Hieronder worden de diverse heffingen weergegeven.
Onroerende zaakbelastingen
Voor de begroting is als ozb-opbrengst het volume uit 2024 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Dit alles geeft het volgende beeld:
|
Rekening 2023 |
Begroting 2024 |
Begroting 2025 |
Onroerendezaakbelasting |
6.268 |
6.414 |
6.608 |
Afvalstoffenheffing
In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld van een percentage tussen de 90% en 100%. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2025 de kostendekking op 100% te houden wordt de afvalstoffenheffing verhoogd met bijna 9,5%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere bijdrage aan Cyclus. De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend.
In Krimpen aan den IJssel hangt het tarief af van de omvang van de huishoudens. Voor 2025 bedraagt het tarief onderscheid tussen één- of meerpersoonshuishoudens ruim 83 euro.
Dit alles geeft voor 2025 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Afvalstoffenheffing |
6.262 |
6.262 |
100% |
Rioolheffing
Bij de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de rioolheffing een bandbreedte van kostendekking afgesproken tussen de 90% en 100% dekking. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2025 de kostendekking op 100% te houden moet de rioolheffing met ongeveer 2,5 % worden verhoogd. Daarmee komt de kostendekking op 100%. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt bij de berekening van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en 20% aan het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing.
In Krimpen geldt het beleid waarbij sprake is van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker.
Dit alles geeft voor 2025 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Rioolheffing |
4.124 |
4.124 |
100% |
Havengelden
In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de havengelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 75% en 100%.
Vanwege stijgende kosten vanwege verwachte toenemende lasten voor elektra en waterverbruik is een verhoging van 14,5% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden.
Een overzicht van de lasten en baten 2025 geeft het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Haven |
117 |
88 |
75% |
Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte.
Marktgelden
In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de marktgelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 80% en 100%.
Vanwege stijgende kosten vanwege verwachte toenemende lasten voor elektra, inzet van uren en onderhoud is een verhoging van 18% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden.
Een overzicht van lasten en baten geeft voor 2025 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Markt |
60 |
48 |
80% |
Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte .
Lijkbezorgingsrechten
In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. Bij de kadernota 2025 is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren. Voor het belastingjaar 2025 is gekozen voor een dekkingsgraad van 90%. De lijkbezorgingsrechten moeten hierdoor met 9% worden verhoogd.
Dit geeft voor 2025 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Lijkbezorging |
823 |
741 |
90% |
Legesverordening
De beleidslijn die bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben minder effect op de volledige kostendekking. Nieuw is de splitsing van de huidige activiteit bouwen in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is de tariefopbouw gelijk aan het tarief in 2024. Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. De huidige kosten zijn naar rato van de verlaging van de verhaalbare lasten verlaagd.
Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen, gevolgd door de totale kostendekking van de verordening.
Dit alles geeft het volgende beeld: