Het beheer van de openbare ruimte is een vrijwel exclusieve taak van de (lokale) overheid. In de loop der jaren is deze taak steeds verder geprofessionaliseerd en gerationaliseerd. Beheersystemen en -pakketten werden geïntroduceerd om te kunnen onderbouwen hoeveel budget er nodig is voor het beheer en wanneer – risico gestuurd – tot vervanging moet worden overgegaan.
De essentie van beheer is daarbij enerzijds het zorgen voor een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is. En anderzijds om de hiervoor beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten. Hiertoe worden te behalen kwaliteitsniveaus en prestaties gedefinieerd en wordt bij het bepalen van de inzet steeds meer gelet op risico's.
In onze gemeente is in 2016 het eerste Integraal Beheerplan opgesteld. De aanleiding hiervoor was destijds een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Investeringen met maatschappelijk nut (wegen, parken, openbare verlichting e.d., maar met uitzondering van riolering) moeten met ingang van 2017 verplicht worden geactiveerd. Tot 2017 werden dit soort investeringen in de openbare ruimte niet geactiveerd.

Investeringen
Om de consequenties van deze wijziging in beeld te brengen moesten de investeringen in de openbare ruimte voor de middellange termijn inzichtelijk worden gemaakt. Om ervoor te zorgen dat ook voor de middellange/lange termijn deze investeringen betaalbaar blijven, is bij de begroting 2017 besloten om het niveau van lasten in de exploitatie minimaal gelijk te houden. Weliswaar niet meer in de vorm van storting(en) in de voorziening(en), maar door storting in de reserve Hoofdinfrastructuur (inmiddels ‘omgevormd’ tot de bestemmingsreserve Afschrijving Grote Kruising) en (vanaf 2023) in de Reserve Afschrijvingen maatschappelijk nut.
De komende jaren zal deze Reserve Afschrijvingen maatschappelijk nut nog groeien. Per 1-1-2028 verwachten we een stand van bijna € 7,5 miljoen.
Speelvoorzieningen
De gemeente heeft in totaal 115 openbare speel- en sportplekken. Het ‘Uitvoeringsprogramma speelruimte 2019-2022’ beschrijft de gewenste ingrepen in de openbare ruimte op basis van de gestelde beleidsambities en de technische staat van de speelvoorzieningen op die 115 plekken. Ook worden de maatregelen gekoppeld aan relevante uitvoerings- en renovatieprogramma’s voor de openbare ruimte, zoals (her)bestrating, ophoging en rioleringswerkzaamheden. Het uitvoeringsprogramma is een leidraad voor de renovatie en herontwikkeling van speellocaties per wijk.
In het uitvoeringsprogramma 2019-2022 is opgenomen dat op 73 locaties (incl. speelroutes) een ingreep of aanpassing wordt gerealiseerd. Dit gaat om aanpassing van 66 speelplekken, de aanleg van 5 speelroutes en 2 natuurlijke speelplekken. Hiervoor is een krediet van €1.066.000 beschikbaar gesteld.
Vanwege verschillende factoren is uitvoering in de periode 2020 en 2021 anders verlopen dan gepland. Dit had onder andere te maken met de Coronamaatregelen. Participatietrajecten zijn hierdoor uitgesteld, maar ook wijkrenovaties waaraan de vernieuwing van speelplekken veelal is gekoppeld.
Daarom is er begin 2022 een update van het uitvoeringsprogramma uitgevoerd. Die update omvat:
• een evaluatie van de realisatie in de periode 2019 t/m 2021;
• een bijgewerkt uitvoeringsprogramma voor de periode vanaf 2022 t/m 2024.
Daarbij zijn er in 2023 en 2024 ook weer andere speelplekken die in aanmerking komen voor herinrichting. Deze actualisatie omvat daarom ook de opgave van 2023 en 2024. Een factor waarmee in de actualisatie rekening wordt gehouden is de forse prijsstijging de afgelopen jaren van speeltoestellen, bijkomende materialen en arbeid. In de begroting 2024 is daarom een aanvullend krediet van €400.000 opgenomen.
De planning voorziet erin dat we tot en met 2024 het grootste deel van de 115 plekken hebben vernieuwd of vervangen. Daarnaast bereiden we dit jaar de realisatie van een tweede Gio-court voor. Daarvoor zijn we inmiddels een locatie-onderzoek gestart.
