3. Sociaal domein

3.1 Ontwikkelingen

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen

Het sociaal domein is vanuit financieel oogpunt al jaren een dynamisch werkveld. Het beslaat bovendien zo’n 40% van de lasten binnen onze begroting. Aan individuele hulp alleen geven we op jaarbasis ruim €36 miljoen uit.

Toename van vraag door vergrijzing, toename van jeugdproblematiek en onzekerheden in financiering vanuit het Rijk zijn de belangrijkste ingrediënten voor deze dynamiek. Dit was al een grote uitdaging maar door de financiële positie voor de komende jaren zal deze alleen maar groter worden. 
Uitgangspunt daarbij blijft wat ons betreft wel dat we de juiste dingen voor inwoners blijven doen. In de wetenschap dat onze sociale structuur kwetsbaar is en moeilijk te beïnvloeden. 

Bestaanszekerheid
Bestaanszekerheid is een complex vraagstuk dat zich manifesteert op verschillende leefgebieden van burgers. De impact in het ene leefgebied versterkt in een aantal gevallen de effecten op andere leefgebieden en vergroot daardoor de kwetsbaarheid van inwoners. Zo betekent een slechtere gezondheid of laaggeletterdheid minder kansen op de arbeidsmarkt. En werkloos zijn heeft weer een negatieve invloed op de gezondheid.  
Als gemeente spelen we met name een rol aan de ‘achterkant’ van dit vraagstuk. Waar landelijke maatregelen zoals uitkeringen, toeslagen, inkomenspolitiek en gezondheidszorg niet leiden tot het gewenste effect, worden vanuit gemeente de ‘gaten dicht gelopen’ door lokale maatregelen zoals gemeentelijke re-integratieactiviteiten en armoede- en minimabeleid.  

Zorg
Vergrijzing zorgt voor een blijvende toename van de vraag naar zorg. Landelijk leidt dit tot een blijvende stijging in kosten binnen de Wet Langdurige Zorg, Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 

Alhoewel de gemeente uitsluitend verantwoordelijk is voor het laatste onderdeel, is een succesvolle aanpak van de gevolgen van vergrijzing alleen mogelijk als er op alle terreinen actief wordt samengewerkt. Dit gebeurt op het terrein van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en, in mindere mate, met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). 

Vanuit het IZA wordt in de regio Rotterdam, Capelle en Krimpen gewerkt aan de uitwerking van het regioplan “Samen Zorgen voor Morgen”. De doelstellingen vanuit het regioplan zijn het verkleinen van gezondheidsverschillen en verbeteren van gezondheidsuitkomsten door te investeren in preventie. Het gedachtegoed van positieve gezondheid is de basis van het regioplan. 

De gemeente zet vooral in op de thema’s Integrale wijkaanpak, Gezond ouder worden, Mentale Gezondheid, Jeugd & Gezin en Bewustwording & Gezonde leefstijl. Looptijd van het regioplan en de hiervoor beschikbare middelen zijn tot eind 2026. Inzet op deze thema’s vergt niet alleen een behoorlijke ambtelijke inzet, maar ook inzet van onze samenwerkingspartners in het sociaal domein. 

In kleiner regionaal verband werken we ook aan deze thema’s vanuit het Samenwerkingsverband ‘Capelle Krimpen Verbonden’. Dit is een samenwerking van publieke en private instellingen en organisaties die werkzaam zijn op het terrein van wonen, welzijn en zorg in de gemeenten Capelle en Krimpen aan den IJssel met als doelstelling het bevorderen van het welbevinden en een gezonde leefstijl van Capellenaren en Krimpenaren door het domein verbindend organiseren en optimaliseren van toekomstbestendige zorg en welzijn. 

De routekaart van ‘Capelle Krimpen Verbonden’ beschrijft het geheel van projecten en inspanningen. De routekaart heeft een drietal uitgangspunten, te weten: Positieve gezondheid, Re-ablement en Regelarm.

