In de berekeningen van de kengetallen wordt er gebruik gemaakt van balansstanden. Voor de begrotingsjaren wordt er uitgegaan van balansstanden per 1 januari van het betreffende jaar. Voor de begroting t-1 (2024) wordt er uitgegaan van de gegevens uit de primaire begroting.
Netto schuldquote
Door de omvangrijke investeringen die de komende jaren gepland zijn, is er vanaf 2025 sprake van een sterk oplopende schuldquote. Door een toename van de omvang van de schulden in de komende jaren, stijgt de schuldquote door tot boven de 130% in 2028. Dit is een onwenselijke situatie, die de wendbaarheid van de gemeentefinanciën ernstig beperkt.
Solvabiliteitsratio
De quote voor de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen daalt na 2025, omdat de omvang van de vaste schuld toeneemt.
De solvabiliteit daalt de komende jaren flink doordat het vreemd vermogen stijgt vanwege het aantrekken van leningen.
Grondexploitatie
De komende jaren wordt in Krimpen aan diverse ruimtelijke ontwikkelingen gewerkt en dat heeft gevolgen voor de grondexploitatiequote. Toch is sprake van een bescheiden percentage en een overzichtelijke projectenportefeuille. Uit de quote kan worden afgeleid dat de gemeente weinig risico loopt op de grondposities. De prognoses en risico’s van de grondexploitaties zijn in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) geanalyseerd en toegelicht. Overigens kan deze quote door het in uitvoering nemen van nieuwe ruimtelijke projecten, die nu nog in de initiatieffase verkeren, worden beïnvloed.
Structurele exploitatieruimte
In 2025 is nog sprake van positieve structurele exploitatieruimte. Vanwege de terugvallende rijksmiddelen vanaf 2026 is niet alleen het saldo van die jaren negatief, maar ook de structurele exploitatieruimte. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, waaruit blijkt hoe afhankelijk de gemeente van het Rijk is.
Belastingcapaciteit
De gemeentelijke belastingcapaciteit is hoog, wat wil zeggen dat de tarieven boven het landelijk gemiddelde liggen. De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn kostendekkend, waardoor er geen ruimte meer is om de tarieven te verhogen.
Conclusie
De samenhang en ontwikkeling van de kengetallen zeggen meer dan de absolute uitkomsten.
De ontwikkeling van de kengetallen is op veel punten negatief en vormt mede het kader voor de ombuigingsopgave.
De negatieve exploitatieruimte is het meest concreet. Dit betreft de verwachte begrotingstekorten vanaf 2026, die voor een groot deel zijn terug te voeren op het ravijn en de terugval in inkomsten uit Rijksmiddelen. Dat is daarmee de belangrijkste reden om een traject te starten waarmee ingrijpende keuzes worden voorbereid.
De stijging van de netto schuldquote tot rode waarden in 2028 en de verslechtering van de solvabiliteit hebben vooral een relatie met de investeringsopgave en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte. Dit zegt iets over de wendbaarheid en weerbaarheid van de gemeentefinanciën. De dalende solvabiliteit duidt op een verminderd vermogen om tegenvallers op te vangen (weerbaarheid). De groeiende leningenportefeuille (netto schuldquote) leidt de komende jaren tot hoge rentelasten en daardoor minder wendbaarheid.
De investeringsopgave brengt daarnaast ook hoge afschrijvingslasten met zich mee, wat eveneens beperkend werkt op de flexibiliteit van de begroting. Immers: eenmaal afgesloten leningen (rente) en uitgevoerde investeringen (afschrijvingen) kunnen niet meer worden teruggedraaid en daarop bezuinigen is feitelijk onmogelijk. Deze elementen zijn belangrijk om mee te nemen bij het maken van keuzes om te komen tot herstel van een stabiele financiële positie.
De ontwikkeling van de financiële kengetallen bevestigt de noodzaak om te komen tot ingrijpende ombuigingen en tempering van de investeringsplannen.