2. Kapitaalgoederen - vastgoed en openbare ruimte

Kapitaalgoederen - vastgoed en openbare ruimte

Terug naar navigatie - Kapitaalgoederen - vastgoed en openbare ruimte

Onze gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waar inwoners wonen, werken en recreëren. Hierdoor beschikken we over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen, water en groen. 

De komende jaren heeft onze gemeente een ambitieuze investeringsopgave. Dit betreft vooral de uitvoering van bestaand beleid of nieuw beleid (bijvoorbeeld zwembad, DCV veld 2) waartoe al eerder is besloten. De grootte van de opgave heeft vooral te maken met drie specifieke kenmerken van onze gemeente:

De uitgangspunten voor deze investeringsopgave zijn vastgelegd in:
•    het Integraal Huisvestingsplan onderwijs en binnensport
•    het Strategisch Huisvestingsplan 
•    de Meerjarenplanning openbare ruimte
•    het Uitvoeringsprogramma speelruimte (inclusief update) 

De dekking voor deze investeringen is al grotendeels in de begroting en meerjarenraming opgenomen. Maar om deze uitgaven te kunnen financieren zijn liquide middelen nodig. 

De liquiditeitenprognose geeft aan dat naast een lening in 2025, waarvan de rentelasten al eerder in de meerjarenraming zijn opgenomen, ook leningen nodig zijn in de jaren daarna. In totaal gaat het in de periode 2025-2028 om circa €100 miljoen aan nieuwe leningen.

Om de verschillende investeringsprojecten te realiseren is veel ambtelijke inzet nodig. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording moeten wij de ambtelijke uren aan de investeringen toerekenen. Vanaf de begroting 2025 gaan wij dat ook doen. Dat levert – op korte termijn – voor de begroting een voordeel op.

De komende jaren zijn er ook investeringen die het einde van hun afschrijvingstermijn bereiken, terwijl vervanging vaak nog niet direct aan de orde is. Om te voorkomen dat de begrotingsruimte (die op een later moment alsnog voor vervanging nodig is) verdwijnt, laten we deze bedragen vanaf de begroting 2025 niet langer vrijvallen in het saldo. Dat levert voor de begroting een nadeel op.

Jaarlijks herrekenen we in de Kadernota de kapitaallasten. In de praktijk zien we dat de meeste projecten meer tijd kosten, dan we hebben begroot. Dat betekent dan dat de afschrijving later start. 

Bij het opstellen van het investeringsprogramma dat wij in de begroting 2025 zullen opnemen, gaan wij bezien of we deze ‘vertraging’ ook beter kunnen begroten. In het kader van de noodzakelijke bredere integrale afweging willen we ook bezien of we de investeringen niet over een langere periode kunnen (of moeten) ‘uitsmeren’. Dat kan in de eerste jaren van de meerjarenraming een (tijdelijk) financieel voordeel opleveren.

Wij gaan de komende tijd bezien of we deze ‘vertraging’ ook beter kunnen begroten. Ook willen we bezien of we de investeringen niet over een langere periode kunnen (of moeten) ‘uitsmeren’. Dat kan in de eerste jaren van de meerjarenraming een (tijdelijk) financieel voordeel opleveren.

2.1 Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport

Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport

Terug naar navigatie - Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport

De gemeente heeft alleen de wettelijke plicht tot de (nieuw)bouw van scholen inclusief de benodigde ruimte voor bewegingsonderwijs. De kapitaallasten die daarvan het gevolg zijn, kan de gemeente niet aan de schoolbesturen doorberekenen. Schoolbesturen zijn als juridisch eigenaar wel zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. 

Gemeenten zijn en blijven de economisch eigenaar. Als een schoolgebouw vrij komt, heeft de gemeente de vrijheid om aan het gebouw of de locatie een nieuwe bestemming te geven.

In 2019 hebben wij voor het eerst een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld. In 2023 is dat plan geactualiseerd. Het IHP 2023-2027 bevat de meerjarenplanning voor de vernieuwing van alle scholen in onze gemeente. Jaarlijks herberekenen we de daarmee verband houdende kapitaal- en financieringslasten.

Wij combineren die planning met de ruimte die in onze gemeente voor kinderopvang en binnensport nodig is. Op deze terreinen is er geen sprake van een wettelijke plicht, maar kinderopvang en binnensport zijn dusdanig sterk met (bewegings)onderwijs verweven dat het meerwaarde heeft om die functies gezamenlijk te huisvesten. We doen dat in samenspraak met alle schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, (binnen)sportverenigingen en Synerkri (als beheerder van onze binnensportaccommodaties).

Zoals uw raad weet is het eerste grote IHP-project in uitvoering. De nieuwe sportzaal Populier is in de zomer van 2023 opgeleverd. De oplevering van de Groeiplaneet en de kinderopvang vindt voor de zomer van dit jaar plaats.

De volgende projecten zijn inmiddels in voorbereiding:
•    Octaaf, Mozaïek en gymzaal UnaCorda
•    Groenendaal
•    Kompas, dislocatie en gymzaal Tuinstraat
•    Comenius 
•    Koelmanschool

Voor de realisatie van de projecten Comenius en Koelmanschool zijn nog geen lasten in de meerjarenraming opgenomen.

2.2 Strategisch huisvestingsplan

Strategisch huisvestingsplan

Terug naar navigatie - Strategisch huisvestingsplan

Recent hebben we ook voor het huisvesten van de overige maatschappelijke voorzieningen een strategisch huisvestingsplan opgesteld. In dit plan staan de uitgangspunten voor het realiseren en aanbieden van (maatschappelijk) vastgoed, voor het onderhoud en voor het huurprijs- en tarievenbeleid. 

Daarnaast bevat het plan de strategie voor alle objecten waar we op dit moment eigenaar van zijn. Per object wordt aangegeven:
•    De ambitie (voortzetten, herontwikkelen, afstoten, toekomstafweging)
•    Het eigenarenbeheer (groot onderhoud, dagelijks onderhoud, duurzaamheid)
•    De huursituatie (ten opzichte van het huurprijs- en tarievenbeleid)

Meerjarig Onderhoudsplan
We beheren en onderhouden het gemeentelijk vastgoed aan de hand van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van het groot onderhoud dat in dit MJOP is opgenomen, wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening onderhoud kapitaalgoederen gebouwen’.

Vijf objecten die een tijdelijke of nog geen bestemming hebben, zijn niet in het MJOP opgenomen:
•    De Noord 102 (tijdelijke opvanglocatie)
•    Vicenza 3 (tijdelijke onderwijslocatie ontheemde kinderen)
•    Tuinstraat 43 (tijdelijke opvanglocatie)
•    Ouverturelaan 105 (noodgebouw in gebruik bij Jeugdnatuurwacht en Crimpen-Inn)
•    Tiendweg 56 (gekraakte locatie in Krimpen aan de Lek)

Tijdig toekomstafwegingen maken
Levensduur verlengende maatregelen (renovaties, functieverbeteringen of (ver)nieuwbouw) zijn evenmin in het MJOP opgenomen. In voorkomende gevallen moet tijdig een toekomstafweging worden gemaakt over het al dan niet voortzetten van de exploitatie van de accommodatie. 

In de periode 2024-2027 zal voor de volgende objecten een toekomstafweging nodig zijn:
•    Vicenza 3 (onderwijslocatie ontheemde kinderen)
•    Tuinstraat 43 (opvanglocatie)
•    Van Ostadelaan 4 (zwembad)
•    IJsseldijk 312 (Streekmuseum)
•    Meerkoetstraat 81 (UMAM)

Die toekomstafweging heeft óf te maken met een mogelijke functiewijziging (Vicenza, Tuinstraat) óf met relatief grote investeringen die nodig zijn om het object in stand te houden of de levensduur ervan te verlengen (zwembad, streekmuseum, UMAM). 

Dit jaar vraagt het zwembad al onze aandacht
Recent hebben wij uw raad geïnformeerd over de noodzakelijke sluiting van het recreatiebad. De staat van het leidingwerk is zodanig dat het niet mogelijk is om op een veilige manier de voor dit jaar geplande onderhoudswerkzaamheden*  uit te voeren. De conditie van de leidingen is – als gevolg van corrosie – zelfs zo zorgwekkend dat er een grote kans op een acute lekkage is.

Om het reguliere programma in het doelgroepen- en wedstrijdbad te kunnen waarborgen heeft ons college vervolgens in overleg met Optisport besloten om het recreatiegedeelte van zwembad De Lansing te sluiten. Onze inzet is nog steeds om met de investeringen die in de begroting 2024 zijn opgenomen, de levensduur van het zwembad tot 2035 te verlengen.

Dat basisscenario wegen wij af tegen enkele andere toekomstscenario’s. Belangrijk afwegingscriterium zijn de totale eigendomskosten, waarbij de eenmalige investeringskosten gezamenlijk met de structurele baten en lasten inzichtelijk worden gemaakt. In het Strategisch Huisvestingsplan was deze afweging oorspronkelijk voor het jaar 2025 opgenomen. Gezien de ontstane situatie willen we dit met prioriteit en parallel aan de werkzaamheden voor het basisscenario in de komende maanden uitwerken.

Hart van Krimpen
Al eerder hebben wij besloten om van het Raadhuisplein het bruisende centrum van Krimpen te maken. Daarom willen we de organisaties die nu in de Tuyter gehuisvest zijn, naar het Raadhuisplein laten verhuizen. Waarna de locatie van de Tuyter kan worden herontwikkeld. 

Op dit moment wordt gewerkt aan een voorlopig ontwerp voor Raadhuisplein 4 (de voormalige Rabobank). Voor de functies uit de Tuyter waarvoor in Raadhuisplein 4 geen plek is, wordt ook gewerkt aan een plan voor nieuwe huisvesting.

Tenslotte bezien wij dit jaar of de locatie De Noord – voor 10 jaar – geschikt kan worden gemaakt voor flex-woningen. In eerste instantie voor de opvang van Oekraïners die nu nog aan de Tuinstraat worden opgevangen. De Tuinstraat is namelijk nodig voor de tijdelijke huisvesting van het Kompas.
 
Als na een toekomstafweging een besluit tot renovatie of (ver)nieuwbouw wordt genomen, is daar een afzonderlijk investeringskrediet voor nodig. Ook moet dekking worden gevonden voor de kapitaal- en financieringslasten van deze (levensduur verlengende) investering. 

Daarbij past de kanttekening dat het niet vanzelfsprekend is dat die dekking ook gevonden wordt. Zeker in de financieel onzekere tijden waarin we ons bevinden, zal deze zoektocht lastig worden. Wel heeft uw raad vorig jaar besloten om een Reserve Hart van Krimpen in te stellen en daarin €1 miljoen te storten.

Geen dekking voor vervanging vastgoed in de periode tot en met 2050
In algemene zin past bovendien de kanttekening dat op dit moment in de begroting geen dekking aanwezig is om de totale vastgoedportefeuille op lange termijn te vervangen. Tot en met 2050 zijn er 10 objecten waarvan de (technische en/of economische) exploitatie eindigt. Dat houdt in dat, als er op dat moment tot (ver)nieuwbouw wordt besloten, er geen (volledige) dekking voor de kapitaallasten (meer) aanwezig is.


Investeringen in deze objecten kunnen worden gezien als “nieuwe vervangingsinvesteringen” zoals opgenomen in de tabel van paragraaf 2.1.

*Zoals uw raad weet, hebben wij in 2022 – in overleg met Optisport – besloten om een aantal forse investeringen te doen om daarmee de levensduur van zwembad De Lansingh tot 2035 te verlengen en de exploitatie van het bad te verbeteren. In het Investeringsprogramma (onderdeel van de begroting) zijn in 2024 twee investeringen opgenomen, te weten ‘Kwaliteit zwembad’ (€600.000) en ‘Kwaliteit en duurzaamheid zwembad (€960.000). Tijdens het nadere onderzoek ter voorbereiding van deze investeringen hebben wij moeten constateren dat de staat van het leidingwerk nog slechter is dan uit eerder onderzoek was gebleken.

2.3 Meerjarenplanning Openbare Ruimte (inclusief speelvoorzieningen)

Meerjarenplanning Openbare Ruimte (inclusief speelvoorzieningen)

Terug naar navigatie - Meerjarenplanning Openbare Ruimte (inclusief speelvoorzieningen)

Het beheer van de openbare ruimte is een vrijwel exclusieve taak van de (lokale) overheid. In de loop der jaren is deze taak steeds verder geprofessionaliseerd en gerationaliseerd. Beheersystemen en -pakketten werden geïntroduceerd om te kunnen onderbouwen hoeveel budget er nodig is voor het beheer en wanneer – risico gestuurd – tot vervanging moet worden overgegaan.