Op basis van verwachte levensduur verwachten we dat we in 2025 en 2026 de laatste 37 plekken moeten worden vervangen. Daarvoor is een aanvullend krediet van €647.000 nodig. De (dekking van de) kapitaallasten voor dit krediet zijn in deze Kadernota opgenomen.
Tenslotte heeft uw raad in de motie ‘Krimpen speelt mee’ gevraagd om in het tweede kwartaal van dit jaar in beeld te brengen waar zich speeltuinluwe buurten bevinden of waar sprake is van onaantrekkelijke en niet functionele speelruimte. Om vervolgens een separaat voorstel aan uw raad te doen, inclusief een voorstel tot dekking om te komen tot een nieuw speelruimteplan waarin de geschetste ambities zijn opgenomen.
Een eerste raming laat zien dat we daar nog eens een krediet van €620.000 voor nodig hebben. Voor dit krediet is op dit moment geen dekking aanwezig. Wij hebben de kapitaallasten voor dit krediet niet in de Kadernota opgenomen.
Beheer en onderhoud
Al eerder, in 2007, was een Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte vastgesteld. In dat plan is voor het eerst de gewenste beeldkwaliteit beschreven van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In 2014 is het Kwaliteitsplan geactualiseerd. Op dat moment zijn nieuwe keuzes gemaakt voor de verhouding tussen kwaliteit, budget en tevredenheid. Die vervolgens zijn vertaald in meerjarige onderhoudscontracten voor bijvoorbeeld groen en openbare verlichting.
Twee typen budgetten
Wij zetten in de openbare ruimte dus twee typen budgetten in:
• voor beheer en onderhoud stelt uw raad in de exploitatie budgetten beschikbaar
o die vooral zijn bestemd voor de langjarige verplichtingen die wij met aannemers aangaan (zo is recent een nieuw groencontract afgesloten)
• voor investeringen stelt uw raad jaarlijks kredieten beschikbaar
o die (grotendeels voor 100%) via heffingen in rekening worden gebracht als het om investeringen met economisch nut gaat
o die in de vorm van kapitaallasten (afschrijvingen en rente) in de begroting worden verwerkt als het om investeringen met maatschappelijk nut gaat
Totaalbeeld in het Beheerplan Openbare Ruimte
Vervolgens hebben wij in 2022 het ‘Beheerplan Krimpen aan den IJssel 2022-2026’ opgesteld. In dit beheerplan geven wij een totaalbeeld van het beleid, het areaal en de investeringen ten aanzien van de openbare ruimte.
Bij alle beheerdisciplines en in alle structuurgebieden wordt – sinds 2014 – kwaliteitsniveau B* toegepast. Alleen op de begraafplaatsen hanteren wij kwaliteitsniveau A.
Jaarlijks wordt op 50 vaste locaties in de gemeente een visuele inspectie uitgevoerd aan de hand van de landelijke norm. Op basis daarvan worden diverse renovaties uitgevoerd. Ook wordt elk jaar alle verharding opgenomen. Van al het 'klein onderhoud' wordt een zo geheten schadecatalogus gemaakt.
Voor een aantal disciplines (bijvoorbeeld bomen en speelvoorzieningen) worden ook specifieke veiligheidsinspecties uitgevoerd.

In de periode 2022-2026 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse investering in integrale projecten een kleine €8 miljoen. Per discipline is dat gemiddeld:
• €3,5 miljoen voor verharding
• €2,1 miljoen voor riolering
• €1,3 miljoen voor klimaatadaptatie
• €0,4 miljoen voor groen
• €0,5 miljoen voor openbare verlichting
• €0,1 miljoen voor sanering, spelen en verkeer
Baggeren
Onze doelstelling is om regelmatig een baggerwerk uit te voeren, binnen een cyclische periode van 12 jaar waarbij dan alle overige watergangen in de gemeente zijn gebaggerd. Dit is nodig om de watergangen op voldoende waterdiepte te houden.
Met het baggeren willen wij bereiken dat de doorstroming van het water wordt bevorderd, verstoppingen van duikers voorkomen worden, watergangen niet volledig dichtslibben en een gezonde ecologische balans in het watersysteem behouden blijft.
