nog worden herzien. Als de herziening niet of onvolledig plaatsvindt blijft mogelijk een tekort over op de herontwikkeling van het terrein.
S
1.500
10%
150
We blijven het gesprek met het Rijk zoeken o.b.v. van de gesloten overeenkomst en businesscase.
10. Energielasten. Door de politieke onrust in de wereld bestaat het risico dat de energielasten gaan stijgen.
S
800
25%
200
Afspraken maken met de energieleverancier.
Verbonden partijen
Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).
S
Overige risico's
Risico's die niet binnen de top 10 vallen.
I
14.008
1.325
TOTAAL
28.708
4.818

Terugblik risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Terugblik risico's

Met het vaststellen van de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is afgesproken om bij de jaarrekening ook een terugblik te doen op de risico top 10 zoals opgenomen in de begroting, in dit geval dus de begroting 2025. 

GEKWANTIFICEERDE RISICO'S
S / I
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Jaarrekening 2025
Bestuur en Veiligheid
Geen risico's in de top 10
Ruimtelijk domein
1. MPG2024 Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn meerdere risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gewogen. Het aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een vervolgfase is gekomen. Doordat beter zicht is gekomen op de uitvoering kunnen de risico's ook beter worden ingeschat en kunnen gerichte beheersmaatregelen worden ingezet.
I
1.116
1.243
De som van alle gewogen projectinhoudelijke risico’s bedraagt nu afgerond € 1,24 miljoen. De toename betreft uitsluitend projecten in de groene fase, waarvoor nog geen verplichtingen zijn aangegaan en plannen nog kunnen worden aangepast. Er is dus nog alle ruimte om bij te sturen. De risico’s op gele en rode projecten zijn in omvang gedaald.
2. Grote projecten Buitenruimte Kosten kunnen aanzienlijk oplopen in verband met marktwerking bij aanbestedingen en tijdens de uitvoering van projecten. Ook de planning van projecten is een risico. We hebben gezien dat de prijzen en levertijden van allerlei grondstoffen en materialen stijgen. Het zijn inmiddels forse prijsstijgingen en de komende ontwikkeling is niet goed te voorzien.
I
750
300
Dit is een blijvend risico. Monitoring en waar mogelijk anticiperen bij opstellen meerjarenplanning herstraten en riolering.
Maatschappelijk domein
Geen risico's in de top 10
Sociaal domein
3. Kosten bijstand De inkomsten van de Specifieke uitkering BUIG (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten) laat een grillig verloop zien. Mogelijk wijkt het definitief budget voor 2024 sterk af van het voorlopig budget BUIG en nader voorlopig budget BUIG. Dat geldt ook het voorlopig budget voor 2025. De beschikking ontvangen wij te laat om nog in de begroting 2025 te verwerken. Daarnaast hebben wij nog een taakstelling in de begroting verwerkt van 160.000 in 2024 en 235.000 vanaf 2025, waarvan de effecten nog in kaart moeten worden gebracht.
I
250
De taakstelling die in de begroting voor 2025 is opgenomen is niet gerealiseerd en gedurende het jaar afgeraamd. De beoogde besparingen op het bijstandsvolume zijn achtergebleven bij de ramingen, waardoor de lasten hoger zijn uitgekomen dan begroot. Deze combinatie van late duidelijkheid over de buig middelen en het niet realiseren van de taakstelling heeft ertoe geleid dat het risico zich in 2025 (gedeeltelijk) heeft gemanifesteerd. Dit is een blijvend risico, vanwege het ontbreken van invloed op (veranderingen in) het BUIG-budget.
4. Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond Er wordt vanaf 2025 in onze begroting structureel rekening gehouden met een taakstelling van totaal € 425.000 op jeugdzorg. In relatie tot de stijging van de bijdrage aan de GRJR hebben wij vanaf 2025 een stelpost van 50% (€ 425.000) opgenomen voor verwachte kostendaling en/of compensatie van het Rijk.
