Wij hebben deze Kadernota opgesteld in een onzekere tijd. Vanaf 2026 dreigt het financiële beeld voor onze gemeente immers volledig om te keren.
Waar we in de jaren 2021 tot en met 2023 grote financiële overschotten hebben gerealiseerd, verwachten wij vanaf 2026 grote kortingen op de algemene uitkering (beter bekend als het “ravijn”). Helaas betekent dit dat ook onze gemeente zich moet voorbereiden op bezuinigingen.
En dat terwijl wij in 2022 onze bestuursperiode nog zijn gestart met een begroting 2023 waarin wij veel van de voornemens uit het Bestuursakkoord 2022-2026 hebben kunnen opnemen. Ook vorig jaar hebben wij:
• een sluitende begroting 2024 aangeboden
• met daarin veel van het in de Kadernota 2024 gepresenteerde nieuwe beleid
• en binnen de kaders van de Nota lokale heffingen.
En voor het jaar 2025 laat de meerjarenraming 2025-2027 eveneens een structureel evenwicht zien.
Tegelijkertijd hebben we vorig jaar met elkaar geconstateerd dat de situatie vanaf 2026 nog steeds onduidelijk en zorgelijk is. Wij blijven er voor kiezen om het tekort in 2026 en verder in de meerjarenraming te laten zien, omdat we – nog steeds – van mening zijn dat primair het Rijk verantwoordelijk is voor een oplossing. En dan met name voor de groei van de kosten voor jeugdzorg en Wmo.
Dat sluit ook aan bij het advies van de VNG om de begroting voor 2025 sluitend te maken en voor de jaren erna een begroting op te stellen ‘waarin wordt uitgegaan van het benodigde voorzieningenniveau op basis van uw eigen afwegingen’. De VNG merkt daarbij op: ‘Deze reële begroting zal mogelijk tekorten laten zien.’
En dat is voor onze gemeente inderdaad het geval. Wanneer wij ons beleid ongewijzigd voortzetten, dan is dit het financiële beeld:
Het is een beeld dat het noodzakelijk maakt om ook voor 2025 al op zoek te gaan naar dekkingsmaatregelen (‘laaghangend fruit’). Zeker nu er ook een noodzaak is om een (beperkt) aantal voorstellen voor nieuwe investeringen, intensiveringen of nieuw beleid in overweging te nemen. Op beide thema’s komen we in de loop van deze Kadernota natuurlijk terug.
In de Kadernota 2024 hebben wij voorgesteld om uit het rekeningsaldo van 2022 een bedrag van €5 miljoen te reserveren voor het opvangen van de eerste klap* . Dat zal nodig zijn voor het overbruggen van 2026, maar kan wellicht ook dienen om in de jaren daarna de ingroei van bezuinigingen te kunnen faseren.
Verder hebben wij in de begroting 2024 aangekondigd dat wij in de Kadernota 2025 een voorstel doen voor een verdere aanpak van het ‘financiële ravijn’. Dat voorstel treft u hierna dan ook aan.
*Door het aangenomen amendement ‘Reserve Hart van Krimpen’ is dat €4 miljoen geworden.