Paragraaf A Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Lokale heffingen zijn inkomsten die de gemeente ontvangt op grond van publiekrechtelijke regels. Doorgaans gaat het om belastingen, heffingen en retributies.
Onze gemeente legt de volgende heffingen op:
•    onroerende zaakbelastingen (ozb)
•    afvalstoffenheffing
•    rioolheffing
•    haven- en marktgelden
•    lijkbezorgingsrechten
•    leges

De Nota Lokale heffingen 2019, de kadernota 2025 en het bestuursakkoord dienen als uitgangspunten voor 2025. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de begrotingsopzet voor 2025.

Ontwikkelingen 2025

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen 2025

Lokale heffingen
In april 2019 is de Nota Lokale heffingen 2019 vastgesteld. In deze nota zijn voor de diverse kostendekkende heffingen en retributies bandbreedtes vastgelegd. Bij de raming van de opbrengsten voor 2025 zijn deze bandbreedtes het uitgangspunt.  Voor de begroting 2025 is als ozb-opbrengst het volume uit 2024 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Om het aldus bepaalde ozb-volume in 2025 te realiseren, dalen bij een verwacht hoger waarde niveau de drie ozb-tarieven (eigenaar woningen, eigenaar niet-woningen en gebruiker niet-woningen). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing blijven 100% kostendekkend. Bij de kadernota  is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren .  In 2025 komt de kostendekking voor de lijkbezorgingsrechten uit op 90%. In de belastingvoorstellen voor 2025 wordt dit verder uitgewerkt. 

Hervorming lokaal belastinggebied?

Tot 2025 komt er geen uitbreiding van het lokaal belastinggebied.  Momenteel wordt tussen rijk en gemeenten gesproken over een nieuwe of aangepaste financieringssystematiek. De wens is om per 2026 tot een nieuwe wijze van bekostigen te komen, waarbij verruiming van het lokale belastinggebied een te onderzoeken onderdeel is.  

Wet WOZ
De WOZ-waarde van woningen is sinds 1 oktober 2016 een openbaar gegeven. Iedereen kan eenvoudig en laagdrempelig de WOZ-waarde opvragen bij één centraal punt. De openbaarmaking van WOZ-waarden van woningen vindt plaats via de landelijke voorziening WOZ (www.wozwaardeloket.nl).

No cure no pay bedrijven 
Het aantal no cure no pay-bezwaren tegen WOZ-beschikkingen neemt de afgelopen jaren enorm toe. Daardoor staat een verantwoorde uitvoering van de Wet WOZ onder druk. De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2023 het wetsvoorstel 'Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm' aangenomen.  Per 1 januari 2024 zijn de wijzigingen in werking getreden. De wijzigingen in de regelgeving zorgden voor een verlaging van de proceskostenvergoeding met 75%  daarnaast moet uitbetaling van de proceskosten plaatsvinden aan de aan belanghebbende in plaats van aan een no cure no pay bedrijf. Deze wijzigingen beoogden het verdienmodel van de commerciële bezwaarbureaus minder aantrekkelijk te maken. 

Echter, de Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 uitspraak gedaan inzake de forfaitaire kostenvergoedingen die in de bezwaarfase kunnen worden toegekend. Voor o.a. WOZ/belastingen gold een lager forfaitair bedrag  dan in andere zaken. In de uitspraak van 12 juli 2024 is dit door de Hoge Raad doorgestreept, waardoor voortaan een hoger forfaitair bedrag van toepassing is. Dit leidt dus alsnog tot hogere proceskostenvergoedingen. Wat het vervolgens voor no cure no pay bedrijven weer aantrekkelijker maakt om bezwaar te maken.

Bij het belastingplan 2025 heeft het Kabinet voorgesteld om dit arrest te repareren. Door deze reparatie komt de proceskostenvergoeding weer op het niveau dat men voor ogen had per 1 januari 2024. Het voorstel moet nog wel worden beoordeeld door Raad van State, Tweede Kamer en Eerste kamer. In december 2024 wordt de definitieve beslissing verwacht.

Ook in Krimpen aan den IJssel hebben wij te maken met een oplopende druk bij de uitvoering van de Wet WOZ in verband met deze groep bezwaarmakers.  Tot op heden heeft dit nog niet geleid tot grote problemen in de uitvoering. 

Omgevingswet
De legestarieven zijn conform de begrotingsrichtlijn met 2,5% verhoogd. Als uitzondering hierop zijn een aantal tarieven uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel niet verhoogd. De reden is dat voor deze tarieven een maximum geldt en het tarief reeds gelijk is aan dit maximum. Het betreft hier met name de leges voor reisdocumenten en rijbewijzen.  De verordening en tarieventabel 2025 is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. 

