Kadernota 2026
Inleiding
Terug naar navigatie - - InleidingSluitende begroting 2025, maar een ‘ravijn’ in 2026 en verder
Bij het opstellen van de begroting voor 2025 en volgende jaren werden wij geconfronteerd met wat in de volksmond het ‘ravijn’ is gaan heten. Door kortingen van het rijk en een nieuwe financieringssystematiek dreigen er vanaf 2026 grote financiële tekorten voor álle gemeente in Nederland. Concreet zag dat er bij het vaststellen van de begroting in november vorig jaar voor onze gemeente als volgt uit.
In de begroting 2025 hebben wij al een aantal bezuinigingen kunnen inboeken. Met name door een meer realistische planning van onze investeringen en de daarvoor benodigde financiering. Ook hebben wij afschrijftermijnen aangepast en extra rentebaten ingeboekt.
Tenslotte hebben wij alle ‘lucht’ uit de ramingen gehaald door de budgetten op basis van gerealiseerde cijfers naar beneden bij te stellen. In onze beleving was daar het ‘laaghangende fruit’ wel mee geplukt.
Reserve begrotingstekorten toereikend voor ingroeipad vanaf 2026
Dit financieel zorgelijke beeld heeft geleid tot het instellen van de Reserve begrotingstekorten als mogelijk dekkingsmiddel in de jaren 2026-2028. De rapportage ombuigingen die met de raad is gedeeld bij de aanbieding van de ombuigingsmogelijkheden, gaat hier verder op in en schetst dat deze reserve daarvoor ruim toereikend is.
Sinds de vaststelling van de begroting zijn via begrotingswijzigingen aanpassingen vastgesteld, die in de meeste jaren beperkte invloed op de uitkomst hebben:
NB: de juniwijziging wordt behandeld in de raadsvergadering van 26 juni 2025
Op weg naar een sluitende begroting met structureel evenwicht in 2029
Na de vaststelling van de begroting zijn wij (verder) aan de slag gegaan met de strategie die wij al in de Kadernota 2025 hebben beschreven. Wij streven naar een volledig sluitende begroting met structureel evenwicht vanaf het jaar 2029.
In de tussenliggende jaren hanteren wij een ingroeipad. Vanaf deze Kadernota zullen wij voorstellen doen om een steeds groter deel van het tekort met structurele maatregelen te dekken. Het resterende tekort kan in die jaren worden gedekt met de middelen die we daarvoor in de Reserve begrotingstekorten hebben gestort.
Ombuigingsmogelijkheden in beeld gebracht
Om uw gemeenteraad én onszelf inzicht te geven in de keuzes die gemaakt kunnen worden, heeft er een uitgebreide ambtelijke inventarisatie plaatsgevonden van opties om de begroting sluitend te krijgen. Wij hebben alle mogelijke opties aan uw gemeenteraad aangeboden.
Dit waren nog geen voorstellen maar slechts opties waaruit een keuze kan, maar uiteindelijk ook moet worden gemaakt. Het totaal van de opties is daarom meer dan de omvang van het geraamde tekort in 2029.
In gesprek met de samenleving
Wij hebben eerst de samenleving de gelegenheid geboden om zich uit te spreken over mogelijke ombuigingen. De resultaten van dit proces zijn gebundeld in een participatielogboek. Wij hebben de resultaten gebruikt bij het opstellen van deze Kadernota.
Kort samengevat hebben wij de volgende adviezen gekregen:
1. Behoud belangrijke voorzieningen en maak daar slimmer gebruik van
2. Ga slim(mer) om met subsidies en uitgaven en minder essentiële zaken
3. Laat bewoners meer zelf doen of werk met hen samen
4. Herzie de gemeentelijke werkprocessen
5. Zoek naar aanvullende inkomsten, maar verdeel de lasten op een eerlijke manier
Reacties van de fracties
Aan de fracties in uw raad hebben wij gevraagd om iedere ombuigingsmogelijkheid te ‘waarderen’:
1. Goede optie
2. Interessante optie, maar behoeft verdere uitwerking alvorens we een definitief besluit kunnen nemen
3. Onwenselijke optie
Zes van de negen fracties hebben dat gedaan. Ook hebben vijf fracties desgevraagd kort hun ‘visie’ op Krimpen geformuleerd.
De reacties van de fracties laten zich minder makkelijk samenvatten, maar sluiten vaak aan bij de adviezen die wij vanuit de samenleving hebben ontvangen. Ook de reacties van de fracties hebben wij gebruikt bij het opstellen van deze Kadernota.
Kabinet kondigt in Voorjaarsnota financiële verlichting aan
In april van dit jaar bleek dat het kabinet de zorgen van gemeenten uiteindelijk tóch serieus heeft genomen. Per saldo komt er tot en met 2027 cumulatief € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten. Dit extra geld helpt om onder andere de jeugdzorguitgaven te dekken en de terugval in het gemeentefonds vanaf 2026 deels te dempen.
Tegelijkertijd is duidelijk dat met de Voorjaarsnota 2025 en de aanvullende afspraken nog niet alle problemen van gemeenten zijn opgelost en er – ook voor onze gemeente – vanaf 2028 een flink tekort resteert. Onze opgave om toe te werken naar een volledig sluitende begroting met structureel evenwicht in het jaar 2029 blijft daarom onverminderd aanwezig.
Gewacht op meicirculaire: financiële positie blijft zorgwekkend
Begin juni hebben wij de meicirculaire kunnen doorrekenen. Kort samengevat is het goede nieuws dat:
het op korte termijn door extra financiële ruimte mogelijk is om voor de jaren 2026 en 2027 een sluitende begroting aan te bieden zonder dat daar een uitgebreid ombuigingspakket voor hoeft te worden ingezet.
Dat betekent ook dat er in 2026 en 2027 nog geen sprake is van een ingroeipad waarvoor de Reserve begrotingstekorten moet worden ingezet. Voor 2028 en verder resteert er ook op basis van de meicirculaire nog wel een (forse) opgave.
Bovendien staan we op de nog wat langere termijn voor een aantal uitdagingen gesteld en dan met name de (financiële) toekomstbestendigheid van onze vastgoedportefeuille en onze openbare ruimte. Complicerende factor daarbij is dat de (meestal) noodzaak en (soms) wens tot investeren grote consequenties heeft voor de solvabiliteit en netto schuldquote van onze gemeente.
Zoals al eerder toegelicht, is er daarbij niet alleen sprake van een dekkings- maar ook van een financieringsvraagstuk. De verplichting tot aflossing en de hoogte van de kapitaallasten zullen voor lange tijd de financiële positie van de gemeente domineren. Een gemiddelde lening heeft immers een looptijd van 25 jaar, terwijl de investeringen in veelal 25 tot 60 jaar moeten worden afgeschreven.
De wijze waarop het financiële perspectief in de loop van de voorbereidingen op deze Kadernota is gewijzigd, is ongekend. Enerzijds worden wij geholpen door meer financiële ruimte in de eerste jaren. Anderzijds blijft het nodig om toekomstbestendige financiële oplossingen voor de lange termijn te ontwikkelen.
Dat geeft onze gemeente tijd om een financieel onderbouwd toekomstbeeld voor Krimpen te schetsen, waarin de houdbaarheid van het voorzieningenniveau centraal staat.
In de Kadernota 2026 doen wij onze eerste voorstellen
Wij doen uw raad concrete voorstellen waarmee het tekort in 2029 met zo’n € 1,4 miljoen kan worden verminderd. Maar de eerlijkheid gebiedt óók te zeggen dat er nog onvoldoende draagvlak in de gemeenteraad en de samenleving is of lijkt te zijn om al in deze Kadernota zicht te geven op een begroting met structureel evenwicht in het jaar 2029. Wél reiken wij uw raad daarvoor een aantal scenario’s aan.
Die hebben vooral betrekking op onze gemeenschappelijke en institutionele ‘sociale basis’ (onze ‘voorzieningen’) en op de kapitaalgoederen (gebouwen en accommodaties) die wij voor deze sociale basis in stand willen en soms moeten houden. Ook voor het beheer en (groot) onderhoud van onze openbare ruimte reiken wij scenario’s aan.
Ruimtelijk en maatschappelijk domein: een ‘grote verbouwing’
Een aantal jaar geleden spraken onze voorgangers al over de ‘grote verbouwing van Krimpen’. Onze gemeente kent weliswaar een lange geschiedenis van bijna 750 jaar, maar pas in de laatste 75 jaar daarvan (vanaf de opening van de Algerabrug in 1958) is Krimpen sterk tot ontwikkeling gekomen. Grote delen van de gemeente die in deze 75 jaar zijn ontwikkeld, zijn nu verouderd.
Dat geldt zowel voor de reguliere veroudering van onze openbare ruimte als voor het woningbezit van QuaWonen. En het geldt zowel voor ons maatschappelijk vastgoed zoals scholen en sportaccommodaties, als voor het vastgoed van particuliere woningeigenaren, ondernemers en maatschappelijke organisaties.
Tegelijkertijd spelen er nieuwe opgaven. De vraag naar nieuwe of andere woningen is onverminderd groot, we moeten inspelen op de energietransitie en de klimaatverandering en onze inwoners worden steeds ouder. Ook de economie verandert en dat heeft invloed op bedrijven en winkels.
Op sommige plekken komt dit allemaal bij elkaar. Het ‘Hart van Krimpen’ is zo’n plek. Aan de Lijsterstraat en in het Prinsessenpark en Centrum-Zuid zijn verouderde woningen en ander vastgoed gesloopt. Daar komen meer woningen voor terug en ‘en passant’ wordt de openbare ruimte vernieuwd en toekomstbestendig ingericht.
Leegstand binnen de Crimpenhof dwingt de eigenaar tot vernieuwing en het aantrekken van nieuwe winkelformules. Leegstand van Raadhuisplein 4 prikkelt onze gemeente om daar een nieuw concept voor te ontwikkelen.
Kortom, de gemeente moet met haar maatschappelijke partners en inwoners individueel én gezamenlijk keuzes maken en dat moet ook nog eens in financieel onzekere tijden. Bij het maken van die keuzes willen wij straks gebruik kunnen maken van de Omgevingsvisie.
Recent hebben wij uw raad laten zien hoe ver we hier inmiddels mee gevorderd zijn. We onderscheiden zes opgaven die in de samenleving op veel herkenning kunnen rekenen.

Sociaal domein: verandering van denken en doen
Gemeenten kampen met grote tekorten in het sociaal domein, voornamelijk door stijgende kosten en onvoldoende financiering van het rijk. De hoge kosten voor jeugdzorg zijn hierbij een belangrijke factor. Gemeenten zijn hierover met het rijk in gesprek.
Eerder dit jaar heeft uw raad een nieuwe visie op het sociaal domein vastgesteld. Wij herhalen nog maar weer eens dat een zeer groot deel van onze uitgaven betrekking heeft op onze wettelijke taak om individuele hulp te verstrekken aan een drietal specifieke doelgroepen:
• kinderen en jongeren (tot 18 jaar) en hun ouders:
o bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen;
• Iedereen die ondersteuning nodig heeft
o om zelfstandig te blijven wonen en om mee te doen in de samenleving
• Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft
En wij herhalen ook dat het nadrukkelijk onze bedoeling is om de komende jaren de druk op de (relatief dure) individuele hulp te verminderen. Dat kan alleen als het ons lukt om de persoonlijke sociale basis van al onze inwoners te versterken en te ‘investeren’ in hun persoonlijk welzijn.
En verder is het van belang om de gemeenschapszin in onze gemeente te steunen en aan te moedigen. Zo hebben wij al eerder ‘Krimpen ontmoet!’ ontwikkeld om nieuwe ontmoetingsplekken en -momenten te creëren voor inwoners van Krimpen. Het fonds ondersteunt initiatieven van inwoners die zorgen voor een sterkere verbinding tussen de Krimpenaren.
Vanuit het fonds Krimpen ontmoet! krijgen deze initiatieven financiële ondersteuning. Dit kunnen initiatieven zijn die in de openbare ruimte of binnen openbare gebouwen plaatsvinden.
Tenslotte zal het nodig zijn om de institutionele sociale basis zo efficiënt en effectief mogelijk te laten functioneren. Denk bijvoorbeeld aan het zoveel mogelijk multifunctioneel gebruiken van ons maatschappelijk vastgoed. Dat moet er uiteindelijk toe leiden dat we onze uitgaven – met name in de programma’s maatschappelijk en sociaal domein – naar beneden kunnen bijstellen.
Financieel onzekere tijden, goede financiële (uitgangs)positie
Terug naar navigatie - - Financieel onzekere tijden, goede financiële (uitgangs)positieActualisatie van de budgetten
Zoals gebruikelijk zijn we de voorbereidingen van deze kadernota gestart met het actualiseren van de budgetten in de begroting, op basis van een uitgangspuntennotitie. Die uitgangspunten treft u als bijlage bij deze kadernota aan.
De meest opvallende wijzigingen in de cijfers lichten wij toe.
• Indexering
De basisindexering voor 2026-2029 is 2,3%, gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2025. Voor de zorgkosten hanteren we echter het OVA-percentage dat voor 2026 hoger is vastgesteld dan eerder afgegeven. Dat is de voornaamste oorzaak van het nadelige effect van de indexeringen. In 2029 is de hele begroting vanuit het jaar 2028 geïndexeerd, wat grotendeels wordt gecompenseerd door de toename van de algemene uitkering ten opzichte van 2028.
• GRJR -zorgkosten en bijdrage
Voor de gemeenschappelijke regelingen Jeugdhulp Rotterdam is sprake van een beperkte toename van de zorgkosten, op basis van de prognose van de GRJR en eigen analyses. In 2029 is het effect groter omdat de basis 2028 zonder index is.
• Jeugdhulp Scherper aan de wind
Dit betreft de effect van de aanpak waartoe de gemeenteraad heeft besloten op 24 april 2025. Deze maatregel maakte ook deel uit van de ombuigingsopties.
• GR IJsselgemeenten
Zowel voor sociale zaken als voor ICT is sprake van verhoging van het benodigde budget op basis van de GR-begroting 2026.
• Wmo vergrijzingseffect
Aan het gemeentefonds worden oplopende middelen toegevoegd vanwege de toenemende vergrijzing. Parallel daaraan is ook in de prognose van de lasten rekening gehouden met deze ontwikkelingen.
• Duurzaamheid - inzet CDOKE middelen
Dit is de vertaling van het raadsbesluit en de motie die op 27 maart 2025 door de raad zijn aangenomen. Deze maatregel maakte ook deel uit van de ombuigingsopties.
• Financieringslasten
Door onderbesteding op investeringen en hogere opbrengsten van grondverkopen kan het aantrekken van langlopende geldleningen worden uitgesteld. Dit levert met name in de eerste jaren een rentevoordeel op.
• Vrijval investeringen zwembad
In de begroting waren twee investeringen opgenomen voor het verbeteren van de kwaliteit en duurzaamheid van het zwembad. Vanwege de gedeeltelijke sluiting en de verwachtingen voor de toekomst zijn deze investeringen niet langer opportuun. De bijbehorende afschrijvingslasten kunnen daarom vrijvallen.
• Formatie op orde brengen
De eisen die aan de gemeentelijke organisatie worden gesteld blijven toenemen. Wij zijn daarom al langere tijd bezig met het toekomstbestendig maken van onze formatie. Daarbij is het ook van belang om als werkgever voldoende aantrekkelijk te zijn voor de nieuwe generatie. Voor een groot deel wordt de stijging van de formatieve lasten opgevangen door de inzet van ombuigingen.
Het financieel meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid ziet er na actualisatie als volgt uit:
Voor 2026 en 2027 zijn de tekorten niet veel veranderd. In de jaren 2028 en 2029 is de opgave echter fors toegenomen. 2028 is daarmee ongeveer terug op het niveau uit de begroting 2025. In die cijfers was de jaarschijf 2029 nog niet in beeld en namen we aan dat het tekort dan circa € 6 miljoen zou bedragen. Dat lijkt nu € 1,7 miljoen hoger te worden.