De essentie van beheer is daarbij enerzijds het zorgen voor een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is. En anderzijds om de hiervoor beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten. Hiertoe worden te behalen kwaliteitsniveaus en prestaties gedefinieerd en wordt bij het bepalen van de inzet steeds meer gelet op risico's.

In onze gemeente is in 2016 het eerste Integraal Beheerplan opgesteld. De aanleiding hiervoor was destijds een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). 

Investeringen met maatschappelijk nut (wegen, parken, openbare verlichting e.d., maar met uitzondering van riolering) moeten met ingang van 2017 verplicht worden geactiveerd. Tot 2017 werden dit soort investeringen in de openbare ruimte niet geactiveerd. 



Investeringen 
Om de consequenties van deze wijziging in beeld te brengen moesten de investeringen in de openbare ruimte voor de middellange termijn inzichtelijk worden gemaakt. Om ervoor te zorgen dat ook voor de middellange/lange termijn deze investeringen betaalbaar blijven, is bij de begroting 2017 besloten om het niveau van lasten in de exploitatie minimaal gelijk te houden. Weliswaar niet meer in de vorm van storting(en) in de voorziening(en), maar door storting in de reserve Hoofdinfrastructuur (inmiddels ‘omgevormd’ tot de bestemmingsreserve Afschrijving Grote Kruising) en (vanaf 2023) in de Reserve Afschrijvingen maatschappelijk nut. 

De komende jaren zal deze Reserve Afschrijvingen maatschappelijk nut nog groeien. Per 1-1-2028 verwachten we een stand van bijna € 7,5 miljoen.

Speelvoorzieningen
De gemeente heeft in totaal 115 openbare speel- en sportplekken. Het ‘Uitvoeringsprogramma speelruimte 2019-2022’ beschrijft de gewenste ingrepen in de openbare ruimte op basis van de gestelde beleidsambities en de technische staat van de speelvoorzieningen op die 115 plekken. Ook worden de maatregelen gekoppeld aan relevante uitvoerings- en renovatieprogramma’s voor de openbare ruimte, zoals (her)bestrating, ophoging en rioleringswerkzaamheden. Het uitvoeringsprogramma is een leidraad voor de renovatie en herontwikkeling van speellocaties per wijk.

In het uitvoeringsprogramma 2019-2022 is opgenomen dat op 73 locaties (incl. speelroutes) een ingreep of aanpassing wordt gerealiseerd. Dit gaat om aanpassing van 66 speelplekken, de aanleg van 5 speelroutes en 2 natuurlijke speelplekken. Hiervoor is een krediet van €1.066.000 beschikbaar gesteld.

Vanwege verschillende factoren is uitvoering in de periode 2020 en 2021 anders verlopen dan gepland. Dit had onder andere te maken met de Coronamaatregelen. Participatietrajecten zijn hierdoor uitgesteld, maar ook wijkrenovaties waaraan de vernieuwing van speelplekken veelal is gekoppeld. 

Daarom is er begin 2022 een update van het uitvoeringsprogramma uitgevoerd. Die update omvat:
•    een evaluatie van de realisatie in de periode 2019 t/m 2021;
•    een bijgewerkt uitvoeringsprogramma voor de periode vanaf 2022 t/m 2024.

Daarbij zijn er in 2023 en 2024 ook weer andere speelplekken die in aanmerking komen voor herinrichting. Deze actualisatie omvat daarom ook de opgave van 2023 en 2024. Een factor waarmee in de actualisatie rekening wordt gehouden is de forse prijsstijging de afgelopen jaren van speeltoestellen, bijkomende materialen en arbeid. In de begroting 2024 is daarom een aanvullend krediet van €400.000 opgenomen.

De planning voorziet erin dat we tot en met 2024 het grootste deel van de 115 plekken hebben vernieuwd of vervangen. Daarnaast bereiden we dit jaar de realisatie van een tweede Gio-court voor. Daarvoor zijn we inmiddels een locatie-onderzoek gestart.

Op basis van verwachte levensduur verwachten we dat we in 2025 en 2026 de laatste 37 plekken moeten worden vervangen. Daarvoor is een aanvullend krediet van €647.000 nodig. De (dekking van de) kapitaallasten voor dit krediet zijn in deze Kadernota opgenomen.

Tenslotte heeft uw raad in de motie ‘Krimpen speelt mee’ gevraagd om in het tweede kwartaal van dit jaar in beeld te brengen waar zich speeltuinluwe buurten bevinden of waar sprake is van onaantrekkelijke en niet functionele speelruimte. Om vervolgens een separaat voorstel aan uw raad te doen, inclusief een voorstel tot dekking om te komen tot een nieuw speelruimteplan waarin de geschetste ambities zijn opgenomen.

Een eerste raming laat zien dat we daar nog eens een krediet van €620.000 voor nodig hebben. Voor dit krediet is op dit moment geen dekking aanwezig. Wij hebben de kapitaallasten voor dit krediet niet in de Kadernota opgenomen.

Beheer en onderhoud
Al eerder, in 2007, was een Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte vastgesteld. In dat plan is voor het eerst de gewenste beeldkwaliteit beschreven van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In 2014 is het Kwaliteitsplan geactualiseerd. Op dat moment zijn nieuwe keuzes gemaakt voor de verhouding tussen kwaliteit, budget en tevredenheid. Die vervolgens zijn vertaald in meerjarige onderhoudscontracten voor bijvoorbeeld groen en openbare verlichting. 

Twee typen budgetten
Wij zetten in de openbare ruimte dus twee typen budgetten in:
•    voor beheer en onderhoud stelt uw raad in de exploitatie budgetten beschikbaar
       o    die vooral zijn bestemd voor de langjarige verplichtingen die wij met aannemers aangaan (zo is recent een nieuw groencontract afgesloten)
•    voor investeringen stelt uw raad jaarlijks kredieten beschikbaar 
       o    die (grotendeels voor 100%) via heffingen in rekening worden gebracht als het om investeringen met economisch nut gaat
       o    die in de vorm van kapitaallasten (afschrijvingen en rente) in de begroting worden verwerkt als het om investeringen met maatschappelijk nut gaat

Totaalbeeld in het Beheerplan Openbare Ruimte
Vervolgens hebben wij in 2022 het ‘Beheerplan Krimpen aan den IJssel 2022-2026’ opgesteld. In dit beheerplan geven wij een totaalbeeld van het beleid, het areaal en de investeringen ten aanzien van de openbare ruimte.  

Bij alle beheerdisciplines en in alle structuurgebieden wordt – sinds 2014 – kwaliteitsniveau B*  toegepast. Alleen op de begraafplaatsen hanteren wij kwaliteitsniveau A.

Jaarlijks wordt op 50 vaste locaties in de gemeente een visuele inspectie uitgevoerd aan de hand van de landelijke norm. Op basis daarvan worden diverse renovaties uitgevoerd. Ook wordt elk jaar alle verharding opgenomen. Van al het 'klein onderhoud' wordt een zo geheten schadecatalogus gemaakt.

Voor een aantal disciplines (bijvoorbeeld bomen en speelvoorzieningen) worden ook specifieke veiligheidsinspecties uitgevoerd.

In de periode 2022-2026 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse investering in integrale projecten een kleine €8 miljoen. Per discipline is dat gemiddeld:
•    €3,5 miljoen voor verharding
•    €2,1 miljoen voor riolering
•    €1,3 miljoen voor klimaatadaptatie
•    €0,4 miljoen voor groen
•    €0,5 miljoen voor openbare verlichting
•    €0,1 miljoen voor sanering, spelen en verkeer

Baggeren
Onze doelstelling is om regelmatig een baggerwerk uit te voeren, binnen een cyclische periode van 12 jaar waarbij dan alle overige watergangen in de gemeente zijn gebaggerd. Dit is nodig om de watergangen op voldoende waterdiepte te houden. 

Met het baggeren willen wij bereiken dat de doorstroming van het water wordt bevorderd, verstoppingen van duikers voorkomen worden, watergangen niet volledig dichtslibben en een gezonde ecologische balans in het watersysteem behouden blijft.

