Hieronder worden de diverse heffingen weergegeven.
Onroerende zaakbelastingen
Voor de begroting is als ozb-opbrengst het volume uit 2023 geraamd en verhoogd met de reguliere gebiedsuitbreiding. Daarnaast vindt een verhoging van het ozb-volume plaats met de index van 3%. Dit alles geeft het volgende beeld:
|
Rekening 2022 |
Begroting 2023 |
Begroting 2024 |
Onroerendezaakbelasting |
5.994 |
6.269 |
6.457 |
Overzicht baten en lasten
Conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.
Jaarlijks worden de berekeningen van de kostendekking van de diverse heffingen opnieuw uitgevoerd, rekening houdend met de uitgangspunten van het BBV.
Deze berekeningen hebben gevolgen voor de tarieven en opbrengsten van de diverse heffingen. Bij de vaststelling van de nota lokale heffingen zijn bij de diverse heffingen bandbreedtes vastgesteld. In de begroting 2024 blijven deze heffingen en retributies binnen de bandbreedte. Bij de kadernota 2024 is de keuze gemaakt om voor de lijkbezorgingsrechten een kostendekking van 90% toe te passen. In de volgende alinea’s geven we de lasten en baten weer van de diverse heffingen waarbij sprake is van het verhalen van de kosten.
Afvalstoffenheffing
In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld van een percentage tussen de 90% en 100%. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2024 de kostendekking op 100% te houden wordt de afvalstoffenheffing verhoogd met 6,79% De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend.
In Krimpen aan den IJssel hangt het tarief af van de omvang van de huishoudens. Voor 2024 bedraagt het tarief onderscheid tussen één- of meerpersoonshuishoudens ruim 76 euro.
Dit alles geeft voor 2024 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Afvalstoffenheffing |
5.774 |
5.774 |
100% |
Rioolheffing
Bij de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de rioolheffing een bandbreedte van kostendekking afgesproken tussen de 90% en 100% dekking. Sinds de begroting 2021 is gekozen voor maximale kostendekking. Om in 2024 de kostendekking op 100% te houden moet de rioolheffing met 5 % worden verhoogd. Daarmee komt de kostendekking op 100%. De directe kosten behorende bij het taakveld riolering worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Daarnaast wordt bij de berekening van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding 25% toegerekend aan de rioolexploitatie en 20% aan het onderhoud aan binnenwater en beschoeiing.
In Krimpen geldt het beleid waarbij sprake is van een rioolheffing in de vorm van een aansluitrecht voor de eigenaar en een afvoerrecht voor de gebruiker.
Dit alles geeft voor 2024 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Rioolheffing |
4.061 |
4.061 |
100% |
Havengelden
In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de havengelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 75% en 100%.
Toepassing van een verhoging van 8 % is nodig om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden.
Een overzicht van de lasten en baten geeft het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Haven |
101 |
76 |
75% |
Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte.
Marktgelden
In de Nota Lokale heffingen 2019 is besloten dat voor de kostendekking van de marktgelden een bandbreedte zal worden gehanteerd van een percentage tussen de 80% en 100%.
Toepassing van een verhoging van 3% is voldoende om de kostendekking binnen deze bandbreedte te houden.
Een overzicht van lasten en baten geeft voor 2024 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Markt |
45 |
41 |
90% |
Het bovenstaande kostendekkingspercentage valt binnen de vastgestelde bandbreedte .
Lijkbezorgingsrechten
In de Nota Lokale heffingen 2019 is voor de lijkbezorgingsrechten een bandbreedte in kostendekking vastgesteld tussen de 70% en 80%. Daarnaast is in het bestuursakkoord de keuze gemaakt om een jaarlijks een extra verhoging van de kostendekking van 5% toe te passen. Dit resulteert voor 2024 in een kostendekkingspercentage van 90%. De lijkbezorgingsrechten moeten met 11 % worden verhoogd om de kostendekking in 2024 op 90% te brengen.
Dit geeft voor 2024 het volgende beeld:
|
lasten |
baten |
kostendekking |
Lijkbezorging |
726 |
654 |
90% |
Legesverordening
De beleidslijn die bij de bepaling van de leges wordt gehanteerd, is een integrale kostendekking te bereiken van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben minder effect op de volledige kostendekking. Nieuw is de splitsing van de huidige activiteit bouwen in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is de tariefopbouw gelijk aan het tarief in 2023. Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. De huidige kosten zijn naar rato van de verlaging van de verhaalbare lasten verlaagd.
Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. We gaan vanaf 2024 gebruik maken van deze heffingsmogelijkheid. Ook de provincies hebben besloten hiervoor leges te gaan heffen. De tarieven zijn afgeleid vanuit de kosten die DCMR in rekening brengt voor de milieubelastende activiteiten. Deze kosten zijn als tarief in de tarieventabel 2024 opgenomen..
Hierna volgt een weergave van de kostendekking op onderdelen, gevolgd door de totale kostendekking van de verordening.
Dit alles geeft het volgende beeld: