Paragraaf D Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Inleiding

De paragraaf financiering is bedoeld voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf zetten we zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over de financiering op een rij.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een duidelijk kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie:

  1. Het treasurystatuut
  2. De financieringsparagraaf

In het treasurystatuut zijn de doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Het tweede instrument, de financieringsparagraaf, heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury. Ook moet het inzicht geven in de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille.

In de Raadsvergadering van december 2025 is het Treasurystatuut Gemeente Krimpen aan den IJssel 2026 vastgesteld door de Raad.

Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Risicobeheersing

Risicobeheersing is een belangrijk onderdeel van de Wet FIDO. Voor onze gemeente gaat het daarbij met name om het renterisico en het kredietrisico. De behoefte aan risicobeheersing is toegenomen door de toename van voorgenomen en recent uitgevoerde grote investeringen. Ook de oplopende rente is een risico. Daarnaast is er een intern liquiditeitsrisico. Dat is het risico dat relevante informatie niet tijdig of volledig beschikbaar is voor de treasuryfunctie.  Langs diverse lijnen wordt gewerkt aan verbetering van het inzicht.

Rentevisie en rentelasten

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Rentevisie en rentelasten

De grote algemene banken houden de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwlettend in de gaten. Als gemeente laten we ons informeren over de verwachte renteontwikkeling.

De aanhoudende inflatie (mede door geopolitieke spanningen) heeft de Europese Centrale Bank (ECB) doen besluiten tot nieuwe renteverhogingen. In september 2026 heeft de ECB de belangrijkste depositorente verder opgeschroefd naar 2,50%. De populaire 10-jaarsrente (met NHG) schommelt inmiddels weer boven de 4% bij de meeste grootbanken. Economen van ING en Rabobank gaan er vanuit dat de lange rentes voor de rest van het jaar rond de 4% stabiliseren, mits er geen nieuwe geopolitieke schokken plaatsvinden. De kans op een snelle rentedaling wordt door experts als zeer klein ingeschat, er zal eerder sprake zijn van een opwaartse druk van de rente.

Voor het jaar 2027 houden we daarom een renteverwachting aan van 4%. Dit rentepercentage gebruiken we voor het berekenen van de rentelasten bij investeringsbesluiten als ook voor de geprognosticeerde leningen voor 2027 en verder. 

Rentetoerekening

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Rentetoerekening

Conform het besluit begroting en verantwoording (BBV) is toerekening van rentelasten aan de programma’s verplicht. Hieronder wordt schematisch het renteresultaat weergegeven:

Vanaf 2025 wordt op basis van de BBV-notitie grondbeleid de rente-omslag (zie hierna) ook voor bouwgrondexploitaties gebruikt.

Om tot een verdeling van de (resterende) rente over de programma’s te komen, wordt het zogenaamde rente-omslagpercentage gebruikt. Het saldo van rentelasten en –baten wordt daarvoor gedeeld op het totaal van de vaste activa. De uitkomst mag binnen een bandbreedte van 0,5% worden afgerond, waarmee een jaarlijkse wijziging van het percentage wordt voorkomen. Voor 2027 is het berekende percentage 0,77%. Het omslagpercentage blijft gehandhaafd op 1%. Met dit percentage worden de programma’s belast waar de activa met boekwaarden onderdeel van uitmaken.

Het renteschema dat behoort bij deze berekening is als volgt:

Renteschema
-/-
Begroting
2027
Externe rentelasten over korte en lange financiering
1.418
Externe rentebaten
-/-
478
Totaal door te rekenen externe rente
940
Rente die aan grexen moet worden doorberekend
-/-
16
Rente die wordt doorberekend ogv projectfinanciering
-/-
Saldo door te rekenen externe rente
924
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
-/-
1.053
Renteresultaat op taakveld treasury
-129

Renterisico

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Renterisico

De Wet FIDO verplicht de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in beeld te brengen. De provincie gebruikt deze bij het uitoefenen van haar toezichthoudende functie. De kasgeldlimiet betreft het renterisico van de vlottende schuld, terwijl de renterisiconorm het renterisico van de langlopende schuld betreft.

De wettelijk vastgestelde renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Voor het bepalen van de liquiditeitspositie - dit is de mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan - is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder verstaan we het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend met een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage, vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.

Berekening renterisico gemeente Krimpen aan den IJssel

Renterisiconorm
Begroting
2027
Rente en aflossing
1. Renteherziening op vaste schuld o/g
2. Te betalen aflossingen
2.715
3. Renterisico op vaste schuld (1+2)
2.715
Berekening renterisiconorm
4. Begrotingstotaal (excl. reservemutaties)
115.700
5. Normpercentage (ministerieel vastgelegd)
20%
Toets renterisiconorm
6. Renterisiconorm (4 * 5)
23.140
7. Renterisico op vaste schuld (3)
2.715
Ruimte onder renterisiconorm (6-7)
20.425

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Kasgeldlimiet

Berekening kasgeldlimiet gemeente Krimpen aan den IJssel

Kasgeldlimiet
Begroting
2027
Omvang begrotingstotaal (lasten) per 1 januari 2027
115.700
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten van de grondslag
8,5%
- in bedrag
9.835

Kredietrisico op verstrekte gelden

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Kredietrisico op verstrekte gelden

Naast het renterisico loopt de gemeente ook nog risico bij het zelf verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling bepalen we het risico. In de onderstaande tabel groeperen we de verstrekte gelden naar de onderscheiden risicogroepen.

Kredietrisico op verstrekte gelden
Met/zonder (hyp.) zekerheid
Restant schuld per 1/1/2027
%
Risicogroep
Woningcorporaties met garantie WSW
Met (50%)
68
0%
Hypotheekverstrekkingen aan ambtenaren
Met
6.590
48%
Overige toegestane instellingen volgens treasurystatuut
Zonder
7.224
52%
Totaal
13.882
100%

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Leningenportefeuille

Nieuwe leningen trekken we aan op het moment dat de kasgeldlimiet wordt overschreden, of eerder op basis van de renteverwachting. De financiering van de gemeentelijke activiteiten vindt plaats op basis van ‘totaalfinanciering’. Dit betekent dat we op basis van de liquiditeitspositie bepalen of leningen moeten worden aangetrokken. De liquiditeitspositie komt de komende jaren, mede door de verwachte omvang van het investeringsprogramma, onder druk te staan. In 2024 is een nieuwe methode ontwikkeld om tot een betere liquiditeitsprognose te komen. Hiermee kan sneller en betrouwbaarder worden ingespeeld op ontwikkelingen in ramingen en planningen. De verwachte behoefte aan liquiditeiten blijft echter sterk afhankelijk van het verloop van de uitvoering van investeringsplannen. Op basis van de actuele liquiditeitsprognose verwachten wij in de periode van 2027-2030 een totaal van € 74 miljoen aan leningen aan te trekken (inclusief kasgeld). In de investeringsplannen is nog uitgegaan van het huidige IHP.

Onderstaand overzicht geeft inzicht in het verwachte verloop van de leningenportefeuille:  

Mutaties in leningenportefeuille
Verloop 2026/2030
Stand per 1 januari 2026
49.980
Aflossingen (regulier) 2026
2.715
Nieuwe leningen 2026
Stand per 1 januari 2027
47.265
Aflossingen (regulier) 2027
2.715
Nieuwe leningen 2027
12.400
Stand per 1 januari 2028
56.950
Aflossingen (regulier) 2028
2.855
Nieuwe leningen 2028
32.300
Stand per 1 januari 2029
86.395
Aflossingen (regulier) 2029
4.135
Nieuwe leningen 2029
12.300
Stand per 1 januari 2030
94.560
Aflossingen (regulier) 2030
4.495
Nieuwe leningen 2030
17.400
Stand per 1 januari 2031
107.465

Uitzetting

Terug naar navigatie - Paragraaf D Financiering - Uitzetting

De verplichting tot schatkistbankieren beperkt de mogelijkheden om overtollige liquide middelen uit te zetten. Er kan alleen geld bij andere openbare lichamen worden uitgezet. Schatkistbankieren is gebaseerd op zero-balancing. Dit betekent dat het saldo op onze bankrekening bij de BNG aan het eind van de dag wordt afgeroomd of juist aangevuld tot nul.