Bestuurlijke inleiding

Financiële inleiding

Terug naar navigatie - Financiële inleiding

We naderen het ravijn, maar de begroting 2025 is nog sluitend  

Afgelopen maanden is gebleken dat gemeenten – in ieder geval op korte termijn – geen hulp van het rijk mogen verwachten bij het oplossen van hun financiële tekorten. In de septembercirculaire werd weliswaar de eerder opgelegde besparing op de jeugdzorg teruggedraaid en compensatie voor het effect van vergrijzing voor de Wmo opgenomen. Daarmee is echter niets gedaan aan de korting die het ravijn veroorzaakt. Daar komt bij dat de nieuwe financieringssystematiek structureel uitgaat van lagere percentages dan nodig is om de inflatie te compenseren.  

Deze realiteit met betrekking tot de financiering van gemeenten doet niets af aan ons standpunt dat het Rijk verantwoordelijk is en blijft voor voldoende bekostiging van taken die zij bij de lokale overheid neerlegt. Via de VNG zullen wij dat ook blijven bepleiten. 



We bereiden ons zoals afgesproken voor op de te maken keuzes
Ondertussen gaan wij ons voorbereiden op het maken van keuzes die nodig zijn om de tekorten op te lossen. Zoals in de kadernota aangekondigd, richten wij ons daarbij op een volledig sluitende begroting met structureel evenwicht in het jaar 2029. In de tussenliggende jaren is sprake van een ingroeipad. Daarbij wordt een steeds groter deel van het tekort gedekt met structurele maatregelen. Het restant komt uit de daarvoor gevormde reserve begrotingstekorten.

We hebben de eerste besparingen ingeboekt
In de afgelopen maanden hebben wij al een aantal bezuinigingen kunnen inboeken. Met name door een meer realistische planning van investeringen en benodigde financiering, het aanpassen van afschrijvingstermijnen en extra rentebaten. Bovendien is alle ‘lucht’ uit de ramingen gehaald en is op basis van realisatiecijfers waar mogelijk budget aangepast. Daarmee is het zogenaamde ‘laaghangend fruit’ geplukt en resteert een begroting die gebaseerd is op wat echt nodig is om het vastgestelde beleid en de wettelijke (medebewinds)taken uit te voeren. 

We zetten maximaal in op behoud en vervanging van onze kapitaalgoederen
De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft een grote investeringsopgave, die vooral gericht is op behoud van (maatschappelijke) voorzieningen en vervangingen in de openbare ruimte. We gebruiken de tijdelijke begrotingsruimte vanwege uitgestelde vervangingen voor onderzoeks- en voorbereidingskosten in de voorbereiding van (grote) investeringen. In de kadernota 2025 werd een stelpost voor deze zogenaamde "vrijval" van afschrijvingslasten opgenomen.

Onze speerpunten voor 2025 (en verder)

Terug naar navigatie - Onze speerpunten voor 2025 (en verder)


Kompas en koers voor Krimpen aan den IJssel
We gaan een bijzonder jaar tegemoet. Meteen in het eerste kwartaal willen wij uw raad een nieuw visiedocument voor het sociaal domein voorleggen dat – niet alleen binnen dat domein – als kompas kan fungeren om mee te bewegen met de veranderingen in de samenleving. Daarbij is het vooral van belang dat we bij de toekenning van individuele voorzieningen scherper aan de wind gaan varen.  

Maatschappelijke ondersteuning en individuele hulp zijn schaarse en dure goederen. Daarom vinden wij dat wij zo'n individuele voorziening niet langer dan strikt noodzakelijk moeten leveren. We willen dat inwoners niet of zo min mogelijk afhankelijk zijn van zorg. Inwoners willen wij vooral in staat stellen om zo veel mogelijk en zo lang mogelijk zaken zelf (weer) op te pakken.

Ook de gespreksagenda voor het gesprek over de (ruimtelijke) toekomst van Krimpen aan den IJssel is in concept gereed. Onze gemeente kent een lange geschiedenis van bijna 750 jaar. Eeuwenlang was het een kleine agrarische gemeenschap in de 'krimp’ van Hollandsche IJssel en Lek. Later werkten Krimpenaren ook veel in steenbakkerijen en op scheepswerven.

Na 1958, toen de Algerabrug was geopend, hebben we een enorme groeispurt doorgemaakt. Onze 9 vierkante kilometer hebben we in 'golven’ ontwikkeld met – vooral – woonbuurten en bijbehorende voorzieningen. In de Stormpolder zitten een groot aantal (maritieme maak)bedrijven, maar relatief gezien kent onze gemeente weinig werkgelegenheid.