I
213
De maatregelen op de jeugdhulp op zowel lokaal als regionaal niveau hebben ervoor gezorgd dat de taakstelling op jeugdhulp van € 425.000, vastgesteld in de Begroting 2024 vanaf de jaarschijf 2025, is behaald. In de begrotingswijziging van april 2025 is de begroting hier structureel op aangepast.
5. Open einde regelingen irt stijgende vraag naar zorg Er is (landelijk) sprake van een stijgende vraag naar zorg. Dit heeft effect op zowel de lokale als de regionale budgetten voor jeugdzorg en Wmo.
S
200
150
Tussentijds is de begroting via begrotingswijzigingen aangepast aan alle ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg en Wmo.
6. Voorschot mandaatgemeente Rotterdam m.b.t. Nieuwe Specifieke uitkering Integraal Zorgakkoord De gemeente Rotterdam heeft als mandaatgemeente voor onze regio een specifieke uitkering integraal Zorgakkoord ontvangen. Op basis van het vastgestelde regioplan hebben wij een voorschot ontvangen in 2023 van 1,2 miljoen. Wij verantwoorden in onze jaarrekening 2023 de bestedingen. Vervolgens neemt de mandaatgemeente Rotterdam in haar SISA-verklaring bij de jaarrekening 2024 onze bestedingen 2023 mee in de verantwoording. Een accountantstoets op onze bestedingen moet nog plaatsvinden. Daarnaast vindt de vaststelling over 2023 door het Rijk pas plaats op basis van de SISA-verantwoording van de mandaatgemeente in 2024. Het risico bestaat dat we een deel van het voorschot moeten terugbetalen.
S
300
De SISA-verantwoording van de specifieke uitkering IZA 2023 voor onze gemeente, is inmiddels in de SISA-verantwoording 2024 van Rotterdam verwerkt (loopt een jaar achter). Wij hebben geen bericht ontvangen van Rotterdam over een eventuele terugbetaling bij haar vaststelling van 2024. Hiermee komt het risico wat wij hebben opgenomen in 2023 te vervallen.
Middelen
7. Cyberaanval Bij een cyberaanval worden de ICT systemen aangevallen en mogelijk uitgeschakeld.
S
400
400
Er hebben in 2025 geen grootschalige cyberaanvallen plaatsgevonden. Risico blijft bestaan.
8. Cao gemeenten Onduidelijk is welke effecten de CAO onderhandelingen voor de cao per 31 maart 2025 hebben voor de gemeente. Denk aan de gevolgen voor de loonkosten, alsook kosten voor hybride werken en duurzaam verplaatsen.
S
225
De salarisverhoging in de CAO Gemeenten 2025-2027 is een gefaseerde stijging, met specifieke verhogingen in 2025: 2% per 1 april 2025 en 1,85% per 1 oktober 2025. Dit risico komt te vervallen. Vanaf 2027 is opnieuw sprake van een risico vanwege een nieuwe cao-periode.
9. Tijdelijk karakter Specifieke Uitkeringen (SPUK's) Diverse specifieke uitkeringen hebben een tijdelijk karakter, terwijl er structurele uitgaven mee gedekt worden. In de meerjarenraming wordt uitgegaan van voortzetting van de regelingen. Als het Rijk besluit ermee te stoppen of te minderen leidt dit tot tekorten.
S
200
Voor de meeste tijdelijke SPUK’s is de voortzetting nog onduidelijk. Uitzondering zijn de CDOKE middelen die het Kabinet Jetten wil verlengen tot 2041. Dit risico blijft voorlopig nog bestaan.
10. Renteontwikkeling De ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt heeft gevolgen voor de lasten van nog af te sluiten leningen. Vanwege het omvangrijke investeringsprogramma heeft dat forse impact wanneer leningen moeten worden afgesloten.
S
495
350
In 2025 zijn er geen nieuwe leningen afgesloten, waardoor het risico zich in 2025 niet heeft voorgedaan. De omvang van de benodigde leningen in de komende jaren is na actualisatie van de liquiditeitsprognose circa 25% lager dan waar in dit risico rekening mee was gehouden. Het risico blijft wel bestaan.
Risico's verbonden partijen
Risico's die geheel of gedeeltelijk afgewend kunnen worden op de gemeente (verbonden partijen).
I
-
-

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen:

•  reserves (eigen vermogen)
•  onbenutte belastingcapaciteit
•  onvoorzien

Reserves
Van de reserves worden de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de algemene reserve begrotingstekorten, de vrije reserve en de bestemmingsreserves tot de weerstandscapaciteit gerekend. Van de bestemmingsreserves wordt met name het deel dat verband houdt met benoemde risico’s of nog vrij besteedbaar is meegeteld. Dat wil zeggen dat de benodigde reservemiddelen voor reeds genomen besluiten in principe niet meetellen voor de weerstandscapaciteit.

De algemene reserve heeft als hoofdfunctie het vormen van een buffer vanwege risico’s. In de Nota Reserves en Voorzieningen (raad 30 maart 2023) is vastgelegd dat de algemene reserve een omvang heeft tussen 5% en 10% van het begrotingsvolume. Wanneer het saldo meer dan 10% is, wordt het meerdere naar de vrije reserve overgeheveld. De vrije reserve wordt omgekeerd ook aangesproken wanneer de algemene reserve door de bodem (5%) zakt.

Per 31 december 2025 bedraagt de algemene reserve € 8,3 miljoen en valt daarmee binnen de bandbreedte.

Wanneer bestemmingsreserves een rechtstreekse relatie met benoemde risico’s hebben worden deze reserves eveneens meegeteld als weerstandsvermogen.

Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente, te weten de OZB, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges (voor zover deze niet al ‘maximaal’ of kostendekkend zijn).

De Onroerend Zaakbelasting is in Krimpen niet gemaximeerd en biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van de raad en het college is echter dat lastenstijging voor de burger zoveel mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de onbenutte belastingcapaciteit vanwege de OZB op € 0 gesteld. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn in Krimpen aan den IJssel 100% kostendekkend. Op deze heffingen is dus geen sprake van onbenutte ruimte.

De onderdekking op de totale leges die de gemeente in rekening brengt is niet eenvoudig in beeld te brengen. Het legespakket is zeer divers en er is nauwelijks op de opbrengsten te sturen. Ook voor dit onderdeel wordt daarom geen onbenutte ruimte meegerekend. Evenmin gebeurt dat voor de begraafrechten, de markt- en havengelden. In de paragraaf lokale heffingen wordt op de kostentoerekening en kostendekkendheid van tarieven ingegaan.

Post onvoorziene lasten en saldo begroting
In de begroting wordt een verplichte post voor onvoorziene lasten opgenomen. De omvang van deze post bedraagt €0, conform de Financiële Verordening (artikel 4.2). Het saldo van het jaar 2025 maakt eveneens onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. 

Berekening weerstandscapaciteit
Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld:

Weerstandscapaciteit
2025
Reserves
Algemene reserve – algemene dienst
8.266
Algemene reserve – grondexploitatie
4.639
Algemene reserve – begrotingstekorten
7.000
Vrije reserve (vrij besteedbaar deel)
329
Subtotaal
20.234
Onbenutte belastingcapaciteit
OZB
pm
Rioolrechten
Afvalstoffenheffing
Leges en andere heffingen
pm
Subtotaal
Onvoorzien en saldo
Onvoorzien
Saldo rekening 2025
6.512
Saldo begroting 2026
-159
Subtotaal
6.353
Totale weerstandscapaciteit
26.586

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

Voor de bepaling van het weerstandsvermogen zetten we het totaal aan beschikbare vrije middelen af tegen het totaal aan gekwantificeerde risico’s.

Daarmee is het weerstandsvermogen met 5,52 uitstekend. Bij de begroting 2025 bedroeg de ratio 3,76 en bij de begroting 2026 was deze 4,72. De stijging van de ratio, in vergelijking met de begroting 2025 en 2026, komt voornamelijk door de toevoeging van het rekening resultaat 2025 aan de weerstandscapaciteit.

Volgens de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is een ratio van minimaal 1,0 acceptabel. Daar zit het nu berekende weerstandsvermogen dus fors boven. De kaders van de algemene reserve:
- Ondergrens is 5% omvang lasten begroting (2026) = 5,8 mln. (of als weerstandsratio onder 1,0 komt)
- Bovengrens is 10% omvang lasten begroting (2026) = 11,6 mln.

De stand van de algemene reserve valt met 8,3 mln. binnen deze kaders, er is geen storting naar of onttrekking aan de vrije reserve nodig.

Berekening weerstandsvermogen
2025
Beschikbare weerstandscapaciteit
26.586
Benodigde weerstandscapaciteit
4.818
Weerstandsvermogen
5,52

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen

In planning- en controldocumenten wordt altijd aandacht besteed aan de financiële positie. De verplichte paragrafen spelen daarbij een belangrijke rol. Bij de beoordeling van de financiële positie wordt met de set verplichte kengetallen het inzicht in de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd.
De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken.
Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de) kengetallen, een tabel met meerjarige uitkomsten en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie.

Netto schuldquote
Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als aandeel van de totale baten in een jaar. De quote geeft zo een indicatie van de druk vanwege rente en aflossing op de begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent, wordt dit kengetal ook berekend zonder correctie voor verstrekte leningen. 
Berekeningswijze:

Een hogere schuldquote betekent dat een groter deel van de inkomsten nodig is voor rente en aflossing, waardoor minder ruimte overblijft voor beleidsuitgaven.

Solvabiliteitsratio
Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid.
Berekeningswijze:

Een hogere ratio betekent dat een groter deel van de activa is gefinancierd met eigen middelen in plaats van met vreemd vermogen. Dit vergroot de financiële weerbaarheid.

Grondexploitatie
De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de grondposities achterblijft.
Berekeningswijze:

Een hoge ratio betekent dat een relatief groot deel van de begroting afhankelijk is van grondontwikkeling. Bij tegenvallende marktontwikkelingen kan dit een risico vormen voor de financiële positie.