Kwijtschelding
Op dit moment wordt er kwijtschelding verleend als de inwoner voldoet aan twee normen, de inkomensnorm en de vermogensnorm.  Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om de vermogensnorm met een zelf te bepalen bedrag (tot maximaal 2.000 euro) op te hogen.  De verhoging van de vermogensnorm hangt af van de leefsituatie van de belastingschuldige (echtgenoten, alleenstaanden of alleenstaande ouders).  In 2023 is deze norm verruimd. Ook in 2025 maken wij gebruik van de beleidsvrijheid om deze norm te verruimen, zodat een grotere groep inwoners in aanmerking komt voor kwijtschelding.  

Lokale heffingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen

Overzicht baten en lasten
Conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.
Jaarlijks worden de berekeningen van de kostendekking van de diverse heffingen opnieuw uitgevoerd, rekening houdend met de uitgangspunten van het BBV.
Deze berekeningen hebben gevolgen voor de tarieven en opbrengsten van de diverse heffingen. Bij de vaststelling van de nota lokale heffingen zijn bij de diverse heffingen bandbreedtes vastgesteld. In de begroting 2025 blijven deze heffingen en retributies binnen de bandbreedte. Bij de kadernota is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren.  In de volgende alinea’s geven we de lasten en baten weer van de diverse heffingen waarbij sprake is van het verhalen van de kosten.

Hieronder worden de diverse lokale heffingen weergegeven.

Lokale heffingen Rekening Begroting Begroting
2023 2024 2025
Onroerendezaakbelasting 6.268 6.414 6.608
Afvalstoffenheffing 4.924 5.226 5.753
Rioolheffing 3.802 4.061 4.124
Haven- en marktgelden 100 115 147
Lijkbezorgingsrechten 499 531 741
Leges, overig 1.637 1.583 2.074
Totaal lokale heffingen 17.230 17.930 19.447

Opbrengsten

Terug naar navigatie - Opbrengsten

Hieronder worden de diverse heffingen weergegeven.

Onroerende zaakbelastingen

Voor de begroting is als ozb-opbrengst het volume uit 2024 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 2,5%. Dit alles geeft het volgende beeld:

  Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Onroerendezaakbelasting 6.268 6.414 6.608

Afvalstoffenheffing
In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld van een percentage tussen de 90% en 100%. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2025 de kostendekking op 100% te houden wordt de afvalstoffenheffing verhoogd met bijna 9,5%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere bijdrage aan Cyclus. De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend.
In Krimpen aan den IJssel hangt het tarief af van de omvang van de huishoudens. Voor 2025 bedraagt het tarief onderscheid tussen één- of meerpersoonshuishoudens ruim 83 euro.

Dit alles geeft voor 2025 het volgende beeld:

  lasten baten kostendekking
Afvalstoffenheffing 6.262 6.262 100%

Rioolheffing
Bij de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de rioolheffing een bandbreedte van kostendekking afgesproken tussen de 90% en 100% dekking. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2025 de kostendekking op 100% te houden moet de rioolheffing met ongeveer 2,5 % worden verhoogd. Daarmee komt de kostendekking op 100%. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt bij de berekening van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en 20% aan het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing.
In Krimpen geldt het beleid waarbij sprake is van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker.

Dit alles geeft voor 2025 het volgende beeld:

  lasten baten kostendekking
Rioolheffing 4.124 4.124 100%

Havengelden
In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de havengelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 75% en 100%.
Vanwege stijgende kosten vanwege verwachte toenemende lasten voor elektra en waterverbruik is een verhoging van 14,5% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden.

Een overzicht van de lasten en baten 2025 geeft het volgende beeld:

  lasten baten kostendekking
Haven 117 88 75%

Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte.

Marktgelden
In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de marktgelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 80% en 100%.
Vanwege stijgende kosten vanwege verwachte toenemende lasten voor elektra, inzet van uren en onderhoud is een  verhoging van 18% nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden.

Een overzicht van lasten en baten geeft voor 2025 het volgende beeld:

  lasten baten kostendekking
Markt 60 48 80%

Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte .

Lijkbezorgingsrechten
In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. Bij de kadernota 2025  is afgesproken voor de kostendekking van de lijkbezorgingsrechten een ondergrens van 80% te hanteren. Voor het belastingjaar 2025 is gekozen voor een dekkingsgraad van 90%. De lijkbezorgingsrechten moeten hierdoor met 9% worden verhoogd.

Dit geeft voor 2025 het volgende beeld:

  lasten baten kostendekking
Lijkbezorging 823 741 90%

Legesverordening
De beleidslijn die bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben minder effect op de volledige kostendekking.  Nieuw is de splitsing van de huidige activiteit bouwen in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is de tariefopbouw gelijk aan het tarief in 2024. Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. De huidige kosten zijn naar rato van de verlaging van de verhaalbare lasten verlaagd.
Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen, gevolgd door de totale kostendekking van de verordening.