Grote delen van onze gemeente zijn nu verouderd. En tegelijk spelen veel nieuwe opgaven. De vraag naar woningen is onverminderd groot, we moeten inspelen op de energietransitie en de klimaatverandering en onze inwoners worden steeds ouder. Ook de economie verandert en dat heeft invloed op bedrijven en winkels.

Daarom willen we in 2025 de koers van Krimpen aan den IJssel naar 2040 gaan bepalen. Die koers, vastgelegd in een Omgevingsvisie, willen wij laten aansluiten op onze geschiedenis, inwoners en bedrijven: 

  • Een verleden, heden en toekomst met water
  • Goed wonen tussen metropool en Groene Hart
  • Krimpen: een gezonde gemeente

Onze inzet is een praktische Omgevingsvisie die concrete antwoorden geeft op de opgaven waar we samen mee aan de slag moeten gaan. En dat in de wetenschap dat we een financieel ravijn naderen....

Samen aan de slag
Meer dan ooit is het van belang om inwoners, ondernemers en organisaties (hierna: inwoners) te laten meedenken en doen met het maken van beleid, plannen en concrete projecten. Daarom willen we in 2025 nieuw participatiebeleid laten vaststellen.  

Hierin willen we vastleggen hoe inwoners kunnen meedenken en meewerken aan plannen en beleid die door ons als gemeente of door andere overheden (bijvoorbeeld Hoogheemraadschap) of organisaties (bijvoorbeeld QuaWonen) worden ontwikkeld. Dat noemen we 'burgerparticipatie'.

Krimpen ontmoet!
Maar we willen als gemeente ook graag meedenken met initiatieven van inwoners. Dat noemen we ‘overheidsparticipatie’. We hebben in dit verband hoge verwachtingen van ons fonds ‘Krimpen ontmoet!’. Het is bedoeld om nieuwe ontmoetingsplekken en -momenten te creëren voor onze inwoners.  

Met het fonds willen we initiatieven van inwoners ondersteunen die zorgen voor een sterkere verbinding tussen de Krimpenaren. Vanuit het fonds ‘Krimpen ontmoet!’ krijgen deze initiatieven financiële ondersteuning. Dit kunnen initiatieven zijn die in de openbare ruimte of binnen openbare gebouwen plaatsvinden.

Inwoners uitnodigen om mee te denken met bezuinigingen
Zoals gezegd lopen er op dit moment 2 grote visietrajecten. Aan de ene kant de voorbereiding voor een nieuw beleidsplan sociaal domein voor de periode 2024-2030. Aan de andere kant de voorbereiding van de omgevingsvisie. Bij beide trajecten wordt een actief participatietraject met inwoners vormgegeven.  

Ook voor de aanpak van het financieel ravijn starten wij een breed participatietraject waarbij wij met de samenleving in gesprek gaan. Zo kunnen inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers aangeven wat zij belangrijk vinden. Waar het mogelijk is, gaan we de vragen die we aan inwoners in dit traject stellen combineren met de vragen die we in het kader van het beleidsplan sociaal domein en de omgevingsvisie stellen. 

Sociaal domein
Het sociaal domein is vanuit financieel oogpunt al jaren een dynamisch werkveld. Het beslaat bovendien zo’n 40% van de lasten binnen onze begroting. Aan individuele hulp alleen geven we op jaarbasis ruim €36 miljoen uit.

Toename van vraag door vergrijzing, toename van jeugdproblematiek en onzekerheden in financiering vanuit het Rijk zijn de belangrijkste ingrediënten voor deze dynamiek. Dit was al een grote uitdaging maar door de financiële positie voor de komende jaren zal deze alleen maar groter worden.  

Uitgangspunt daarbij blijft wat ons betreft wel dat we de juiste dingen voor inwoners blijven doen. In de wetenschap dat onze sociale structuur kwetsbaar is en moeilijk te beïnvloeden. 



Zoals hiervoor al aangegeven staat 2025 primair in het teken van het opstellen van een nieuw beleidsplan voor de jaren 2024-2030. Belangrijke inhoudelijke thema's voor 2025 zijn jeugd en gezondheid.

Jeugd: andere manier van denken en doen
Er zijn veel landelijke, regionale en lokale opgaven die zijn weerslag hebben in het Sociaal Domein.  Landelijk zijn afspraken gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. Regionaal is een ‘regionale opdracht kostenbeheersing jeugd’ opgesteld. En lokaal wordt gewerkt aan kostenbeheersmaatregelen bestaande uit de vertaalslag van de regionale maatregelen en het beperken van de reikwijdte.  

Inhoudelijk zien we dat er een andere manier van denken nodig is binnen het sociaal domein. Dit vraagt ook om een gedragsverandering bij ouders, opvoeders, maar ook bij de professionals. Gedragsverandering gaat niet vanzelf en kost tijd. Het laten slagen van alle opgaven vraagt om een goed werkende toegang en een sterk lokaal team.  

Een van de opgaven in het Sociaal Domein, die als rode draad over al door heen loopt, is dan ook het versterken van ons lokaal team. De VNG heeft recentelijk een richtinggevend kader voor een stevig lokaal team én een leidraad werken aan veiligheid gepubliceerd.  

Het Toekomstscenario Kinder- en Gezinsbescherming gaat ook uit van deze leidraad.  Het lokaal team heeft niet alleen de functie van het signaleren en bespreekbaar maken van onveiligheid en het handelen hierop, maar ook een netwerkfunctie. Het lokaal team draagt niet over maar zet (jeugd)hulp in en schakelen waar nodig (veiligheids)expertise in.

Om de opgaven, inclusief beheersmaatregelen, goed uit te kunnen voeren is extra capaciteit nodig om het Krimpens lokaal team te versterken. Alleen met voldoende tijd en ruimte kunnen professionals de omslag in denken en doen eigen maken.

Uitvoering van deze opgaven zal zorgen voor een verzwaring van de taken binnen het sociaal domein, maar moet leiden tot een efficiëntere en effectievere inzet van hulp en het versterken van de eigen kracht van de jeugdigen en hun netwerk. 

  • De uitvoerend medewerkers ondersteunen en scholen in nieuwe werkwijzen.
  • Intensieve casusregie versterken (Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming)
  • Scherper indiceren, richting ouders en zorgaanbieders, zal zorgen voor:
    • Intensiever toetsen van de kwaliteit en effectiviteit van zorgtoewijzingen
    • Behandelen van een te verwachten toenemend aantal klachten en bezwaren vanwege afwijzingen 
  • Contractmanagement intensiveren

Gezond Krimpen: investeren in veerkracht, eigen regie en aanpassingsvermogen
Wij omarmen het gedachtegoed 'Positieve Gezondheid’. Dat is een benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf.

 

Wij bevorderen de gezondheid van de Krimpense inwoners door extra inzet en maatregelen. Hierbij maken we gebruik van de specifieke middelen in het kader van het ‘Gezond en Actief Leven Akkoord’ (GALA).  Om tot een samenhangende aanpak te komen investeren we in 2024 en 2025 in een brede aanpak op gezondheid met onder andere de aanpak dementie, terugdringen van gezondheidsachterstanden, versterken fysieke zelfredzaamheid ouderen en welzijn op recept.   

Investeringsagenda voor 2025 (en verder)  
Het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’ laat zich ook ruimtelijk vertalen: 

Onze gemeente beheert openbare ruimte en gebouwen waar inwoners wonen, werken en recreëren. Hierdoor beschikken we over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, sport- en speelvoorzieningen, water en groen.  

De komende jaren heeft onze gemeente een ambitieuze investeringsopgave. Dit betreft vooral vervangingsinvesteringen en intensiveringen, maar ook de uitvoering van nieuw beleid waartoe al eerder is besloten. De grootte van de opgave heeft vooral te maken met drie specifieke kenmerken van onze gemeente: 

De uitgangspunten voor deze investeringsopgave zijn vastgelegd in: 

  • het Integraal Huisvestingsplan onderwijs en binnensport
  • het Strategisch Huisvestingsplan 
  • de Meerjarenplanning openbare ruimte
  • het Uitvoeringsprogramma speelruimte (inclusief update)

De dekking voor deze investeringen is al grotendeels in de begroting en meerjarenraming opgenomen. 

Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport
In 2019 hebben wij voor het eerst een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld. In 2023 is dat plan geactualiseerd. Het IHP 2023-2027 bevat de meerjarenplanning voor de vernieuwing van alle scholen in onze gemeente. Wij combineren die planning met de ruimte die in onze gemeente voor kinderopvang en binnensport nodig is. 