Maar, deze cijfers bevatten nog niet de gevolgen van de meicirculaire en evenmin mogelijke ombuigingen.
Rijksfinanciering en de Meicirculaire
De financiering van gemeenten door het Rijk is de afgelopen maanden veel in het nieuws geweest. De VNG heeft namens de gemeenten intensief campagne gevoerd en gelobbyd om het kabinet te bewegen maatregelen te nemen om het ravijn op te lossen en de bekostiging van gemeenten te verbeteren. Dat heeft bijgedragen aan verbetering van het perspectief voor gemeenten, dat via de voorjaarsnota is vertaald in de meicirculaire.
Disbalans taken en middelen
De afgelopen periode is door gemeenten (via de VNG) meer dan ooit aandacht gevraagd voor balans tussen taken en middelen bij gemeenten. Het naderende ravijn confronteert alle gemeenten met hun afhankelijkheid van de financiering door het Rijk.
Gemeenten ontvangen structureel te weinig middelen voor de uitvoering van hun taken. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de Jeugdzorg. Daarover lopen al sinds de decentralisatie in 2015 discussies en worden onderzoeken gedaan. Daar komt bij dat de nieuwe wijze waarop taakmutaties worden berekend tot fouten leidt en de raming van het prijsaccres op basis van het BBP niet correct is.
Niet alleen gemeenten en de VNG geven deze problemen aan, maar ook de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft hier een rapport over geschreven: Afrekenen met disbalans. Die disbalans betreft taken, middelen en bevoegdheden van gemeenten. Het gaat dus niet alléén om voldoende geld.
De ROB constateert dat met name voor de decentralisaties in het sociaal domein gemeenten te weinig geld krijgen en dat het rijk bovendien aanvullende eisen stelt aan de uitvoering. Daardoor hebben gemeenten te weinig beleidsvrijheid om keuzes te maken. Er moet weer balans komen tussen de financiën, de opgaven, de instrumenten en de onderlinge cultuur. 
Voorjaarsnota kabinet
De boodschap van de gemeenten/VNG, de ROB en andere deskundigen is deels geland bij het (toen nog missionaire) kabinet. Want de voorjaarsnota bevat aanzienlijke verbeteringen voor het financiële perspectief van gemeenten in de jaren 2026 en 2027. Voor de jaren erna is dat een stuk minder. De afdronk van de uitkomsten voor gemeenten is dat het ravijn twee jaar is opgeschoven, maar niet minder diep is geworden.
De extra middelen die in de voorjaarsnota zijn opgenomen betreffen vooral compensatie voor de kosten van jeugdzorg, waarvoor het rapport “Groeipijn” van de commissie Van Ark de basis is. Het gaat dan meer concreet om definitieve toevoeging van gereserveerde extra middelen aan het gemeentefonds, compensatie voor tekorten op de jeugdzorg (50%), uitstel van besparingen vanwege de Hervormingsagenda jeugd en demping van de nadelige effecten van de nieuwe financieringssystematiek. Vanaf 2028 is echter sprake van extra kortingen, vooral op de jeugdzorg, met de veronderstelling dat gemeenten die kunnen terugverdienen. Dat laatste is waarschijnlijk maar deels het geval en leidt daarom tot een beperkte stelpost voor het effect van de eigen bijdrage voor jeugdzorg waarvan de invoering in 2028 gepland is.
De VNG ziet de uitkomsten van hun inzet overigens als een tussenresultaat. Verwacht wordt dat er nog aanvullende compensatie komt voor de hoge kosten van jeugdzorg in 2023/2024 (incidenteel) en over andere discussiepunten worden gesprekken later voortgezet.
Overige effecten meicirculaire
De meicirculaire bevat naast de extra middelen op het gebied van jeugd ook bijstelling van de indexeringspercentages op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB en mutatie van de uitkeringsbasis. Bovendien worden voor alle maatstaven de gemeentelijke aantallen geactualiseerd, wat leidt tot verschillen in de te ontvangen uitkering. Het effect op de meerjarige saldi is positief, met name vanwege de doorwerking van de bijgestelde indexering over 2025. Dit betreft de te laag afgegeven index van het CPB, waarvan in de nieuwe systematiek structureel sprake lijkt te zijn.
Uitkomsten meicirculaire
In de tabel zijn de effecten van de meicirculaire voor Krimpen aan den IJssel doorgerekend:
Zowel de reguliere bijstellingen op basis van de systematiek als de extra toevoegingen uit de voorjaarsnota leveren meer voordeel op dan vooraf kon worden ingeschat. Dit heeft geleid tot een wijziging van de uitgangssituatie voor deze kadernota.
Financieel vertrekpunt kadernota 2026
Na verwerking van de meicirculaire is het volgende financieel meerjarenbeeld het vertrekpunt voor deze kadernota.
Ten overvloede: dit is dus het financiële beeld zonder ombuigingen, met uitzondering van het reeds genomen raadsbesluit over jeugdhulp (scherper aan de wind) en het raadsbesluit en de motie over duurzaamheid (inzet CDOKE middelen).
De urgentie en de omvang van de benodigde ombuigingen op korte termijn lijken hiermee drastisch gewijzigd. Dat komt overeen met het ook in de media en door de VNG geschetste beeld dat het ravijn twee jaar opschuift en er dus tijd is om tot afgewogen besluiten te komen.
Maar in de Krimpense meerjarenreeks is er ook sprake van een verlaagde opgave naar het einde van deze meerjarenperiode. Er blijft wel sprake van een grote en oplopende opgave. De verwachting is dat die ook na 2029 nog groeit. Ook omdat, zoals hiervoor al beschreven, er een enorme vervangingsopgave aanstaande is.
Sociaal domein
Terug naar navigatie - - Sociaal domeinZoals hiervoor al gegeven hebben wij een wettelijke taak om individuele hulp te verstrekken aan een drietal specifieke doelgroepen:
• kinderen en jongeren (tot 18 jaar) en hun ouders:
o bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen
• Iedereen die ondersteuning nodig heeft:
o om zelfstandig te blijven wonen en om mee te doen in de samenleving
• Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft
En dat het nadrukkelijk onze bedoeling is om de komende jaren de druk op de (relatief dure) individuele hulp te verminderen. Dat doen we in de eerste plaats vanuit KrimpenWijzer. Een andere belangrijke stap is gezet met de vaststelling van een nieuwe verordening voor jeugdhulp.
KrimpenWijzer
Door scherper toe te zien op de toekenning van maatwerkvoorzieningen en meer in te zetten op het versterken van de eigen kracht van inwoners, geven we verder vorm aan de gewenste omslag in denken en doen binnen het sociaal domein. Hiermee willen we problemen voorkomen en de zelfstandigheid van inwoners behouden.
Om deze verschuiving (naar meer preventie en vroeg-signalering) duurzaam te verankeren, werken we aan een doorontwikkeling van KrimpenWijzer. Daarbij maken we gebruik van het richtinggevend kader “Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening” van de VNG. Hierin staan dertien basiskenmerken waar een goedwerkende toegangsfunctie en lokaal team aan moet voldoen, om te voldoen aan de verschillende landelijke afspraken zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en het GALA.
Als aanvulling hierop werken we ook aan het opstellen van een Nota preventief gezondheidsbeleid en het versterken van de functie cliëntondersteuning.
De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd houdt alleen toezicht op de kwaliteit van de zorg die binnen de Jeugdwet geboden wordt. Voor de Wet maatschappelijke ondersteuning is dit belegd bij de GGD. Beide instanties houden geen toezicht op de rechtmatigheid. Tot op heden maakt deze taak onderdeel uit van onze reguliere rechtmatigheidscontrole.
Wij starten in 2026 met een pilot waarbij op dit onderdeel samengewerkt wordt met Capelle aan den IJssel om het toezicht en handhaving te intensiveren.
Collectieve en preventieve voorzieningen krijgen een centralere rol
Om bovengenoemde opgave mogelijk te maken is ondersteuning vanuit het voorliggende veld noodzakelijk. Collectieve en preventieve voorzieningen krijgen een centralere rol.
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) hebben ons geholpen om diverse initiatieven op het terrein van zorg, welzijn en gezondheid mogelijk (te blijven) maken. Denk hierbij onder andere aan welzijn op recept, aanpak valpreventie en Programma kind naar gezond gewicht.
De rijksoverheid heeft echter aangekondigd een groot aantal specifieke uitkeringen (SPUK) over te hevelen naar de algemene uitkering met een korting van 10%. Alhoewel de afgelopen periode constructief is onderhandeld door de partijen die zijn betrokken bij de zorg, gezondheid en welzijnsakkoorden, ontstaat er door de val van het kabinet wel enige onzekerheid over de wijze waarop de toekomst er uit gaat zien.
Vooralsnog gaan we er in de financiële cijfers nog van uit dat deze budgetten blijven bestaan. In de begroting zullen we hier zo nodig maatregelen op voorstellen.
Voor kinderen en jongeren en hun ouders zal het accent op de volgende speerpunten liggen:
• Beschikbaarheid en aanbod van opvoedondersteuning, opvoedcursussen en trainingen
• Effectieve inzet van de intensieve jongerencoach en jongerenwerk voor de kwetsbare doelgroep
• Preventieve aanpak gericht op de gezondheid van het kind (middelengebruik, obesitas en sport)
• Voor elk kind passend onderwijs of een alternatief ontwikkeltraject
Voor volwassenen en ouderen hebben wij de volgende speerpunten ontwikkeld:
• Valpreventie
• Welzijn op recept
• Opzetten van een ketenaanpak terugdringen overgewicht in de vorm van een Gezonde Leefstijl Gezonde Leefstijl interventie (zowel voor volwassenen als kinderen) en het stimuleren van sport en bewegen
• Het versterken van de mentale veerkracht
• Organiseren van zin- en waardevolle ontmoetingen
En verder treedt op 1 januari 2026 de nieuwe Wet integrale suïcidepreventie in werking als onderdeel van de Wet publieke gezondheid. Deze wet verplicht gemeenten om integraal beleid te voeren op het voorkomen van suïcide. Op dit moment onderzoeken we regionaal hoe we dit kunnen inrichten.
Bestaanszekerheid
De afgelopen jaren is het thema bestaanszekerheid zowel landelijk als lokaal steeds prominenter op de agenda komen te staan. In de begroting 2025 hebben we aangekondigd in 2025 een integrale nota bestaanszekerheid op te stellen. Deze nota moet richting geven aan ons lokale beleid op het gebied van de Participatiewet, het minimabeleid, schuldhulpverlening en Social Return on Investment (SROI).
Bij het opstellen van de nota bouwen we voort op de uitgangspunten van het Visiedocument Sociaal Domein. We nemen daarbij ook actuele ontwikkelingen mee, zoals de invoering van de Participatiewet in Balans en de Toekomstverkenning Promen.
In de eerste helft van 2025 ontvangen we de uitkomsten van een brede evaluatie van het huidige armoede- en schuldenbeleid. Deze resultaten vormen het vertrekpunt voor het uitwerken van scenario’s en het opstellen van mogelijke beleidsvoorstellen in de nota bestaanszekerheid.
Landelijke hervormingsagenda jeugd
De landelijke hervormingsagenda jeugd heeft tot doel om jeugdhulp te verbeteren en de kosten te verlagen. Het Rijk heeft de besparingen die de hervormingsagenda moet gaan opleveren meerjarig ingeboekt. Dankzij de lobby van de VNG heeft het Rijk ingezien dat deze taakstelling te snel en te fors is ingeboekt. In de meicirculaire 2025 is het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda verzacht. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt nu pas in 2028 ingeboekt.
De hervormingsagenda is vertaald in regionale en lokale maatregelen. De effecten van deze maatregelen worden in twee tranches ingevoerd.
Al enige tijd zijn we hard aan het werk om de maatregelen uit de hervormingsagenda lokaal te implementeren. In de begroting 2024 is hiervoor de eerste tranche opgenomen in de vorm van een taakstelling van € 425.000, die ook is gerealiseerd.
In 2026 willen we de tweede tranche invoeren waarbij een aanvullende taakstelling wordt opgenomen als uitvloeisel van het traject ‘Scherper aan de wind’. Dit traject heeft geleid tot aanscherping van het lokale beleid en de gemeentelijke verordening voor jeugdhulp. In 2025 is gestart met de implementatie en toepassing van deze verordening. Effecten zullen met name vanaf 2026 zichtbaar worden.
Die effecten lopen op tot € 300.000 en zijn in de cijfers verwerkt. Onze gemeente loopt hiermee vooruit op de invulling van de aanvullende bezuinigingsopdracht van het Rijk in 2028, doordat we in Krimpen aan den IJssel al eerder effecten zien van de maatregelen voortvloeiend uit de hervormingsagenda.
Leerrecht
De gemeente wil er voor zorgen dat alle kinderen en jongeren – ook zij die tijdelijk of langdurig geen onderwijs volgen – de kans krijgen zich te ontwikkelen. Dit betekent concreet dat we voor elk kind passend onderwijs of een alternatief ontwikkeltraject organiseren, ongeacht de situatie waarin het kind zich bevindt. We nemen hierin het voortouw en wachten niet op landelijke wetgeving (wetsvoorstel Leerrecht).
In plaats daarvan zetten we nu al stappen die werken in de praktijk. In regionaal verband is de Ontwikkelagenda Onderwijs en Ondersteuning 2024-2027 opgesteld. Zo creëren we ruimte om te experimenteren, van elkaar te leren en het systeem rondom onderwijs en zorg te verbeteren. Om deze ambitie waar te maken is wel een investering nodig in de ambtelijke capaciteit bij team leerplicht.
Helder op School is een preventieprogramma binnen het programma Gezonde School. Met het preventieprogramma willen we een integrale aanpak aan leerlingen bieden om hen bewust te maken van de gevolgen van en hen te stimuleren om niet te roken, drinken of drugs te gebruiken en niet teveel te gamen.
Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft
Wij ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Deze uitkering is voor onze gemeente al meerdere jaren ontoereikend. Daarom komen wij al jaren in aanmerking voor de vangnetuitkering.
Voor 2024 hadden wij ons de taak gesteld om de BUIG meer in overeenstemming te brengen met onze uitgaven te ruitvoering van de Participatiewet. In 2024 is dat ook vertaald in een financiële taakstelling.
In de jaarrekening 2024 is toegelicht dat de start van dit traject enige vertraging heeft opgelopen. Ook waren de eerste resultaten nog bescheiden. Om in de begroting 2026 een reële taakstelling op te nemen zal in de tweede helft van 2025 een evaluatie van dit project worden uitgevoerd om op basis de realiteit van de taakstelling te beoordelen. Uitkomsten van deze evaluatie zullen worden verwerkt in de begroting 2026.
Openbare ruimte en vastgoed
Terug naar navigatie - - Openbare ruimte en vastgoedKrimpen aan den IJssel veroudert, verandert en groeit. Om hierop in te spelen moet de gemeente investeren. En investeringen zijn ook nodig om onze gemeente toekomstbestendig te maken.
Investeringen hebben een gebruiksnut dat veel langer is dan één jaar. Met ingang van 1 januari 2017 moeten alle investeringen, die vanaf het begrotingsjaar 2017 of later gereed komen, geactiveerd worden. Zodoende raakt een steeds groter deel van het gemeentelijk vermogen ‘besloten’.
Investeringen in de openbare ruimte hebben een belangrijk maatschappelijk nut. De gemeente heeft hier een wettelijke taak waar – in Nederland – geen ‘markt’ voor is. Denk hierbij aan de aanleg van nieuwe wegen, straten, pleinen, groen en water en het levensduur verlengende onderhoud van dit soort ‘assets’.
De gemeente doet óók investeringen in kapitaalgoederen waarvan de wetgever heeft bepaald dat ze ‘economisch nut’ hebben. Dat gaat niet altijd of niet volledig om de uitvoering van een wettelijke taak. Het betreft investeringen waarvan de gemeente de lasten kan dekken door middel van een heffing (afval, riolering, haven, markt, begraven) of door middel van een tarief (vastgoed). De gemeente moet daarbij de Wet Markt en Overheid in acht nemen.

Openbare ruimte
Op 10 juni hebben wij een informatieve bijeenkomst met uw raad georganiseerd waarin wij inzicht hebben gegeven in onze huidige werkwijze. Sinds 2017 is er binnen het beleidsthema ‘Openbare ruimte en verkeer’ een vast budget beschikbaar. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2025 is het zo’n € 2,1 miljoen groot.
De aanleiding hiervoor was destijds een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Investeringen met maatschappelijk nut (wegen, groen, openbare verlichting e.d.) moesten met ingang van 2017 verplicht worden geactiveerd.
Dit geven wij sinds 2017 vorm door jaarlijks de afschrijvingslasten van de zo geheten herstratings- en rioleringsprojecten met het beschikbare ‘vaste budget’ te verrekenen. Het gaat hier om de projecten waarbij wij de openbare ruimte in een deel van onze gemeente integraal vernieuwen.
In deze projecten doen wij deels investeringen met economisch nut (riolering en klimaatadaptatie) die wij via de rioolheffing bij onze inwoners en ondernemers in rekening brengen. Daarnaast doen wij in deze projecten investeringen met maatschappelijk nut. De afschrijvingslasten van deze investeringen verrekenen wij met het bovengenoemde vaste budget.
Integraal Beheerplan is de basis
Om eind 2016 de consequenties van de wijziging van het BBV in beeld te brengen moesten de onderhoudskosten van de openbare ruimte voor de middellange termijn inzichtelijk zijn. Daarom hebben wij in 2016 voor het eerst een Integraal Beheerplan opgesteld met daarin onder andere een schematische weergave van de planning van de ophogingen van het openbaar gebied in onze gemeente.

Op basis van dit Integraal Beheerplan hebben wij vervolgens besloten om een Reserve (investeringen) maatschappelijk nut in te stellen. Sinds 2021 storten wij jaarlijks het verschil tussen de afschrijvingslasten van de investeringen met maatschappelijk nut en het ‘vaste budget’ in deze reserve.
Vanaf het moment (ergens tussen 2030 en 2035) dat de afschrijvingslasten hoger worden dan het vaste budget, kan een onttrekking uit de reserve plaatsvinden. De verwachting is dat we met deze systematiek nog tot ongeveer 2043 de afschrijvingslasten kunnen dekken.
Uw raad heeft in de motie ‘Duurzame Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte gevraagd om in de Kadernota 2026 een voorstel te doen voor een voorkeursscenario, inclusief de passende kaders.
Wij stellen nog geen wijziging van de huidige systematiek voor
Op de avond van 10 juni hebben we met elkaar stil gestaan bij de vraag hoe en wanneer wij de huidige systematiek kunnen dan wel moeten aanpassen. Alles afwegende stellen wij in deze Kadernota voor om de systematiek op dit moment in de kern niet aan te passen. Meer concreet stellen wij voor:
• We blijven het ‘vaste budget’ op de gebruikelijke wijze indexeren in de periode 2026-2029.
o Vanaf 2030 kunnen we het ‘vaste budget’ met meer dan de gebruikelijke index verhogen, zodat we toegroeien naar een ‘budget’ dat correspondeert met de jaarlijkse afschrijvingslasten.
• We blijven het verschil tussen de afschrijvingslasten van de investeringen met maatschappelijk nut en het ‘vaste budget’ in de periode 2026-2029 in de reserve storten.
o We passen op dit moment geen korting toe op het ‘vaste budget’, zoals eerder wel als suggestie in de lijst van ombuigingsmogelijkheden was opgenomen.
o We doen evenmin een voorstel om een extra storting in de reserve te doen.
Wij hebben daarbij in overweging genomen dat we op dit moment uitvoering geven aan het Beheerplan 2022-2026. In dit Beheerplan, dat wij eind 2021 hebben vastgesteld, hebben wij een geactualiseerd totaalbeeld gegeven van het beleid en de investeringen ten aanzien van de openbare ruimte. Ook hebben we de periode van 2017 tot met 2021 geëvalueerd.
Wij zijn voornemens om volgend jaar de periode tot en met 2026 te evalueren en een nieuw meerjarig Beheerplan vast te stellen. In dit nieuwe Beheerplan willen wij dan zo nodig nog verdere voorstellen voor aanpassing van de huidige systematiek doen.
En zoals bekend actualiseren wij ieder jaar in het najaar de Planning Beheer Openbare Ruimte. Voor de komende 10 jaar geven we dan aan in welke straten we het riool willen vernieuwen en welke straten we willen ophogen en herstraten. Ook het groen en de openbare verlichting maakt onderdeel uit van zo’n ‘integraal project in de openbare ruimte’.
Voor zover mogelijk nemen we ook de vernieuwing van speelplekken en de herinrichting van wegen op basis van de Verkeer- en Vervoervisie in deze projecten mee. Vernieuwing van de (grote) parken, zoals het Moderato- en Middenweteringpark maakt er géén onderdeel van uit.
Op basis van deze voortschrijdende meerjarenplanning stellen wij uw raad dan concreet voor welke (nieuwe) projecten wij in het nieuwe begrotingsjaar in voorbereiding nemen, in uitvoering nemen of afronden. Indien nodig, stellen wij uw raad ook voor om kredieten beschikbaar of bij te stellen.
In het najaar zullen wij hiervoor een voorstel doen, waarbij wij op de volgende vragen zullen ingaan:
• al dan niet afschalen van het aantal projecten van 4 naar 3
• al dan niet aanpassen van afschrijftermijnen
• het al dan niet ten laste brengen van de afschrijvingslasten van investeringen in de openbare ruimte waar tot op heden in de Meerjarenplanning geen rekening is gehouden
Daarbij kan uw raad denken aan:
• Moderatopark : € 1,3 miljoen
• Middenweteringpark : € 1,1 miljoen
• Waalplantsoen e.o. : € 2,9 miljoen
Vooruitlopend op de grootschalige herinrichting van het Waalplantsoen (inclusief de vernieuwing van de riolering), is het waarschijnlijk ook nodig om een aantal tussentijdse maatregelen te treffen. Wij ramen die op dit moment op € 125.250. De grootste kostenpost (in totaal zo’n € 100.000) is het aanbrengen van een tijdelijke asfaltlaag op het grote parkeerterrein (bij DCV) en het deels herstraten van het kleine.
Over de parken hebben wij u recent met een raadsinformatiebrief geïnformeerd.
Andere ontwikkelingen in de openbare ruimte
Naast de ‘duurzame’ uitvoering van de Meerjarenplanning spelen er nog een aantal andere zaken in het beheer van onze openbare ruimte.
Baggeren
Het baggeren van watergangen is wettelijk verplicht voor gemeenten en andere partijen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van waterwegen. Onze doelstelling is om regelmatig een baggerwerk uit te voeren, binnen een cyclische periode van 12 jaar.
Met het baggeren willen wij bereiken dat de doorstroming van het water wordt bevorderd, verstoppingen van duikers voorkomen worden, watergangen niet volledig dichtslibben en een gezonde ecologische balans in het watersysteem behouden blijft.
In de komende jaren zullen watergangen in meerdere wijken moeten worden gebaggerd. Hiervoor wordt per project met het Hoogheemraadschap bekeken in hoeverre samenwerking mogelijk is. Op basis van de waterdieptemetingen is hiervoor eerder de volgende meerjarige planning opgesteld:
• Kortland-Noord in 2024 en 2025
• Kortland-Zuid in 2026
• Lansingh-Zuid in 2028
• Langeland in 2031
Daarna is hele cyclus afgerond.
Voor de verschillende projecten zijn ook de benodigde kredieten in beeld gebracht en deels door uw raad gevoteerd. Daarbij is het van belang dat nog niet voor ieder project alle onderzoeken zijn afgerond. Het ontgraven en afvoeren van baggerspecie inclusief alle voorbereidingskosten kan sterk verschillen. Verspreidbare baggerspecie kan goedkoper worden verwerkt, dan niet verspreidbare (verontreinigde) baggerspecie.
Verder hadden wij eerder nog geen zicht op de mogelijkheden om het voormalig baggerdepot aan de Krimpenerbosweg weer geschikt te maken als baggerdepot. Dit bleek behoorlijk complex te zijn. Daarom hebben wij een advies- en ingenieursbureau gevraagd hiervoor het een en ander te onderzoeken en een notitie te schrijven.
Op basis daarvan hebben wij het voornemen om het voormalig baggerdepot aan de Krimpenerbosweg weer geschikt te maken. Als we geen baggerdepot binnen de gemeentegrenzen hebben, moet de vrijkomende bagger naar elders worden getransporteerd, wat (veel) hogere kosten tot gevolg heeft.
Digitalisering assets en omgevingseffecten
Gemeenten moeten op basis van de Omgevingswet elke 5 jaar een geactualiseerde Basiskaart Geluidsemissie opstellen met als uiterste basisjaar 2026 om trends inzichtelijk te maken om te bepalen of de geluidsontwikkeling binnen de wettelijke norm blijft. Ook vanuit Europose regelgeving is er nog een tweede aanleiding om verkeersdata kwalitatief op orde te brengen. Het gaat om ‘Real Time Traffic Information’, verkeersdata waarmee infrastructuur beter kan worden benut of waarmee weggebruikers tijdig kunnen worden geïnformeerd.
Voor de betrouwbaarheid van de Basiskaart is van belang dat de verkeersdata kwalitatief in orde is. Het is hiervoor noodzakelijk om de verkeersintensiteiten in 2026 in beeld te brengen aan de hand van verkeerstellingen en/of een verkeersmodel.
Meeliften op werk van anderen
In 2026 gaan Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap aan de slag met respectievelijk de Algerabrug en het Project KIJK. In het eerste geval willen wij meeliften met werkzaamheden aan de aanbrug. In het tweede geval willen wij van de gelegenheid gebruik maken om de openbare verlichting langs de IJsseldijk te vernieuwen.
Vastgoed
De beleidsmatige uitgangspunten voor ons vastgoed hebben wij vastgelegd in een tweetal documenten:
• Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, Kinderopvang en Binnensport
• Strategisch Huisvestingsplan
In deze Kadernota willen wij u meenemen in een aantal strategische gedachten.
Onderwijshuisvesting, kinderopvang en binnensport
Allereerst is het goed om te weten dat we in onze gemeente met een forse overcapaciteit te maken hebben. Op basis van de huidige leerlingenaantallen per school(bestuur) is er voor het basisonderwijs sprake van een overschot van 2555 vierkante meter. Voor het voortgezet onderwijs is dat 1100 vierkante meter.
Voor het basisonderwijs zal deze overcapaciteit de komende jaren verminderen door de nieuwbouw van:
• Kompas
• Octaaf
• Mozaïek
Maar wij hebben ook een gedachte ontwikkeld voor de langere termijn. In die gedachte gaan we allereerst uit van de laatste leerlingenprognose die laat zien dat het aantal leerlingen de komende jaren groeit met zo’n 180 leerlingen en dan in 2039 uitkomt op ruim 2800 leerlingen.
De tweede denkstap is de gedachte dat voor een basisschool een omvang van zo’n 300 leerlingen min of meer ideaal is. Dan zijn er voldoende leerlingen om voor elk leerjaar een goed gevulde klas te vormen. Bovendien zijn er nog wat extra groepen om de school wat “vlees op de botten” te geven.
Als we de leerlingenprognose (ruim 2800 leerlingen) en de ideale schoolgrootte (300 leerlingen) met elkaar combineren, zouden we in onze gemeente dus voldoende moeten hebben aan zo’n 9 à 10 scholen. Wij denken dit in de eerstvolgende herijking van het Integraal Huisvestingsplan als volgt te kunnen uitwerken.
• Over 15 jaar zijn er nog 9 schoolgebouwen in Krimpen aan den IJssel
o Met 1 kleine dislocatie om Oud-Krimpen te bedienen
• De opheffingsnorm is de ondergrens
De komende tijd treden we met de schoolbesturen in overleg over dit ‘wensbeeld’.
Overigens is het ook interessant om al eens naar de mogelijke ruimtelijke consequenties te kijken. Uiteindelijk zouden door een ‘scholenschuif’ meerder locaties voor herontwikkeling beschikbaar kunnen komen. Dat geldt in ieder geval voor de Wielerbaan en de Berk.
Ook in het voortgezet onderwijs is op dit moment sprake van (netto) overcapaciteit. Bij het Krimpenerwaardcollege bedraagt die 1350 vierkante meter, terwijl Comenius 250 vierkante meter tekort komt. De leerlingprognose voor het voortgezet onderwijs laat een stabiel aantal leerlingen zien.
Wij zullen de komende tijd met Comenius (en het Krimpenerwaardcollege) in gesprek gaan over hun toekomst. Daarbij betrekken we ook eventuele ontwikkelingen bij het schippersinternaat.
Overig (maatschappelijk) vastgoed
In het Strategisch Huisvestingsplan hebben wij onze totale portefeuille in beeld gebracht:
Per locatie hebben we een ambitie geformuleerd (voortzetten, toekomstafweging of afstoten). Ook hebben we aangegeven welke ingreep of welk groot onderhoud er in de planning staat. De jaren leidend naar groot onderhoud of een ingreep zijn bij uitstek een goed moment om een toekomstafweging te maken.
Voor groot onderhoud reserveren we ook via de systematiek van Onderhoud kapitaalgoederen. Voor andere ingrepen (vervangingsinvesteringen en nieuwbouw) is een afzonderlijk krediet nodig waar dan ook afzonderlijk dekking voor moet worden gevonden.
In financiële zin is van belang dat investeringen in het verleden vaak in één keer zijn afgeschreven (dat mocht toen nog). Dat betekent dat voor zo’n gebouw wél exploitatielasten, maar geen afschrijvingslasten in de begroting zijn opgenomen.
Voor zover er, bijvoorbeeld na een verbouwing, wél afschrijvingslasten in de begroting zaten, is de vrijval daarvan vaak niet beschikbaar gehouden voor een nieuwe investering. Meestal is deze ‘vrijval’ voor ander (nieuw) beleid ingezet.
We moeten daarom in algemene zin onder ogen zien dat het wellicht niet mogelijk is om onze huidige portefeuille op de huidige manier in exploitatie te houden. Naar alle waarschijnlijkheid zullen we tot een aanpassing of verdere aanscherping van ons huidige vastgoedbeleid moeten komen. Daarbij zijn er tenminste vier relevante ‘knoppen’ te onderscheiden.
De eerste vraag is of we geen gebouwen kunnen of moeten afstoten en of gebouwen niet kunnen worden verkleind. Daartoe is het wellicht nodig om andere panden zodanig aan te passen dat er (meer) multifunctioneel gebruik mogelijk is. Sowieso zou dat het uitgangspunt moeten zijn: zoveel mogelijk multifunctioneel gebruik van ons (maatschappelijk) vastgoed en niet meer vastgoed dan strikt genomen ‘noodzakelijk’ is.
Een andere route die we willen verkennen is het verhogen van onze huurinkomsten. Daarmee kan de continuïteit van de maatschappelijke voorziening of activiteit natuurlijk wel onder druk komen te staan.
Voor de gebruikers zou dit immers kunnen betekenen dat ze op zoek moeten naar sponsors of dat ze hun leden of bezoekers meer moeten laten betalen. Wij komen daar in een volgend hoofdstuk op terug.
Tenslotte blijft ook de mogelijkheid bestaan dat wij (meer) algemene middelen blijven inzetten voor de exploitatie van ons vastgoed. Dat lijkt op dit moment overigens minder voor de hand te liggen vanwege de dreigende tekorten.
Al met al hebben wij vier mogelijke scenario’s ontwikkeld. Twee scenario’s zijn erop gericht om een bijdrage te leveren aan de ombuigingen. Twee scenario’s zijn erop gericht om de huidige portefeuille zoveel mogelijk (duurzaam) in stand te houden.
Daarbij is het van belang dat we onderscheid maken in:
• de exploitatie van het eigendom van het vastgoed zelf
• de exploitatie van het gebruik van het vastgoed
Én dat het uitgangspunt van het als gemeente eigenaar (willen) zijn van (maatschappelijk) vastgoed, is dat er anders in Krimpen aan den IJssel onvoldoende (betaalbaar) particulier aanbod van vastgoed is. Met andere woorden, we doen als gemeente pas afstand van ons eigendom (door sloop of verkoop) als er:
1. geen behoefte meer aan is
2. voldoende (betaalbaar) ander aanbod is
3. de gebruiker zelf in staat is of moet worden geacht om als eigenaar op te treden.
In de scenario’s staat de exploitatie van het eigendom van het vastgoed centraal. Wel laten we steeds zien wat de mogelijke consequenties voor het gebruik en de gebruikers kan zijn.
Scenario’s waarmee we de portefeuille (duurzaam) in stand houden
In het scenario ‘Koers houden’ voeren we geen grote wijzigingen in onze huidige strategie door.
• Dat betekent dat we pas op het moment dat een investering zich aandient, de balans opmaken. Kunnen we ons op dat moment in die financiële omstandigheden de investering ‘veroorloven’?
• Het betekent verder dat we niet ‘op voorhand’ voorzieningen of gebouwen gaan sluiten. We houden onze portefeuille zo lang mogelijk in exploitatie.
• Het financiële effect is dat de exploitatie van ons vastgoed geen bijdrage aan de ombuigingsopgave kan leveren.
• Daarnaast levert dit scenario gedurende een lange periode onzekerheid op. Met name voorzieningen waarvoor de komende jaren mogelijke nieuwbouw (bijvoorbeeld zwembad) of een vervangingsinvestering (bijvoorbeeld bij MHCK) verwacht wordt of nodig is, weten niet of de gemeente bereid is om die investering te doen.
• Je zou ook kunnen zeggen dat er op deze manier geen ‘integrale afweging’ kan plaats vinden.
In het scenario ‘Toekomstbestendig begroten’ maken we structureel de financiële ruimte vrij om onze huidige portefeuille duurzaam in stand te houden én duurzaam te vervangen als de situatie daarom vraagt.
• Dat betekent dat we exact (financieel) in beeld gaan brengen wat er nodig is om de portefeuille op orde te brengen en houden en dat wij daarvoor de noodzakelijke financiële ruimte gaan ‘regelen’.
• Meer concreet voorzien wij op korte termijn stevige financiële uitdagingen voor het zwembad, de verplaatsing van de Tuyter naar het ‘Hart van Krimpen’, de terreininrichting bij DCV, de verplaatsing van de Treffers en – op de wat langere termijn – de vernieuwing van De Boog (voorzien in 2039).
• Voor dit scenario is een integrale afweging (voorzieningendiscussie) noodzakelijk.
Scenario’s waarmee ombuigingen zijn te realiseren
Het eerste scenario is ook gebaseerd op ‘koers houden’, maar dan met de opdracht om daar 20% op om te buigen.
• Dat kan alleen als er (pijnlijke) keuzes gemaakt worden die er toe leiden dat:
o het vastgoed (nog) vaker multifunctioneel gebruikt moet worden
o gebruikers een hogere huur moeten betalen
o gebruikers zelf – al dan niet gezamenlijk – verantwoordelijk worden (gemaakt) voor de exploitatie van vastgoed
o de exploitatie van een enkel gebouw wordt beëindigd
• Nadeel van dit scenario is ook hier langdurige onzekerheid over de continuïteit van de exploitatie van een gebouw.
• En het feit dat er geen integrale afweging plaatsvindt. Beslissingen worden pas genomen op het moment dat zich een ‘probleem’ aandient.
Het tweede scenario is weer gericht op het toekomstbestendig maken van onze portefeuille, maar dan eveneens met de opdracht om daar 20% op om te buigen.
• Dat betekent dat we de dekking voor investeringen (ook voor bijvoorbeeld zwembad, ‘Hart van Krimpen’, Treffers en DCV) sowieso binnen de huidige exploitatie van het vastgoed moeten vinden.
• Daarbij is het enerzijds van belang dat een investering in vastgoed die tot hogere kapitaallasten gaat leiden, vaak deels kan worden gedekt door een voordeliger exploitatie van het gebruik van dat vastgoed.
• Maar anderzijds is het de verwachting dat er, nog meer dan in het scenario ‘Koers houden’ met een taakstelling van 20%, pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden:
o om de kapitaallasten van een investering te kunnen dekken moet worden afgezien van de investering in een ander gebouw
o de exploitatie van sommige voorzieningen of gebouwen moet worden beëindigd of sterk worden versoberd
o de huurprijzen moeten (stevig) worden verhoogd
o functies (onderwijs, sport, cultuur en ‘ontmoeten’) moeten worden gebundeld in multifunctionele gebouwen waardoor het gebruik arbeidsintensiever of duurder wordt
• Voor dit scenario is een integrale afweging (voorzieningendiscussie) noodzakelijk.
Zwembad
Uit eerste berekeningen voor het zwembad komen, afhankelijk van de keuze voor het type zwembad, bedragen naar voren met een bandbreedte van €16 tot €24 miljoen.
De kapitaallasten bedragen dan bijna €1,5 miljoen (bij een investering van €24 miljoen). Ten opzichte van de huidige begroting is dat een forse verhoging.
De exploitatielasten van zo'n type zwembad bedragen dan zo’n €200.000. Dat is juist lager dan de huidige exploitatielasten.
• Het zwembad kost op dit moment €371.000.
• Als we Optisport compenseren voor het sluiten van het recreatiebad, wordt dat € 671.000.
• Als het huidige zwembad na 2027 moet worden door geëxploiteerd, houden we voorlopig rekening met een bedrag van tenminste €671.000. De verwachting is dat dit nog hoger kan worden.
Tuyter
Het is onze inzet om eerst Raadhuisplein 4 geschikt te maken als ‘huiskamer van het dorp’ met de bibliotheek als ‘spil’ van een groep van elkaar versterkende gebruikers. Op dit moment werken wij daar een businesscase voor uit.
Wij gaan ervan uit dat wij de lasten voor de vastgoedexploitatie van Raadhuisplein 4 volledig bij de nieuwe gebruikers in rekening kunnen brengen. Vanuit de aanname dat zij niet meer kunnen, maar ook niet hoeven te betalen dan het bedrag dat zij nu voor hun huidige huisvesting betalen.
Voor een nieuw Cultuurhuis, dat wij bij voorkeur ook aan het Raadhuisplein realiseren, kan op basis van een eerdere rapportage worden gedacht aan een bedrag van zo’n € 4.000 per vierkante meter. Dat zou dan een investering van zo’n € 6,6 miljoen betekenen.
Zolang er nog geen nieuw Cultuurhuis is, maar Raadhuisplein 4 wél is herontwikkeld, hebben we te maken met een tijdelijke exploitatie van de Tuyter. Wij laten de kansen en consequenties daarvan op dit moment in beeld brengen.
Zoals eerder toegelicht en toegezegd leggen werken wij toe naar een integraal voorstel waarover na het zomerreces besluitvorming kan plaatsvinden. Naar aanleiding van een agenderingsverzoek kunnen wij uw raad, indien gewenst, nog voor de zomer de stand van zaken toelichten.
