1. Financiële ontwikkeling

1.1 Inleiding

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Deze kadernota is opgesteld met moeilijke financiële omstandigheden voor onze gemeente op komst, als gevolg van de dreiging van grote kortingen op de algemene uitkering (beter bekend als het “ravijn”). Dit zorgt ervoor dat vanaf het financiële beeld volledig omkeert. Helaas betekent dit dat ook onze gemeente zich moet voorbereiden op bezuinigingen.

In het verleden is Krimpen aan den IJssel erin geslaagd om, ook in financieel uitdagende tijden,  het voorzieningenniveau in stand te houden. Dat hebben wij vooral kunnen doen door scherp te begroten en geen voorbarige onomkeerbare bezuinigingsbesluiten te nemen.
De afgelopen jaren ontstond er zelfs financiële ruimte om te investeren en nieuw beleid toe te voegen. Gebruikmakend van die ruimte hebben wij een groot deel van de ambities uit ons bestuursakkoord kunnen vormgeven. Bovendien werden drie jaren op rij afgesloten met positieve rekeningsaldi. Daar komt nu dus verandering in.

Met het ravijn op komst constateren we dat de gemeentelijke financiën sterk worden beïnvloed door externe factoren, waaronder niet in de laatste plaats de financiering die wij van het Rijk ontvangen. Op dit moment is nog niet bekend waar de vertaling van het hoofdlijnenakkoord in de Rijksbegroting 2025 toe leidt en wat dat voor gemeenten betekent. De eerste indrukken zijn dat we daar in financiële zin niet teveel van moeten verwachten.

Aan de andere kant staan we voor grote (investerings)opgaven en is de ruimte om de begrotingsuitkomsten te verbeteren beperkt, omdat verreweg de meeste uitgaven nodig zijn voor de uitvoering van taken.

In het financiële deel van deze kadernota gaan wij achtereenvolgens in op:
•    De ontwikkeling van de financiering van gemeenten
•    De financiële positie van Krimpen aan den IJssel
•    Het financiële meerjarenbeeld
•    Bestemming van het rekeningsaldo 2023
•    Nieuw beleid en intensiveringen

1.2 Financiering van gemeenten

Financiering van gemeenten

Terug naar navigatie - Financiering van gemeenten

Bij de start van het kabinet Rutte IV, eind 2021, werd in het regeerakkoord een sterk oplopend uitgavenpatroon gepresenteerd. Dit betekende voor gemeenten eveneens een groei van de algemene uitkering (trap-op-trap-af) en dus meer besteedbare middelen. Dat was ook hard nodig, want veel gemeenten liepen in de jaren daarvoor tegen tekorten aan in de uitvoering van hun (medebewinds)taken. De gepresenteerde verwachtingen bevatten echter ook een winstwaarschuwing: vanaf 2026 krijgen gemeenten (veel) minder algemene uitkering. Deze korting bedroeg in totaal €3,3 miljard. Al snel werd dit bekend als het “ravijn”.

Sinds het ontstaan van dit ravijn is veel gesproken over en onderzoek gedaan naar de financiering van gemeenten. De uitkomsten hebben slechts gedeeltelijk verbetering in het financiële vooruitzicht gebracht. De toevoeging van een structureel bedrag (€ 924 miljoen) aan het gemeentefonds en het afschaffen van de opschalingskorting (€ 675 miljoen) in de laatste voorjaarsnota bieden enige, maar volstrekt onvoldoende, verlichting. Een verruiming van het lokaal belastinggebied is voorlopig van de baan en de nieuwe accressystematiek op basis van het BBP is op onderdelen ontoereikend voor de kostenontwikkelingen waar gemeenten mee te maken hebben.

Wat overblijft is een forse terugval van de algemene uitkering vanaf 2026, terwijl de uitdagingen voor gemeenten zich opstapelen. Ook van een nieuw kabinet moet gezien het hoofdlijnenakkoord en de tekorten op de Rijksbegroting niet teveel worden verwacht. Het zal voor een groot deel aan gemeenten zelf zijn om de financiën weer op orde te krijgen.
Wij doen daarom in deze kadernota voorstellen voor het proces om op termijn weer tot een sluitende begroting te komen. In de tussenliggende jaren kunnen reservemiddelen helpen om (bezuinigings)maatregelen te laten ingroeien.

Voor alle duidelijkheid: onze inspanningen om de financiën op orde te brengen staan los van het uitgangspunt dat het Rijk voor voldoende financiering moet zorgen voor de taken die zij aan gemeenten oplegt. De VNG voert daarover namens gemeenten gesprekken met het nieuwe kabinet. Het ingroeipad van de maatregelen die wij lokaal treffen moet voldoende flexibel zijn om in te kunnen spelen op de (positieve of negatieve) effecten van het regeringsbeleid met betrekking tot gemeentefinanciën.

1.3 Financiële positie

Financiële positie

Terug naar navigatie - Financiële positie

De afgelopen jaren is de financiële positie van Krimpen aan den IJssel verstevigd, door groei van de reserves, een gunstige schuldpositie en beperkte risico’s. De rekeningoverschotten van de afgelopen drie jaren hebben daar een belangrijke bijdrage aan geleverd, evenals de verkoop van de Eneco aandelen.

De financiële positie laat zich goed uitdrukken in kengetallen.



Uit deze kengetallen blijkt dat Krimpen aan den IJssel er financieel gezond voor staat. Hier kan nog aan worden toegevoegd dat de ratio weerstandsvermogen 4,55 bedraagt. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit 4,5 maal de omvang van de gewogen risico’s bedraagt. De enige dissonant in het positieve beeld is de hoge lokale lastendruk, waardoor lastenverhoging als dekkingsmiddel slechts beperkt inzetbaar is.

Kanttekening is nog dat, afgezien van de gevolgen die het ravijn heeft, de netto schuldquote de komende jaren (stevig) oploopt omdat nieuwe leningen moeten worden afgesloten.

Reserves
De gemeente beschikt over verschillende typen reserves: algemene reserves, bestemmingsreserves, kapitaallastenreserves en egalisatiereserves.

De algemene reserves hebben vooral een bufferfunctie en kunnen daarnaast, indien gewenst, worden ingezet. Dat beïnvloedt echter wel het weerstandsvermogen. Onderdeel van de algemene reserves is de reserve Begrotingstekorten die vorig jaar is gevormd voor het opvangen van tekorten vanaf 2026.

De bestemmingsreserves hebben een door de raad bepaald specifiek doel. Zij zijn daardoor niet meer voor andere doelen in te zetten. Hieronder vallen ook kapitaallastenreserves, die worden ingezet voor de structurele dekking van afschrijvingslasten. De egalisatiereserves tenslotte hebben als doel om ongewenste fluctuaties in onderdelen van de begroting op te vangen en worden alleen daarvoor ingezet.



Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat over 2023. Dit resultaat bedraagt na besluitvorming over de jaarrekening 2023 nog € 5,5 miljoen. Het totaal van de reserves loopt in 2024 terug, maar is nog exclusief het resultaat over 2023. In deze kadernota doen wij u een voorstel voor de bestemming van dit bedrag, in samenhang met de reservepositie en de opgaven voor de lange termijn.

1.4 Financieel meerjarenbeeld

1.4.1. Dekking

Dekking

Terug naar navigatie - Dekking

Vooruitlopend op de bezuinigingsaanpak voor het ravijn hebben wij in deze kadernota al een aantal dekkingsmaatregelen opgenomen die het saldo verbeteren:

Als dekkingsmaatregelen zijn al meegenomen de verlaging van de bijdrage aan de kinderboerderij door maatregelen van Promen en een verlaging van het budget voor armoederegelingen vanwege onderbesteding.

Daarnaast maken we gebruik van de mogelijkheid om de kosten van medewerkers duurzaamheid te dekken uit de specifieke uitkering CDOKE. Daardoor blijft wel minder besteedbaar budget over voor duurzaamheid.

Vooruitlopend op de nota vaste activa die u in het najaar krijgt aangeboden starten wij met het toerekenen van ambtelijke uren aan investeringen. Deze toerekening is conform de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording en leidt ertoe dat uren worden geactiveerd en afgeschreven, waardoor de programmabegroting wordt ontlast. Aan de andere kant betekent dit dat bij de kredieten voor investeringen rekening gehouden moet worden met deze kosten.

1.4.2. Nieuw beleid en intensiveringen

Nieuw beleid en intensiveringen

Terug naar navigatie - Nieuw beleid en intensiveringen

De kadernota is het moment om een integrale afweging te maken over de toevoeging van nieuw beleid en de intensivering van bestaand beleid. Daarom wordt in de kadernota altijd een overzicht van onderwerpen gepresenteerd waarvoor extra middelen nodig zijn.

Bij de behandeling van de begroting 2024 heeft uw raad een amendement aangenomen omdat er meer behoefte was aan informatie en toelichting bij de voorstellen. Daarbij werden ook de gevraagde bedragen voor (vervangings)investeringen betrokken.