In 2025 werken wij verder aan de volgende projecten: 

  • Nieuwbouw Octaaf met kinderopvang en een gymzaal (1 zaaldeel) op de huidige locatie van het Octaaf/Mozaïek
  • Nieuwbouw van het Mozaïek met kinderopvang en nieuwbouw van de Groenendaal op de locatie van de Groenendaal
  • Kompas, dislocatie en gymzaal Tuinstraat

Voor de realisatie van de projecten Comenius en Koelmanschool zijn nog geen lasten in de meerjarenraming opgenomen. De eventuele verdere gesprekken met beide scholen willen wij pas na de vaststelling van de Kadernota 2026 voortzetten. 

Andere maatschappelijke voorzieningen
In 2024 hebben we ook voor het huisvesten van de overige maatschappelijke voorzieningen een strategisch huisvestingsplan opgesteld. In dit plan staan de uitgangspunten voor het realiseren en aanbieden van (maatschappelijk) vastgoed, voor het onderhoud en voor het huurprijs- en tarievenbeleid.  

Daarnaast bevat het plan de strategie voor alle objecten waar we op dit moment eigenaar van zijn. Per object wordt aangegeven:

  • De ambitie (voortzetten, herontwikkelen, afstoten, toekomstafweging)
  • Het eigenarenbeheer (groot onderhoud, dagelijks onderhoud, duurzaamheid)
  • De huursituatie (ten opzichte van het huurprijs- en tarievenbeleid) 

In de periode 2024-2027 zal voor de volgende objecten een toekomstafweging nodig zijn: 

  • Vicenza 3 (onderwijslocatie ontheemde kinderen)
  • Tuinstraat 43 (opvanglocatie)
  • Van Ostadelaan 4 (zwembad)
  • IJsseldijk 312 (Streekmuseum)
  • Meerkoetstraat 81 (UMAM) 

Die toekomstafweging heeft óf te maken met een mogelijke functiewijziging (Vicenza, Tuinstraat) óf met relatief grote investeringen die nodig zijn om het object in stand te houden of de levensduur ervan te verlengen (zwembad, streekmuseum, UMAM).  

Dit jaar vraagt het zwembad al onze aandacht
Dit jaar hebben wij moeten besluiten om het recreatiebad te sluiten. De staat van het leidingwerk is zodanig dat het niet mogelijk is om op een veilige manier de voor dit jaar geplande onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. De conditie van de leidingen is – als gevolg van corrosie – zelfs zo zorgwekkend dat er een grote kans op een acute lekkage is.

Om het reguliere programma in het doelgroepen- en wedstrijdbad te kunnen waarborgen heeft ons college vervolgens in overleg met Optisport besloten om het recreatiegedeelte van zwembad De Lansing te sluiten. Onze primaire inzet is om met de investeringen die in de begroting 2024 zijn opgenomen, de levensduur van het zwembad tot 2035 te verlengen.

Dat basisscenario wegen wij af tegen enkele andere toekomstscenario’s. Belangrijk afwegingscriterium zijn de totale eigendomskosten, waarbij de eenmalige investeringskosten gezamenlijk met de structurele baten en lasten inzichtelijk worden gemaakt.  

In het Strategisch Huisvestingsplan was deze afweging oorspronkelijk voor het jaar 2025 opgenomen. Gezien de ontstane situatie willen we dit met prioriteit en parallel aan de werkzaamheden voor het basisscenario al in de komende maanden uitwerken. Uitvoering vindt dan plaats in 2025. 

Hart van Krimpen
Al eerder hebben wij besloten om van het Raadhuisplein het bruisende centrum van Krimpen te maken. Daarom willen we de organisaties die nu in de Tuyter gehuisvest zijn, naar het Raadhuisplein laten verhuizen. Waarna de locatie van de Tuyter kan worden herontwikkeld.  

Op dit moment wordt gewerkt aan een voorlopig ontwerp voor Raadhuisplein 4 (de voormalige Rabobank). Voor de functies uit de Tuyter waarvoor in Raadhuisplein 4 geen plek is, wordt ook gewerkt aan een plan voor nieuwe huisvesting. 

Herontwikkeling De Noord
Op dit moment bezien wij of de locatie De Noord geschikt kan worden gemaakt voor flex-woningen. In eerste instantie voor de opvang van Oekraïners die nu nog aan de Tuinstraat worden opgevangen. De Tuinstraat is namelijk eerst nodig voor de tijdelijke huisvesting van het Kompas. 

Alternatieve locatie De Treffers
Bij de behandeling van het raadsvoorstel over de nieuwbouw van Octaaf, Mozaïek en Groenendaal heeft uw raad gevraagd om naar een alternatieve locatie voor De Treffers te zoeken. Wij starten hier nog dit jaar mee. Realisatie moet – in 2026 – plaatsvinden voor de start van de bouw van de nieuwe Groenendaal. Streven is daarom om daar uiterlijk in de kadernota 2026 een (krediet)voorstel voor te doen. 

Openbare ruimte
In de kadernota hebben wij al aangekondigd dat we een nieuwe en integrale visie en strategie voor de openbare ruimte willen ontwikkelen waarbij het belang van die openbare ruimte centraal staat en waarin de mogelijkheden vanuit vervanging en groot onderhoud én het (participatieve) beheer worden meegenomen. Dat moet leiden tot een nieuwe Handboek Openbare Ruimte en een nieuw Beheerplan.

Vervolgens kan dan een financiële doorvertaling worden gemaakt welke investeringen en welke beheerbudgetten – ná 2026 – nodig zijn om de openbare ruimte toekomstbestendig te maken en te (onder)houden. En deze doorvertaling kan en moet – in het licht van het ‘financiële ravijn’ – worden afgezet tegen de middelen die (maximaal) beschikbaar kunnen worden gesteld. 

Vooruitlopend daarop hebben wij uw raad recent een voorstel voor een nieuwe werkwijze gedaan.  

  1. De planning blijft gebaseerd op vastgestelde uitgangspunten 

De leeftijd en kwaliteit van het rioolstelsel is sinds 2000 leidend bij het opstellen van de meerjarenplanning. Ook de mate van verzakking is een van de belangrijkste factoren bij het opstellen van de Meerjarenplanning.  

    2. De gewenste kwaliteit blijft gebaseerd op vastgestelde beleidskaders 

De gewenste kwaliteit heeft uw gemeenteraad vastgelegd in diverse beleidsdocumenten zoals het Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (en het daarbij behorende Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2026), het Gemeentelijk Rioleringsplan (2023-2027) en de Lange Termijn Visie Rioolvervanging. Ook de Verkeer- en Vervoervisie, het Groenstructuurplan, het Beleidsplan Openbare Verlichting, het Grondwaterzorgplan, de Nota Biodiversiteit en het Speelruimtebeleidsplan leveren input voor het onderhoud van deze kapitaalgoederen.

   3. We wijzigen de doorlooptijd van projecten  

We kiezen vanaf nu per project voor een doorlooptijd van 4 in plaats van 3 jaren. De laatste jaren is gebleken dat dit een reëler beeld oplevert. De participatie neemt tegenwoordig meer tijd in beslag dan voorheen. Vooraf zijn er meer onderzoeken vereist. En tenslotte hanteren nutsbedrijven een steeds langere doorlooptijd.

Bijkomend voordeel is dat de afschrijving van een aantal projecten daardoor later start dan in de Kadernota is aangenomen. Dat is in lijn met de op 11 juli door uw raad aangenomen motie ‘Investeringen’. Én het is belangrijk dat de inwoners dan beter kunnen vertrouwen op de planning zoals wij die in de Meerjarenplanning schetsen. 

Meerjarenplanning in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 verwerkt
De totale omvang van investeringen opgenomen in de Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte 2024-2034 komt uit op ruim 126 miljoen (incl. toerekening van de interne uren). Een deel van dit bedrag, € 76 miljoen, is bestemd voor de herstratingswerkzaamheden, inclusief groen, openbare verlichting en verkeersmaatregelen.  

En verder betreft € 28 miljoen rioleringswerkzaamheden, € 20 miljoen klimaatadaptieve maatregelen, ruim 1 miljoen saneringskosten en 0,5 miljoen interne uren (van toepassing op alle investeringen: doorlopend in 2025 en startend vanaf 2025).  

Met de lasten van de vervanging van speelplaatsen wordt in deze berekening geen rekening  gehouden, aangezien deze investeringen via een afzonderlijk krediet in het kader van het speelplaatsenbeleid lopen. 

Speelvoorzieningen
De gemeente heeft in totaal 115 openbare speel- en sportplekken. Het ‘Uitvoeringsprogramma speelruimte 2019-2022’ beschrijft de gewenste ingrepen in de openbare ruimte op basis van de gestelde beleidsambities en de technische staat van de speelvoorzieningen op die 115 plekken. Ook worden de maatregelen gekoppeld aan relevante uitvoerings- en renovatieprogramma’s voor de openbare ruimte, zoals (her)bestrating, ophoging en rioleringswerkzaamheden. Het uitvoeringsprogramma is een leidraad voor de renovatie en herontwikkeling van speellocaties per buurt en wijk.  