Structurele exploitatieruimte
De begroting dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele baten. De indicator structurele begrotingsruimte drukt het structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst dient uiteraard positief te zijn en geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft.
Berekeningswijze:

Een hoge ratio betekent dat een relatief groot deel van de begroting afhankelijk is van grondontwikkeling. Bij tegenvallende marktontwikkelingen kan dit een risico vormen voor de financiële positie.

Belastingcapaciteit
Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken. Dit geeft dus ook een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel.
Berekeningswijze:

Een score boven de 100% betekent dat de lokale woonlasten hoger zijn dan gemiddeld in Nederland; een score onder de 100% betekent dat de lasten lager zijn.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1.a Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%
1.b Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden < 90% 90 - 130% > 130%

2. Solvabiliteitsratio

> 50% 20 - 50% < 20%
3. Grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte > 0,2% 0 - 0,2% < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

Hierbij geldt dat Categorie A het minst risicovol is en Categorie C het meest. Daarbij is van belang dat de kengetallen vooral in samenhang met elkaar moeten worden beoordeeld.

Duiding uitkomsten kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Duiding uitkomsten kengetallen

In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begroting 2025 is uitgegaan van balansstanden per 1-1 van het betreffende jaar. Voor de jaarrekening 2025 is gebruik gemaakt van de balansstanden per 31-12-2025. In de tabel zijn de kleuren gebruikt uit de tabel met signaleringswaarden.

Kengetallen Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Netto schuldquote 27,21% 68,11% 28,02%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 15,34% 56,89% 13,17%
Solvabiliteitsratio 44,91% 38,70% 45,78%
Grondexploitatie 0,78% 7,13% 0,84%
Structurele exploitatieruimte 3,00% 1,35% 5,37%
Belastingcapaciteit 115,86% 119,03% 115,09%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle leningen)

Netto schuldquote = (68.880 - 37.125) / 113.320 x 100% = 28,02%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen = (68.880 - 53.957) / 113.320 x 100% = 13,17% 

De netto schuldquote is flink lager dan bij de begroting 2025, maar in lijn met de rekening 2024. De belangrijkste oorzaak is dat er in 2025 sprake is geweest van een veel gunstigere cash flow dan verwacht en er hierdoor ook geen nieuwe leningen in 2025 zijn afgesloten. De verwachting blijft dat de schuldquote de komende jaren zal stijgen door het aantrekken van nieuwe leningen, die nodig zijn vanwege het investeringsprogramma.

Solvabiliteitsratio

Solvabiliteitsratio = 73.058 / 159.590 x 100% = 45,78% 

De solvabiliteit is nog steeds goed mede door de positieve rekeningresultaten. Door de inzet van reserves zal de solvabiliteit de komende jaren waarschijnlijk dalen.

Grondexploitatie

Grondexploitatie = 948 / 113.320 x 100% = 0,84%

De grondexploitatie quote is licht toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door de opbrengsten voor Werf aan den IJssel en de activering van lasten voor project KOAG-Driekamp. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het MeerjarenPerspectief Grondexploitaties geanalyseerd en toegelicht.

Structurele exploitatieruimte

Structurele exploitatieruimte = (104.921-98.836) / 113.320 x 100% = 5,37%

Voor de jaarrekening in 2025 is de structurele exploitatieruimte opnieuw positief. De voornaamste oorzaak voor het positieve resultaat is dat er hogere ontvangsten zijn vanuit het gemeentefonds, bij de mei- en septembercirculaire. Daarnaast is het saldo van de incidentele lasten en baten een stuk lager dan bij de jaarrekening 2024.

Belastingcapaciteit

Belastingcapaciteit = 1.144 / 994 x 100% = 115,09%

Het kengetal belastingcapaciteit is in 2025 licht afgenomen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de beperkte ontwikkeling van de onroerende zaak belasting. Zie hiervoor in paragraaf A Lokale heffingen de lastendruk van verschillende situaties van huishoudens. De lokale lastendruk blijft echter onverminderd hoog en wordt vooral veroorzaakt door de afvalstoffen- en rioolheffing.

Conclusie kengetallen
De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten.

Het totaalbeeld van 2025 is dat de waarden van kengetallen ten opzichte van 2024 niet ingrijpend zijn gewijzigd. Ten opzichte van de begroting 2025 zijn de uitkomsten overwegend positiever. Dat komt vooral door financiële meevallers (algemene uitkering) en achterblijvende investeringen. Krimpen aan den IJssel heeft op basis van de kengetallen in deze jaarstukken een gezonde financiële positie, met lage schulden, positieve rekeningresultaten en voldoende reserves. Op de grondposities wordt relatief weinig risico gelopen. Daar staat tegenover dat belastingverhoging als middel om structurele tekorten verder terug te dringen maar zeer beperkt inzetbaar is.