In deze kadernota presenteren wij, vanwege de financiële vooruitzichten, geen nieuwe plannen die extra beslag op structurele middelen leggen. Wel is in een aantal gevallen incidenteel meer budget nodig of worden extra middelen gevraagd voor bestaand beleid, bijvoorbeeld in de vorm van vervangingsinvesteringen. Wij kijken daarbij op de volgende wijze naar nieuw beleid en intensiveringen.

In de kadernota en begroting wordt altijd gesproken over “nieuw beleid en intensiveringen”. Met de term intensiveringen wordt aangegeven dat vaak sprake is van extra middelen zonder dat sprake is van een nieuw taak. Wij maken dat nu meer expliciet door de volgende onderverdeling te hanteren:

In deze kadernota zijn de volgende onderwerpen opgenomen. De toelichting vindt u bij de inhoudelijke teksten.

1.4.3. Conclusie financieel beeld

Conclusie financieel beeld

Terug naar navigatie - Conclusie financieel beeld

De actualisatie van budgetten, financiële ontwikkelingen, dekkingsmaatregelen en de voorstellen voor nieuw beleid en intensiveringen tellen op tot het volgende financiële meerjarenbeeld:



Op basis van deze kadernota, met de kennis van nu, is het begrotingsjaar 2025 sluitend. De tekorten vanaf 2026 vragen om een integrale aanpak, die wij in deze kadernota presenteren. Voor de begroting 2025 richten wij ons erop om 2025 structureel in evenwicht te brengen. Wij houden daarbij rekening met de mogelijkheid om het begrotingsjaar indien nodig incidenteel sluitend te maken met een bijdrage uit de reserves. De onverwachte eenmalige verrekening in 2025 van het opschalingskortingsbedrag via de meicirculaire (voor Krimpen aan den IJssel € 1 miljoen) mag op deze wijze gecompenseerd worden. Zoals u kunt zien in de tabel lijkt het op dit moment niet noodzakelijk deze dekkingsoptie in te zetten.

De toezichthouder zal de begroting primair op structureel evenwicht in 2025 beoordelen. Omdat de cijfers zeer beperkt incidentele baten bevatten, maar wel een incidentele reservestorting voor investeringen in de openbare ruimte, is het structureel evenwicht positiever dan de getoonde uitkomsten.

Financieel meerjarenbeeld

Terug naar navigatie - Financieel meerjarenbeeld

Het vertrekpunt voor de cijfers in deze kadernota is de stand van de (meerjaren)begroting zoals opgenomen in de begrotingswijziging van juni. Voor het jaar 2025 is daarin nog een klein voordelig saldo in gepresenteerd. Vanaf 2026 zijn er forse tekorten te verwachten.

In deze kadernota zijn alle budgetten geactualiseerd, nieuwe indexeringen toegepast en is bovendien de meicirculaire van het gemeentefonds verwerkt.



We geven u een korte toelichting op de onderwerpen die het meest van invloed zijn op de ontwikkeling van het saldo.

Gemeenschappelijke regelingen
De bijstelling is vooral het gevolg van de indexering die voor 2025 6,8% bedraagt (inclusief nacalculatie). Bij enkele GR-en is sprake van extra kostenstijgingen, waaronder de GR Jeugdhulp. De opgenomen bedragen zijn gebaseerd op de begrotingen van de GR-en.

Overigens hebben wij recent alle gemeenschappelijke regelingen verzocht om de beschikbare middelen voor 2025 en verder nog efficiënter en effectiever in te zetten. Ook hebben we gevraagd om te anticiperen op de ontwikkelingen, terughoudend te zijn in de uitgaven en slimme en effectieve beleidskeuzes te maken die recht doen aan de financiële vooruitzichten.

Lokale heffingen
Ten opzichte van de ramingen in de lopende begroting is sprake van nadelen op de exploitatie van riool, afval en lijkbezorging. Dit heeft voor een groot deel te maken met het bijstellen van de indexen, waarvan het voordeel in de regel indexering is meegenomen. Als gevolg hiervan worden de inkomsten eveneens meerjarig verlaagd, wat een nadeel voor de begroting betekent.

Voor lijkbezorging constateren we dat de baten achterblijven bij de ramingen. Dat komt vooral door lagere aantallen begrafenissen en verlengingen. Bovendien nemen de kosten vanaf 2024 sterk toe vanwege het nieuwe groencontract. 
In deze kadernota houden we vooralsnog rekening met een dekkingspercentage dat gelijk is aan de bovenkant van de bandbreedte uit de Nota lokale heffingen* (80%). De komende maanden wordt onderzocht op welke wijze de dekking op dit onderdeel verbeterd kan worden, zonder buitenproportionele tariefstijgingen.

Participatiebudget
De GR IJsselgemeenten heeft een meerjarenbegroting 2025-2028 voor het participatiebudget opgesteld. Hierin is een stijging van de kosten te zien die voornamelijk wordt veroorzaakt door de toename van de complexere doelgroep. De uitgaven voor het participatiebudget nemen toe door de omvang van het aantal mensen met een arbeidsbeperking binnen de Participatiewet. Bovendien heeft het huidige klantenbestand doorgaans een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, wat leidt tot een grotere behoefte aan begeleiding. Deze groep heeft recht op ondersteuning en begeleiding bij het vinden en houden van een passende werkplek. 

Herrekening kapitaallasten en voorziening onderhoud kapitaalgoederen
Zoals ieder jaar zijn de kapitaallasten en de stortingen in de voorziening onderhoud kapitaalgoederen (OK) opnieuw berekend op basis van de balans per 1 januari 2024. Door het later gereed komen van een aantal investeringen daalt de omvang van de kapitaallasten. Dit is een jaarlijks terugkerend beeld, omdat in de praktijk planningen niet altijd gerealiseerd kunnen worden.

Vrijval kapitaallasten reserveren
De komende jaren is een aantal investeringen aan het einde van de afschrijvingstermijn, terwijl vervanging nog niet direct aan de orde is. Om te voorkomen dat de begrotingsruimte die nodig is voor vervangingen verdwijnt, laten we deze bedragen niet vrijvallen in het saldo. Er volgt nog een voorstel voor de besteding van deze begrotingsruimte voor de periode tot vervanging.

Financieringslasten nieuwe leningen
De komende jaren heeft Krimpen aan den IJssel een grote investeringsopgave. Dit betreft vooral uitvoering van het beheerplan openbare ruimte, het IHP onderwijs en binnensport en diverse (vervangings)investeringen. Om deze uitgaven te kunnen financieren zijn liquide middelen nodig. De liquiditeitsprognose geeft aan dat naast de reeds eerder opgenomen lasten van een lening in 2025, ook leningen nodig zijn in de jaren daarna. In totaal gaat het in de periode 2025-2028 om circa € 100 miljoen. In de cijfers van deze kadernota is rekening gehouden met een rente van 3%. Dat is lager dat de actuele percentages en gaat dus uit van een rentedaling. Wij nemen hiervoor bij de begroting indien nodig ook een risico op.

Indexering
In bijlage 1 zijn de (technische) uitgangspunten opgenomen waarmee in deze kadernota is gerekend, waaronder de indexeringstabel. De indexeringspercentages in deze kadernota zijn afgeleid van het Centraal Economisch Plan 2024 (CEP). Omdat de actuele verwachtingen voor loon- en prijsontwikkeling uit het CEP2024 lager zijn dan in de vorige meerjarenraming betekent dit een meerjarig voordeel. Het CEP2024 wordt ook gebruikt door het Rijk bij het opstellen van de meicirculaire. Wij hanteren dus dezelfde uitgangspunten voor loon- en prijsontwikkeling die van invloed zijn op de ontwikkeling van de algemene uitkering. 

Uitzondering hierop is het toegepaste indexeringspercentage voor de zorgkosten in het sociaal domein. Uitgangspunt hierbij is, volgens de contracten met de zorgaanbieders, de OVA-index.

Gemeentefonds (meicirculaire)
In de meicirculaire is de voorjaarsnota van het demissionaire kabinet Rutte IV verwerkt. De effecten voor Krimpen aan den IJssel zijn als volgt:

Voor het meerjarenbeeld levert dit in ieder geval op dat de opschalingskorting definitief wordt afgeschaft (vanaf 2026). Dat is verwerkt in de regel “Accres en uitkeringsbasis” Voor Krimpen aan den IJssel is dat een voordeel van circa € 1 miljoen. Daar staat tegenover dat in 2025 eenmalig een korting ter hoogte van dit bedrag wordt toegepast.

De ontwikkeling in de regel “Maatstaven en hoeveelheidsverschillen” heeft vooral betrekking op de lokale prognoses die worden gebruikt bij het doorrekening van meerjarige effecten. Daaronder zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van de WOZ-waarden, aantallen huishoudens met laag inkomen en inwoners. Omdat de lokale ontwikkeling af kan wijken van de landelijke prognose stijgen of dalen de verwachte bedragen. Vanwege de aangepaste berekeningsmethode voor huishoudens met laag inkomen, wordt landelijk geadviseerd rekening te houden met een risico.

Het demissionaire kabinet heeft de beoogde extra besparing op jeugd in 2025 geschrapt. Naast het voordeel van € 800.000 op de algemene uitkering betekent dit dat de opgenomen stelpost van € 200.000 voor te realiseren besparingen ook wordt geschrapt. Per saldo is het effect daarom € 600.000.

De rijksmiddelen voor de Participatiewet worden uitgekeerd als Integratie Uitkering met een eigen indexering. Omdat die indexering niet meeloopt in de loon- en prijscompensatie van de Algemene Uitkering levert deze een apart (voordelig) effect op.

In de voorjaarnota van het kabinet is ook nog melding gemaakt van een reservering voor compensatie van oplopende Wmo kosten. Die is echter nog niet toegevoegd aan het gemeentefonds.

Voor de goede orde: in de cijfers zijn nog geen effecten van het hoofdlijnenakkoord uit de formatie opgenomen. Op basis van dat document mag onder meer worden verwacht dat de extra besparing op jeugd structureel wordt geschrapt en dat de specifieke uitkeringen (met een korting) naar de algemene uitkeringen worden overgeheveld.

Het effect van het gemeentefonds op het saldo van 2028 is overigens groter dan dat van de meicirculaire omdat de ontwikkeling van de algemene uitkering voor dat jaar voor het eerst wordt toegevoegd aan de meerjarenreeks.

In de Nota lokale heffingen is de bandbreedte voor lijkbezorgingsrechten op 70-80 procent bepaald.

1.5 Bestemming saldo jaarrekening 2023

Bestemming saldo jaarrekening 2023

Terug naar navigatie - Bestemming saldo jaarrekening 2023

De jaarrekening 2023 werd afgesloten met een saldo inclusief reservemutaties van € 6.685.115. Daarvan hebben wij u al bij het vaststellen van de jaarstukken voorgesteld een deel te bestemmen op basis van eerdere informatie. Het resterende, nog te bestemmen, saldo bedrag € 5.517.322.

In de komende jaren zien wij twee grote financiële uitdagingen: de tekorten op de jaarbegrotingen en de investeringsopgave om voorzieningen in stand te houden. Het saldo van 2023 willen wij vooral voor die twee onderwerpen inzetten.

Het rekeningresultaat betreft eenmalige middelen die slechts in beperkte mate kunnen worden benut voor de dekking van de structurele tekorten die vanaf 2026 worden verwacht. De komende jaren willen wij toewerken naar een sluitend structureel perspectief in 2028 of 2029. Dit betekent dat sprake zal zijn van een ingroeipad, waarbij in de tussenliggende jaren tekorten moeten worden gedekt. Vorig jaar is daarvoor al de reserve begrotingstekorten ingesteld waarin uit het rekeningsaldo van 2022 een storting van €4 miljoen is gedaan. 

Met het oog op de tekorten van de komende jaren stellen wij voor om vanuit het saldo 2023 nogmaals een bedrag van € 3 miljoen toe te voegen. Daarmee ontstaat een reserve van €7 miljoen voor het opvangen van negatieve saldi in de jaren 2026, 2027 en mogelijk 2028. 

Wat betreft de investeringsopgave heeft u vorig jaar ingestemd met het vormen van kapitaallastenreserves waaruit de afschrijvingen van investeringen in maatschappelijke voorzieningen kunnen worden gedekt. Dit betekent overigens niet dat voor alle investeringen de dekking uit een reserve kan worden ingezet. Het afgelopen jaar zijn raadsbesluiten over de inzet van de reserve maatschappelijke voorzieningen genomen die betrekking hebben op DCV, MHCK, Scouting en Octaaf/Mozaïek. De reserve heeft nog een restant van € 2,6 miljoen. Op dit moment moeten nog veel belangrijke beslissingen worden genomen over (vervangings)investeringen in scholen en maatschappelijk vastgoed. Een onderbouwde inschatting van welke inzet uit deze reserve daarvoor nodig is, kan nog niet worden gegeven. Wij stellen daarom voor het resterende saldo 2023 voorlopig in de algemene reserve te storten en op een later moment voorstellen te doen over het inzetten ervan.

Wij maken daarop nog één uitzondering. In 2027 bestaat Krimpen aan den IJssel 750 jaar. Dat kunnen wij natuurlijk niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Uit het rekeningsaldo 2023 stellen wij voor een bedrag van €300.000 te reserveren voor de jubileumviering in 2027. Voor het instellen -van de bestemmingsreserve “750 jaar Krimpen aan den IJssel” is een format als bijlage bij deze kadernota gevoegd.