In het programma Maatschappelijk domein, onderdeel sport en recreatie gaan we hier nader op in. Daar treft u ook onze overige speerpunten op het gebied van buitensport aan:  

  • 2e Gio-court
  • Aanpak geluidshinder TCK
  • DCV
  • Padelbanen  

Woningbouwprojecten
In Centrum-Zuid zijn inmiddels de eerste twee blokken opgeleverd. Twee blokken met sociale huurwoningen zijn in de afbouwfase en met de bouw van blok 5 (koop) is gestart. 

Voor een aantal locaties zijn (recent) de bestemmingsplannen vastgesteld: 

  • Scheepswerf Van Duijvendijk
    • 't Dok (restauratie loodsen en nieuwbouw)
    • De Oude Werf (nieuwbouw appartementen)
  • Kerkdreef: Nul Op de Meter Wijk (CPO)
  • KOAG/Driekamp: Hof Driekamp
  • Crimpenersteyn
    • Wonen met intensieve zorg
    • Wonen met een plus  
  • Hof van IJssel  

Verder zijn we met QuaWonen in gesprek over mogelijke herontwikkeling van locaties aan de Merel-/Vinkenstraat en in de Schildersbuurt.  

En we doen onderzoek naar locaties die – naast De Noord – mogelijk geschikt zijn om snel ‘flexwoningen’ te realiseren. In een eerste werkstap laten wij de verschillende randvoorwaarden voor geschikte locaties onderzoeken. Dit zijn naast ruimtelijke randvoorwaarden ook milieutechnische, sociale en beleidsmatige randvoorwaarden (denk bijvoorbeeld aan het Groenstructuurplan). Daarnaast laten wij ook specificeren wat de voorwaarden zijn voor de flexwoningen zelf en de daarbij behorende ruimte zoals ontsluiting, parkeren, (collectieve) tuinen, bergingen etc. 

Tenslotte starten we in 2025 met de voorbereiding van het opstellen van een Volkshuisvestingsprogramma. Vanaf 2026 is het opstellen van zo'n programma verplicht op grond van de Wet Versterken Regie Volkshuisvesting. 

Van kadernota naar begroting

Terug naar navigatie - Van kadernota naar begroting

In de kadernota presenteerden wij u een beperkt tekort in 2025. In het meerjarenbeeld was vanaf 2026 sprake van grote tekorten die bovendien oplopen. Een financieel beeld dat rechtstreeks verband houdt met de korting op het gemeentefonds die het rijk heeft doorgevoerd. Wij hebben u toegezegd een sluitende begroting te gaan aanbieden voor het jaar 2025 en vanaf 2025 toe te werken naar structureel evenwicht in 2029. In de tussenliggende jaren vullen wij een steeds groter deel van het tekort in met (bezuinigings)maatregelen. Voor de resterende tekorten zetten wij de reserve begrotingstekorten in, waarin inmiddels € 7 miljoen is gestort. 

In deze begroting tonen wij hoe de gemeentelijke financiën zich ontwikkelen op basis van het huidige beleid en zonder toevoeging van nieuwe ambities. Het nieuw beleid in deze begroting is daarom tot een minimum beperkt. De VNG heeft gemeenten geadviseerd om op deze wijze inzichtelijk te maken welke tekorten moeten worden opgelost vanwege de korting op het gemeentefonds. In de uitwerking van die bezuinigingsopgave zal blijken wat dat in de praktijk voor gemeenten betekent. Inmiddels zijn wij gestart met de aanpak van de tekorten, zodat wij in het voorjaar van 2025 een pakket met maatregelen en keuzes kunnen presenteren. 

Wij richten ons nu eerst op een sluitende begroting voor 2025. Sinds de vaststelling van de kadernota zijn wij erin geslaagd het saldo voor alle jaren te verbeteren, waarmee voor 2025 een begroting met een overschot van ruim € 300.000 is ontstaan. Op hoofdlijnen zijn de volgende aanpassingen op de saldi van de kadernota doorgevoerd: 



De belangrijkste ontwikkelingen lichten wij kort toe: 

Investeringen en rente
In de kadernota hebben wij toegelicht dat Krimpen aan den IJssel de komende jaren een enorme investeringsopgave kent van circa € 100 miljoen in de periode 2025-2028. In een motie heeft uw raad ons college opgeroepen om al in voorbereiding op deze begroting kritisch naar de voorgenomen investeringen te kijken. Inhoudelijk informeren wij u via een raadsinformatiebrief hoe wij met deze motie zijn omgegaan. In deze begroting hebben wij, mede op basis van uw motie, alle ramingen die samenhangen met investeringen tegen het licht gehouden. Er is onder meer gekeken naar de planning van investeringen, de doorlooptijden, benodigde voorzieningen, afschrijvingstermijnen en de financieel technische verwerking. Door de gewijzigde spreiding van het investeringsvolume is ook de financieringsbehoefte veranderd, wat gevolgen heeft voor de rentelasten en -baten in de begroting.  

De voordelige reeks voor het meerjarenbeeld is aflopend. Dat komt doordat nog geen inhoudelijke keuzes zijn gemaakt en alle ramingen nog steeds zijn gebaseerd op  vastgestelde (beleids)documenten en andere raadsbesluiten. Het investeringsvolume is meer verspreid, maar de omvang is feitelijk niet afgenomen. In de aanpak van de meerjarige tekorten komen ook de aspecten van nut, noodzaak en urgentie aan de orde, zoals in de motie is gevraagd. 

Nieuw beleid en intensiveringen 

In de kadernota is een beperkte lijst met nieuw beleid en intensiveringen opgenomen: 

In deze begroting voegen wij daar nog een onderwerp aan toe: De vertaling van de omgevingsvisie naar het omgevingsplan. Alle gemeenten moeten uiterlijk eind 2031 beschikken over één omgevingsplan voor het hele grondgebied. Bij het opstellen van de kadernota was er nog onvoldoende zicht op de benodigde middelen voor deze wettelijke verplichting. Inmiddels is voor deze meerjarige opgave een plan van aanpak opgesteld en zijn de kosten geraamd. Deze bedragen gemiddeld € 200.000 gedurende 7 jaar. In totaal dus circa € 1,4 miljoen. Het gaat vooral om de tijdelijke inzet van capaciteit die voor dit soort opgaven niet structureel in de organisatie beschikbaar is.  

Omdat het om de implementatie van de Omgevingswet gaat en dus om kosten met een eenmalig karakter, stellen wij voor om hiervoor een beroep te doen op de vrije reserve. Die zal daarvoor worden aangevuld vanuit de algemene reserve. Het effect op de begrotingsjaren is neutraal. 

Het overzicht van nieuw beleid inclusief korte toelichting bij de onderwerpen is opgenomen in de financiële begroting. Op de programma’s komen de onderwerpen terug als speerpunt. 

Heffingen 

De beoogde kostendekking van heffingen is vastgelegd in de nota lokale heffingen 2019. Nadien is bepaald dat voor riool- en afvalstoffenheffing volledige kostendekking wordt beoogd en dat de dekkingsgraad van de lijkbezorgingsrechten stapsgewijs oploopt. In de paragraaf Lokale heffingen is opgenomen welke kostendekking op de diverse heffingen wordt begroot. Waar nodig nemen wij in deze begroting een verhoging van de baten uit heffingen op om aan de afgesproken kostendekking te komen. In december stelt de gemeenteraad de bijbehorende verordeningen vast, waarin de benodigde opbrengsten zijn vertaald in tarieven.  

In de kadernota hebben wij rekening gehouden met volledige kostendekking van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Na de mutaties die sindsdien zijn doorgevoerd is de benodigde inkomst uit de heffingen opnieuw berekend. Voor de afvalstoffenheffing is een verhoging met bijna 9,5% nodig, vooral vanwege oplopende verwerkingskosten van het restafval. De rioolheffing stijgt in 2025 slechts met 2,5%, vanwege herberekening van de verwachte kapitaallasten. 

Voor de lijkbezorgingsrechten is uitgegaan van 80% en hebben we aangegeven te onderzoeken hoe deze dekking kan worden verhoogd. In deze begroting is een kostendekking opgenomen van 90%. Die wordt bereikt door aanpassing van de afschrijvingstermijnen en een verhoging van de inkomsten met 9%. 

Kostenontwikkelingen bij de exploitatie van de haven en de markt maken substantiële verhoging van de tarieven noodzakelijk. Om de onderkant van de bandbreedten uit de nota lokale heffingen te bereiken zijn verhoging opgenomen van 14,5% voor de havengelden en 18% voor de marktgelden.

Door te sturen op de kostendekking van de diverse heffingen en leges, het inboeken van besparingen en het beperken van nieuw beleid is slechts een trendmatige verhoging van de Onroerende Zaakbelasting (OZB) nodig met 2,5%.  