Jeugd
De vraag naar jeugdhulp en de daarmee samenhangende kosten blijven hoog. Dit is niet alleen in Krimpen het geval, maar is ook regionaal en landelijk een punt van zorg. Daarmee hangt samen dat er een doorlopende discussie blijft bestaan tussen Rijk en gemeenten over een passende financiering voor de uitvoering van de Jeugdwet. Om dit knelpunt te ondervangen zijn een drietal sporen uitgezet:

1.    Landelijke maatregelen (hervormingsagenda)
2.    Regionale maatregelen (regionale beheersmaatregelen kostenbeheersing jeugd)
3.    Lokale maatregelen (Scherp aan de wind en reikwijdte)

Keuze vanuit visie
Om (financiële) keuzes te maken binnen het sociaal domein is het van belang dat we deze keuze baseren op een gedragen visie met het antwoord op de centrale vraag: Wat voor gemeente willen we zijn? 

De basis voor de gemeentelijke visie op het sociaal domein is verankerd in een meerjarig beleidsplan. Momenteel wordt gewerkt aan een update van dit plan voor de periode 2025-2030. Dit document moet leidend en richtinggevend zijn voor de invulling van het sociaal domein in brede zin. Het gaat hierbij niet alleen om zaken die onder de Jeugdwet en de Wmo vallen. Maar ook om gezondheid, onderwijs, werk en inkomen, bestaanszekerheid en dergelijke en de raakvlakken met andere terreinen zoals sport, cultuur, veiligheid en het fysieke domein. 

We staan voor forse maatschappelijke uitdagingen. Met de maatschappelijke partners zijn we in gesprek over de visie en de ambities voor de komende jaren. Ook worden de inwoners bij dit traject betrokken. Dit deel van het participatietraject willen we gelijk op laten lopen met onder andere het participatietraject rondom de omgevingsvisie. Voor beide visies is het nodig om van de inwoners te horen hoe we de toekomst van Krimpen aan den IJssel voor ons zien. 

Als we naar het Sociaal Domein kijken gaat het om vragen als :
•    Wat voor een gemeente willen we zijn als het gaat om gezondheid en zorgen voor elkaar?
•    Hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan blijven doen en grip houdt op eigen leven? 
•    Wat mogen inwoners van de gemeente verwachten?
•    Wat mogen wij van de inwoners zelf verwachten?

In het eerste kwartaal van 2025 zal dit nieuwe plan worden geagendeerd bij de gemeenteraad. Deze visie kan de basis zijn voor de te maken (financiële) keuzes. 

3.2 Preventie

Preventie

Terug naar navigatie - Preventie

Preventief beleid is een belangrijk onderdeel van een stevige sociale basis. Voor de jeugd vooral gericht op de jeugdgezondheidszorg en het jeugd- en jongerenwerk. En voor alle inwoners activiteiten gericht op welzijn vanuit de KrimpenWijzer. Ook vallen hier activiteiten onder die momenteel vanuit IZA/GALA worden georganiseerd. Denk hierbij onder andere aan ‘Welzijn op recept’.

De mate van beïnvloeding van deze kosten is divers. Zo is de jeugdgezondheidszorg een wettelijke taak en heeft de gemeente weinig tot geen beleidsvrijheid. Het jeugd- en jongerenwerk en alle welzijnsactiviteiten daarentegen vallen wel volledig binnen de beleidsvrijheid van de gemeente. Maar stevige maatregelen in deze activiteiten zullen ook weer effect hebben op de vraag naar zorg bij de basis of individuele hulp. Een zorgvuldige afweging is hierbij van belang.

De financiering vanuit IZA/GALA maakt dit vraagstuk nog complexer. Op basis van de huidige akkoorden neemt de financiering vanuit IZA/GALA af. 

3.3 Basishulp

Basishulp

Terug naar navigatie - Basishulp

Er zijn veel landelijke, regionale en lokale opgaven die zijn weerslag hebben in het Sociaal Domein.  Landelijk zijn afspraken gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. Regionaal is een ‘regionale opdracht kostenbeheersing jeugd’ opgesteld. En lokaal wordt gewerkt aan kostenbeheersmaatregelen bestaande uit de vertaalslag van de regionale maatregelen en het beperken van de reikwijdte. 

Inhoudelijk zien we dat er een andere manier van denken nodig is binnen het sociaal domein. Dit vraagt ook om een gedragsverandering bij ouders, opvoeders, maar ook bij de professionals. Gedragsverandering gaat niet vanzelf en kost tijd. Het laten slagen van alle opgaven vraagt om een goed werkende toegang en een sterk lokaal team.
 
Een van de opgaven in het Sociaal Domein, die als rode draad over al door heen loopt, is dan ook het versterken van ons lokaal team. De VNG heeft recentelijk een richtinggevend kader voor een stevig lokaal team én een leidraad werken aan veiligheid gepubliceerd. 

Het Toekomstscenario Kinder- en Gezinsbescherming gaat ook uit van deze leidraad.  Het lokaal team heeft niet alleen de functie van het signaleren en bespreekbaar maken van onveiligheid en het handelen hierop, maar ook een netwerkfunctie. Het lokaal team draagt niet over maar zet (jeugd)hulp in en schakelen waar nodig (veiligheids)expertise in.

Om de opgaven, inclusief beheersmaatregelen, goed uit te kunnen voeren is extra capaciteit nodig om het Krimpens lokaal team te versterken. Alleen met voldoende tijd en ruimte kunnen professionals de omslag in denken en doen eigen maken.


Uitvoering van deze opgaven zal zorgen voor een verzwaring van de taken binnen het sociaal domein, maar moet leiden tot een efficiëntere en effectievere inzet van hulp en het versterken van de eigen kracht van de jeugdigen en hun netwerk.

•    De uitvoerend medewerkers ondersteunen en scholen in nieuwe werkwijzen.
•    Intensieve casusregie versterken (Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming)
•    Scherper indiceren, richting ouders en zorgaanbieders, zal zorgen voor:
•    Intensiever toetsen van de kwaliteit en effectiviteit van zorgtoewijzingen
•    Behandelen van een te verwachten toenemend aantal klachten en bezwaren vanwege afwijzingen
•    Contractmanagement intensiveren

De noodzakelijke extra investering bedraagt €250.000 voor zowel 2025 als 2026. Vanaf 2027 wordt uitgegaan van €130.000 structureel. 

Structurele dekking van deze kosten kan voor €130.000 worden gevonden in de lokale inkoop jeugd. Op basis van de jaarrekening 2023 kan worden vastgesteld dat deze ruimte aanwezig is. Het voor 2025 en 2026 resterende bedrag van €120.000 willen we (twee keer) incidenteel dekken.

3.4 Individuele hulp

Individuele hulp

Terug naar navigatie - Individuele hulp

Participatiewet
Uitstroom naar werk blijft de belangrijkste doelstelling. Zelf kunnen voorzien in het levensonderhoud levert een belangrijke bijdrage aan de zelfredzaamheid en draagt bij aan het verstrekken van de eigenwaarde. Ook in 2025 zal dit een belangrijke focus blijven. 

Wat we wel zien is dat ondanks deze activiteiten het bijstandsvolume per saldo niet afneemt. Dat komt door een aantal oorzaken. Gedeeltelijk door verhuizingen naar onze gemeente en de taakstelling voor statushouders, maar ook door de afbouw van de Wajong. 

Instroom in de Wajong is uitsluitend nog mogelijk als iemand volledig arbeidsongeschikt is. Is er sprake van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid dan valt deze doelgroep niet meer onder de Wajong maar onder de participatiewet. 

In de huidige ramingen gaan we ervan uit dat ook voor het gehele bestand re-integratieactiviteiten worden ingezet. Deze zijn niet in alle gevallen gericht op reguliere arbeidsparticipatie, maar ook deels gericht op arbeidsmatige/maatschappelijke participatie.  

Een afweging of hier mogelijk minder op geïnvesteerd moet gaan worden, dient onderdeel te zijn van de aanpak van het financieel ravijn.

Armoede- en minimabeleid
Het armoede- en minimabeleid valt in formele zin buiten de wettelijke taak van de Participatiewet. Dit bevat lokale maatregelen die vanuit de gemeentelijke beleidsvrijheid zijn gecreëerd. Het armoede- en minimabeleid wordt momenteel geëvalueerd. In het eerste kwartaal van 2025 zal deze evaluatie aangeboden worden aan de gemeenteraad. Deze evaluatie kan gebruikt worden voor de afweging die noodzakelijk is voor 2026 en verder. 

Jeugdhulp
Voor de jeugdhulp zijn er een drietal sporen uitgezet:

Spoor 1: Landelijke maatregelen (hervormingsagenda)
De hervormingsagenda bevat landelijke afspraken over de toekomst van de jeugdhulp. Deels betreffen dit afspraken die regionaal en lokaal vertaald dienen te worden. Anderzijds bevatten deze afspraken tussen Rijk en gemeente over de financiering van de jeugdhulp.

Spoor 2: Regionale maatregelen (regionale beheersmaatregelen kostenbeheersing jeugd)
Regionaal is er door alle regiogemeenten in samenwerking met de zorgaanbieders een pakket aan maatregelen vastgesteld. Belangrijkste elementen hieruit zijn de afbouw en ontwikkeling van een passend hulpaanbod voor de gesloten jeugdhulp. En de aanscherping en naleving van de samenwerkingsafspraken tussen zorgaanbieders en gemeenten. Hierbij wordt kritisch gekeken naar de passende inzet van zorg en de naleving van de contractuele afspraken. Deze laatste twee elementen vragen ook extra inzet vanuit elke individuele gemeente. 

Spoor 3: Lokale maatregelen (Scherp aan de wind en reikwijdte)
Zoals aangegeven bij spoor 2 ligt de lokale focus op een kritische blik op het nakomen van gemaakte afspraken. Daarnaast wordt de vraag naar inzet van jeugdhulp extra zorgvuldig gewogen. Is het echt noodzakelijk? Zijn er alternatieven? 

Vooralsnog wordt deze scherpe inzet uitgevoerd binnen de bestaande kaders. Geconstateerd is dat deze kaders in de huidige lokale wet-en regelgeving redelijk ruim en niet altijd even duidelijk zijn geformuleerd. Door de reikwijdte van de jeugdhulp  scherper te formuleren en aan te geven waar de lokale grenzen liggen is aanpassing van de verordening en daaraan gekoppelde beleidsregels noodzakelijk.

Zorg
De kosten-en vraagontwikkeling binnen de Wmo laat de afgelopen jaren een relatief stabiel verloop zien, als we het effect van het abonnementstarief buiten beschouwing laten. Hierbij is wel sprake van een licht stijgende lijn maar deze is te verklaren door indexaties en vergrijzing.  Met de landelijke focus op het ‘langer thuis wonen’ zullen de zorgkosten de komende periode nog verder gaan oplopen. 

Het huidige gemeentelijke voorzieningenbeleid ligt dicht tegen de rand van de wettelijke ondergrens. Denkrichtingen voor ombuigingen op dit taakveld zijn de aanscherping van indicatiecriteria voor hulp bij het huishouden en begeleiding, en een inzet op ‘reablement’. 

Het gedachtegoed van reablement gaat uit van het versterken van de aanvrager. Er wordt geen ondersteuning gegeven voor wat iemand niet meer kan, maar we focussen op de vraag hoe we er voor kunnen zorgen dat de aanvrager het weer zelf kan. Dus niet direct hulp bij het huishouden inzetten, maar kijken of je met behulp van een fysiotherapeut en/of ergotherapeut de mobiliteit van de aanvrager kunt verbeteren zodat deze weer zelf in staat is om klusjes in huis te doen.