Uit waterdieptemetingen voor heel de gemeente is gebleken dat het noodzakelijk is om overige watergangen in de wijk Kortland-Noord aan te wijzen om als vervolg op de wijk Boveneind te baggeren. Hiervoor is inmiddels milieutechnisch waterbodemonderzoek gedaan en een bestek opgesteld om het werk te kunnen aanbesteden en te laten uitvoeren.
Het baggeren van watergangen is wettelijk verplicht voor gemeenten en andere partijen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van waterwegen. Het tijdig laten baggeren is essentieel voor een goede doorstroming.
In de komende jaren zullen watergangen in meerdere wijken moeten worden gebaggerd. Hiervoor wordt per project met het Hoogheemraadschap bekeken in hoeverre samenwerking mogelijk is. Hiervoor is de volgende meerjarige planning op basis van de waterdieptemetingen opgesteld:
• Kortland-Noord in 2024 en 2025
• Kortland-Zuid in 2026
• Lansingh-Zuid in 2028
Ontwikkelingen in het beheer van de openbare ruimte
In het Beheerplan 2022-2026 besteden we veel aandacht aan klimaatadaptatie. Dat is één van de maatschappelijke ontwikkelingen (transities) die een grote impact hebben op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.
De openbare ruimte moet de komende jaren immers niet alleen klimaatadaptief, maar ook ‘senior proof’, inclusief, circulair, ‘beweegvriendelijk’ en ‘smart’ zijn of worden. De grootste gemene deler daarvan is dat we meer en meer tot het inzicht komen dat de (her)inrichting van openbare ruimte de zelfredzaamheid en gezondheid van mensen kan bevorderen.
Zo kunnen gemeenten met investeringen in groen, de gezondheid en het welzijn van hun inwoners een grote boost geven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat groen een positief effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Groen zet aan tot beweging, heeft een verkoelende werking, zorgt voor minder eenzaamheid en voor sneller herstel van stress en vermoeidheid. Deze vier (en mogelijk nog meer) mechanismen maken dat in een groene omgeving mensen gezonder zijn.
Wij zouden de komende jaren dan ook graag extra in de groenstructuur van onze gemeente willen investeren. Op dit moment ontbreekt daarvoor de financiële ruimte.
In de eerste plaats is vernieuwing van de grote parken in de eerste orde groenstructuur van onze gemeente (bijvoorbeeld het Middenwetering- en Moderatopark) geen onderdeel van de Meerjarenplanning van riolerings- en herstraatprojecten. Ook binnen de beheer- en onderhoudsbudgetten voor groen wordt daar geen rekening mee gehouden.
In de tweede plaats is er binnen die beheer- en onderhoudsbudgetten ook onvoldoende financiële ruimte om verouderde plantvakken (met onder andere problemen door wortelonkruiden) te vernieuwen. Dat betekent vervolgens ook dat de groenaannemer niet in staat is om die plantvakken op kwaliteitsniveau B te onderhouden.
Wij willen de komende tijd bezien of wij door her-allocatie van middelen binnen het beleidsthema Openbare ruimte en verkeer voor beide onderwerpen toch dekking kunnen vinden.
Een laatste relevante ontwikkeling is het zo geheten ‘participatief beheer’ van de openbare ruimte. Bewoners worden steeds meer betrokken bij inrichting en beheer en nemen ook vaker zelf het initiatief om zaken in hun eigen leefomgeving aan te pakken.
Nieuwe integrale visie en strategie op de openbare ruimte is nodig
Wij vinden het al met al verstandig om een nieuwe en integrale visie en strategie voor de openbare ruimte te ontwikkelen waarbij het belang van die openbare ruimte centraal staat en waarin de mogelijkheden vanuit vervanging en groot onderhoud én het (participatieve) beheer worden meegenomen. Dat moet leiden tot een nieuwe Handboek Openbare Ruimte en een nieuw Beheerplan.
Vervolgens kan dan een financiële doorvertaling worden gemaakt welke investeringen en welke beheerbudgetten – ná 2026 – nodig zijn om de openbare ruimte toekomstbestendig te maken en te (onder)houden. En deze doorvertaling kan en moet – in het licht van het ‘financiële ravijn’ – worden afgezet tegen de middelen die (maximaal) beschikbaar kunnen worden gesteld.
*Kwaliteitsniveau B staat voor: “Enige schade doch functioneel. Geen verlies veiligheid. Matig schoon, enige vervuiling maar niet storend”.