In de mutatieregel heffingen is ook de inkomst uit leges omgevingsvergunningen verwerkt, die vanwege gewijzigde uitgangspunten een grillig verloop heeft. Dit wordt echter geneutraliseerd door verrekening met de reserve omgevingsvergunningen. 

In de kadernota werd al rekening gehouden met inkomsten op basis van de afgesproken dekkingspercentages. De herberekeningen in de begroting betreffen dus verschillen ten opzichte van die cijfers, waardoor aansluiting met de benodigde tariefstijgingen niet altijd direct logisch lijkt.

Septembercirculaire gemeentefonds 

Kort na Prinsjesdag verscheen de septembercirculaire, waarin de Miljoenennota vertaald is naar gevolgen voor de uitkeringen uit het gemeentefonds. Zoals verwacht heeft het kabinet, conform het hoofdlijnenakkoord, de extra besparing op jeugdzorg, die vanaf 2026 was ingeboekt, teruggedraaid. Omdat wij het besparingspotentieel maar voor een klein deel hadden opgenomen betekent dit een meerjarig voordeel van circa € 600.000. Daarnaast is een oplopend bedrag in de algemene uitkering toegevoegd als compensatie voor het vergrijzingseffect op de WMO-kosten. 

Helaas moeten we constateren dat hiermee slechts twee concrete problemen binnen het gemeentefonds zijn opgelost en dat de korting die leidt tot het zogenaamde ‘ravijn’ blijft bestaan. Bovendien is inmiddels duidelijk dat de nieuwe financieringssystematiek, op basis van het bruto binnenlands product, jaarlijks leidt tot te weinig prijscompensatie.

Overige mutaties en bijstellingen
Ieder jaar volgen na het opstellen van de kadernota nog financieel-technische verwerkingen zoals de kostenverdeling en de uitwerking van indexeringen. Daarnaast wordt aanvullende informatie ontvangen over bijvoorbeeld gemeenschappelijke regelingen en zijn er meerjarige effecten van de begrotingswijziging van september. Ook vinden nog controles plaats op de onderliggende ramingen, waaruit diverse correcties volgen.

Budgetrecht van de raad
Met het vaststellen van de begroting 2025 autoriseert de raad het college om binnen de opgenomen (financiële en inhoudelijke) kaders aan de slag te gaan in 2025. Dit betreft zowel de lasten en baten per beleidsthema als ook de investeringen die in 2025 starten. De meerjarenramingen zijn een doorvertaling van de baten en lasten, aangevuld met verwachte ontwikkelingen en voornemens. Dit geeft een beeld van de te verwachten financiële ontwikkelingen. 

Bij de behandeling van de begroting 2024 heeft uw raad een amendement aangenomen omdat er meer behoefte was aan informatie en toelichting bij de voorstellen voor nieuw beleid en intensiveringen. Daarbij werden ook de gevraagde bedragen voor (vervangings)investeringen betrokken. 

In de kadernota en begroting wordt altijd gesproken over “nieuw beleid en intensiveringen”. Met de term intensiveringen wordt aangegeven dat vaak sprake is van extra middelen zonder dat sprake is van een nieuw taak. Wij hanteren de volgende onderverdeling: 

In de kadernota 2025 hebben wij toegelicht hoe wij nieuw beleid en intensiveringen presenteren en op welke wijze investeringen zijn opgenomen. Wij lichten in vervolg daarop hier toe hoe dit in deze begroting is verwerkt. 

Nieuw beleid en intensiveringen staan op de betreffende programma’s. Daar zijn deze onderwerpen ook in een speerpunt opgenomen. Financieel loopt dit mee in de lasten en baten per beleidsthema/programma. Het totaaloverzicht van nieuw beleid en intensiveringen, met korte toelichtingen, is opgenomen in de financiële begroting. 

Per programma is tevens opgenomen, onder “wat mag het kosten”, welke investeringen de komende jaren gepland zijn. In de financiële begroting is het volledige investeringsprogramma opgenomen, met de bijbehorende kapitaallasten. Daar is ook aangegeven om welk type investering het gaat. 

De basis van het Besluit Begroting en Verantwoording is dat alle baten en lasten in het programmaplan zijn opgenomen. Wij presenteren daarom, zoals hiervoor toegelicht, alle investeringen en het nieuw beleid en intensiveringen op de programma’s. Daarnaast zijn in de financiële begroting overzichten opgenomen, zodat u een totaalbeeld krijgt van de goed te keuren onderwerpen en bedragen.