Uit waterdieptemetingen voor heel de gemeente is gebleken dat het noodzakelijk is om overige watergangen in de wijk Kortland-Noord aan te wijzen om als vervolg op de wijk Boveneind te baggeren. Hiervoor is inmiddels milieutechnisch waterbodemonderzoek gedaan en een bestek opgesteld om het werk te kunnen aanbesteden en te laten uitvoeren.

Het baggeren van watergangen is wettelijk verplicht voor gemeenten en andere partijen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van waterwegen. Het tijdig laten baggeren is essentieel voor een goede doorstroming.

In de komende jaren zullen watergangen in meerdere wijken moeten worden gebaggerd. Hiervoor wordt per project met het Hoogheemraadschap bekeken in hoeverre samenwerking mogelijk is. Hiervoor is de volgende meerjarige planning op basis van de waterdieptemetingen opgesteld:
•    Kortland-Noord in 2024 en 2025
•    Kortland-Zuid in 2026
•    Lansingh-Zuid in 2028

Ontwikkelingen in het beheer van de openbare ruimte
In het Beheerplan 2022-2026 besteden we veel aandacht aan klimaatadaptatie. Dat is één van de maatschappelijke ontwikkelingen (transities) die een grote impact hebben op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

De openbare ruimte moet de komende jaren immers niet alleen klimaatadaptief, maar ook ‘senior proof’, inclusief, circulair, ‘beweegvriendelijk’ en ‘smart’ zijn of worden. De grootste gemene deler daarvan is dat we meer en meer tot het inzicht komen dat de (her)inrichting van openbare ruimte de zelfredzaamheid en gezondheid van mensen kan bevorderen. 

Zo kunnen gemeenten met investeringen in groen, de gezondheid en het welzijn van hun inwoners een grote boost geven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat groen een positief effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Groen zet aan tot beweging, heeft een verkoelende werking, zorgt voor minder eenzaamheid en voor sneller herstel van stress en vermoeidheid. Deze vier (en mogelijk nog meer) mechanismen maken dat in een groene omgeving mensen gezonder zijn.

Wij zouden de komende jaren dan ook graag extra in de groenstructuur van onze gemeente willen investeren. Op dit moment ontbreekt daarvoor de financiële ruimte. 

In de eerste plaats is vernieuwing van de grote parken in de eerste orde groenstructuur van onze gemeente (bijvoorbeeld het Middenwetering- en Moderatopark) geen onderdeel van de Meerjarenplanning van riolerings- en herstraatprojecten. Ook binnen de beheer- en onderhoudsbudgetten voor groen wordt daar geen rekening mee gehouden.

In de tweede plaats is er binnen die beheer- en onderhoudsbudgetten ook onvoldoende financiële ruimte om verouderde plantvakken (met onder andere problemen door wortelonkruiden) te vernieuwen. Dat betekent vervolgens ook dat de groenaannemer niet in staat is om die plantvakken op kwaliteitsniveau B te onderhouden.

Wij willen de komende tijd bezien of wij door her-allocatie van middelen binnen het beleidsthema Openbare ruimte en verkeer voor beide onderwerpen toch dekking kunnen vinden.

Een laatste relevante ontwikkeling is het zo geheten ‘participatief beheer’ van de openbare ruimte. Bewoners worden steeds meer betrokken bij inrichting en beheer en nemen ook vaker zelf het initiatief om zaken in hun eigen leefomgeving aan te pakken. 

Nieuwe integrale visie en strategie op de openbare ruimte is nodig
Wij vinden het al met al verstandig om een nieuwe en integrale visie en strategie voor de openbare ruimte te ontwikkelen waarbij het belang van die openbare ruimte centraal staat en waarin de mogelijkheden vanuit vervanging en groot onderhoud én het (participatieve) beheer worden meegenomen. Dat moet leiden tot een nieuwe Handboek Openbare Ruimte en een nieuw Beheerplan.

Vervolgens kan dan een financiële doorvertaling worden gemaakt welke investeringen en welke beheerbudgetten – ná 2026 – nodig zijn om de openbare ruimte toekomstbestendig te maken en te (onder)houden. En deze doorvertaling kan en moet – in het licht van het ‘financiële ravijn’ – worden afgezet tegen de middelen die (maximaal) beschikbaar kunnen worden gesteld. 

*Kwaliteitsniveau B staat voor: “Enige schade doch functioneel. Geen verlies veiligheid. Matig schoon, enige vervuiling maar niet storend”.