Dit alles geeft het volgende beeld:

Paragraaf Omschrijving Lasten Baten Kostendekking
Paragraaf 1.1 Burgelijke stand 55 34 61%
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 436 473 109%
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen 132 103 78%
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens 7 3 37%
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken 15 6 40%
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten 15 10 67%
Paragraaf 1.10 Diversen 21%
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2 Voorfase
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken 1.338 1.332 100%
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten 46 15 33%
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
Paragraaf 2.12 Modaliteiten 27 16 58%
Paragraaf 2.13 Vermindering
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
Paragraaf 3.1 Horeca 9 1 14%
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt 12 1 11%
Paragraaf 3.5 Standplaatsen
Paragraaf 3.6 Kinderopvang 1 1 61%
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Totaal 2.095 1.995 95%

Lastendruk

Terug naar navigatie - Lastendruk

Op basis van de nieuwe tarieven berekenen we voor een aantal situaties de lastendruk voor 2025. In deze situaties is geen rekening gehouden met een wijziging van de WOZ-waarde van de woning. Deze is moeilijk te voorspellen en niet voor iedereen gelijk.

In paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing is het kengetal belastingcapaciteit opgenomen.

Lastendruk 1 persoonshuishouden Huur/koop Onderdeel 2024 2025 % effect Bedrag
Een woning met een WOZ-waarde van € 250.000, bewoond door 1 persoon; het waterverbruik is 45 m3. huur Rioolheffing, het gebruikersdeel 76,20 78,00 2,36% 1,80
Afvalstoffenheffing 382,30 418,40 9,44% 36,10
Totale lastendruk per jaar 458,50 496,40 8,27% 37,90
koop Rioolheffing, het gebruikersdeel 76,20 78,00 2,36% 1,80
Rioolheffing, het eigenarendeel 183,00 187,58 2,50% 4,58
Afvalstoffenheffing 382,30 418,40 9,44% 36,10
Onroerendezaakbelasting 214,00 219,35 2,50% 5,35
Totale lastendruk per jaar 855,50 903,33 5,59% 47,83
Lastendruk 2 persoonshuishouden Huur/koop Onderdeel 2024 2025 % effect Bedrag
Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 300.000, bewoond door 2 personen het waterverbruik is 90 m3. huur Rioolheffing, het gebruikersdeel 76,20 78,00 2,36% 1,80
Afvalstoffenheffing 420,53 460,24 9,44% 39,71
Totale lastendruk per jaar 496,73 538,24 8,36% 41,51
koop Rioolheffing, het gebruikersdeel 76,20 78,00 2,36% 1,80
Rioolheffing, het eigenarendeel 183,00 187,58 2,50% 4,58
Afvalstoffenheffing 420,53 460,24 9,44% 39,71
Onroerendezaakbelasting 256,80 263,22 2,50% 6,42
Totale lastendruk per jaar 936,53 989,04 5,61% 52,51
Lastendruk meerpersoonshuishouden Huur/koop Onderdeel 2024 2025 % effect Bedrag
Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 350.000, bewoond door meer dan 2 personen het waterverbruik is 150 m3. huur Rioolheffing, het gebruikersdeel 152,40 156,00 2,36% 3,60
Afvalstoffenheffing 458,76 502,08 9,44% 43,32
Totale lastendruk per jaar 611,16 658,08 7,68% 46,92
koop Rioolheffing, het gebruikersdeel 152,40 156,00 2,36% 3,60
Rioolheffing, het eigenarendeel 183,00 187,58 2,50% 4,58
Afvalstoffenheffing 458,76 502,08 9,44% 43,32
Onroerendezaakbelasting 299,60 307,09 2,50% 7,49
Totale lastendruk per jaar 1.093,76 1.152,75 5,39% 58,99

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Kwijtschelding

Inwoners met de laagste inkomens kunnen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten krijgen. De rijksoverheid bepaalt in de Invorderingswet de regels hiervoor. Het beleid over de kwijtschelding is verder uitgewerkt in de ´Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023´ van de gemeente Krimpen aan den IJssel die door de raad is vastgesteld op 15 december 2022.

Naar verwachting komen rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, globaal 300 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking.

Dit alles geeft voor 2025 het volgende overzicht:

Kwijtscheldingen Rekening Begroting Begroting
2023 2024 2025
Afvalstoffenheffing 118 131 122
Rioolheffing 29 31 28
Totaal kwijtscheldingen 147 162 150

Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten)

Terug naar navigatie - Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten)

Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten)
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In 2024 staat Krimpen aan den IJssel op plaats 303 van de 342 (deel)gemeenten. In 2023 nam Krimpen aan den IJssel nog een 315e plaats in van de 342 gemeenten.

Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt (peiljaar 2024):

Vergelijking woonlasten per gemeente Netto woonlast Rangnummer COELO
(duur->goedkoop)
Gouda 1296 329
Krimpen aan den IJssel 1167 303
Zuidplas 1043 239
Krimpenerwaard 1023 216
Rotterdam 995 188
Capelle aan den IJssel 740 4