Voortgang DCV
Consequentie van onze eerdere besluitvorming over DCV is onder andere de herinrichting van het voetbalcomplex, nadat het nieuwe clubgebouw is gerealiseerd. U kunt daarbij denken aan de herinrichting van veld 2 en de toegang tot de velden 3 en 4. En daarnaast aan investeringen in groen, beschoeiingen, riolering, hekwerk en verlichting. Dat willen wij combineren met de al in de begroting opgenomen investering in veld 2 (kunstgras).
In totaal gaat het om een bedrag dat wij op dit moment ramen op een kleine € 2 miljoen. Dat is zo’n € 1,2 miljoen meer dan voor veld 2 in de begroting is opgenomen. Wij hebben ook hiervoor een raadsvoorstel in voorbereiding.
Voor de volledigheid: dit staat los van de investering die in de openbare ruimte van het Waalplantsoen (waaronder het parkeerterrein) gedaan moet worden.
Financiële consequenties
Gebruikelijk is dat we in de kadernota en de begroting vier jaar vooruit kijken. Bij openbare ruimte en vastgoed kijken we in meerjarenplannen echter veel verder vooruit.
Op basis van die plannen zien we dat vanaf 2030 nog grote investeringen nodig zijn, die leiden tot het oplopen van kapitaallasten. Om een indruk te geven hebben wij doorgerekend dat – met de kennis van nu – in 2030 de netto afschrijvingslasten €800.000(!) hoger zijn dan in 2029.
Daarmee is echter niet alles gezegd. De vervangingsopgave van het maatschappelijk vastgoed is grotendeels nog niet in de cijfers opgenomen. Het strategisch huisvestingsplan biedt daar wel de basis voor. Globaal is in beeld gebracht wat de komende 25 jaar nodig is voor instandhouding van alle maatschappelijke voorzieningen en het toekomstbestendig maken van het benodigde vastgoed. Ook de velden van de buitensportaccommodaties maken daar onderdeel van uit.
En daarnaast zijn er dan nog de forse civieltechnische investeringen die nodig zijn zowel op het DCV-complex zelf als in de openbare ruimte van het Waalplantsoen.

NB: alle bedragen zijn op prijspeil 2025.
De totale vervangingsopgave waarmee meerjarig nog geen rekening is gehouden bedraagt € 56,4 miljoen en genereert een jaarlijkse kapitaallast (afschrijving en rente) van circa € 3,4 miljoen, waarvoor dus structureel begrotingsruimte nodig is.
Het betreft namelijk investeringen waarvoor op dit moment geen kapitaallasten in de begroting zijn opgenomen. Eerdere investeringen zijn namelijk grotendeels rechtstreeks uit reserves gedekt, wat inmiddels niet meer is toegestaan.
Wel mogen afschrijvingslasten uit reserves worden gedekt, zoals wij dat nu al doen voor een aantal buitensportinvesteringen.
Ook zal in een aantal gevallen sprake zijn van voordelen in de exploitatie wanneer nieuw en toekomstbestendig vastgoed wordt gerealiseerd. Het zwembad is daar het duidelijkste voorbeeld van.
Wanneer we het huidige voorzieningenniveau willen handhaven en toekomstbestendig willen maken, ligt er dus een grote financiële opgave. Niet alleen moet ruimte in de begroting worden gevonden, ook voor de financiële positie en de financiële flexibiliteit van de gemeente hebben deze investeringen grote gevolgen.
De komende maanden werken wij verder aan een zo compleet mogelijk financieel inzicht voor de langere termijn. Dat overzicht kan worden gebruikt bij het maken van keuzes over de toekomst van Krimpen aan den IJssel.
Wonen, werken, cultuur en sport: hoe ordenen we daarvoor de ruimte?
Terug naar navigatie - - Wonen, werken, cultuur en sport: hoe ordenen we daarvoor de ruimte?Als we het over wonen, werken en vrije tijd hebben, dan hebben we het primair over verstedelijkingspatronen. Of beter gezegd patronen van menselijk gedrag waar we ruimtelijk rekening mee moeten houden. De verandertijd van dit soort patronen is het meest dynamisch: 10-40 jaar.
De netwerken (alle vormen van zichtbare en onzichtbare infrastructuur) worden aangeduid als de ruimtelijke structuur. De verandertijd hier is 20 tot 80 jaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de openbare ruimte waar we in het vorige hoofdstuk op in zijn gegaan.
De ondergrond (water en bodem) tenslotte wordt wel de ruimtelijke drager genoemd. Het is de laag waar veranderingen zich langzaam voltrekken. De laag waar we beleidsmatig ook de minste invloed op kunnen uitoefenen. Onze ligging aan de rivier, langs dijken en in laag gelegen polders is een gegeven.
Kenmerkend voor deze lagenbenadering is dat er eerst naar de mogelijkheden en beperkingen van de onderliggende lagen moet worden gekeken. Dit heeft invloed op wat er uiteindelijk in de 'hoogste' laag (de ‘occupatielaag’) kan worden gedaan.
Hiervoor hebben we gezien en toegelicht dat een groot deel van onze gemeente zich – zowel op de netwerk- als occupatielaag – aan het eind van een levenscyclus bevindt waarvan de start ongeveer bij de bouw van de Algerabrug is begonnen. Tegelijk biedt de continue cyclus van onze Meerjarenplanning Openbare Ruimte ons iedere keer weer de kans om op de schaal van een buurt of een straat veranderingen door te voeren.
Elke 50 à 60 jaar vervangen wij immers de riolering in een buurt en pakken we tegelijkertijd de hele openbare ruimte aan. En elke 25 à 30 jaar kijken we of zo’n buurt moet worden opgehoogd en er wellicht (kleinere) aanpassingen in de openbare ruimte doorgevoerd kunnen of moeten worden.
Daarom is het ook zo belangrijk dat we een nieuwe visie op onze gemeente ontwikkelen. Die Omgevingsvisie is nodig om de goede beslissingen te nemen over de investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden. En over de middelen die we daarvoor moeten vrijmaken.
En die visie moet goed aansluiten op onze al eerder vastgestelde visie op het sociaal domein waarin we inzetten op een gezond en veerkrachtig Krimpen.
Wonen
Onze visie op wonen is vastgelegd in de Woonvisie. Op basis van die visie herontwikkelen we actief delen van onze gemeente, zoals het centrum, de scheepswerf Van Duijvendijk en voormalige school- en sportlocaties (Hof Driekamp, NOM-wijk, Toepad en omgeving). Ook faciliteren we ontwikkelingen van anderen, zoals De Zellingen en QuaWonen.
De uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, Kinderopvang en Binnensport kan op termijn tot een aantal vrijkomende locaties leiden.
Werken
We streven in onze gemeente naar levendige woon- én werkgebieden. De Stormpolder met aanpalend de bedrijventerreinen De Krom en de Parallelweg springt daarbij natuurlijk het meest in het oog.
We streven naar een toekomstbestendige en efficiënte(re) inrichting van deze terreinen met meer werkgelegenheid en slim en compact ruimtegebruik. Ook geven we aandacht aan de verblijfskwaliteit, met name op belangrijke punten zoals de omgeving van de waterbushalte, het vloedbos, de Industrieweg en Stormpolderdijk.
De Stormpolder heeft een belangrijke regionale functie. Er is relatief veel (maritieme) maakindustrie en een deel daarvan is nadrukkelijk watergebonden. Vooral langs de Nieuwe Maas zijn er goede kadefaciliteiten. Samen met Innovation Quarter onderzoeken we de toekomst van de (maritieme) maakindustrie in de Stormpolder en de rol die bedrijven als IHC en Hollandia daarin kunnen spelen.
Met Stormpolderdijk komt er de komende jaren bovendien weer uitgeefbaar bedrijventerrein beschikbaar. Ook de verandering naar een circulaire en duurzame economie biedt kansen.
Er zijn relatief weinig banen in onze gemeente. Veel mensen moeten reizen voor hun werk, maar vinden dat op zich geen probleem. Wel blijven ze aandacht vragen voor de (auto)bereikbaarheid. De tweede fase van de aanpassing van de Algeracorridor, vooral op Capels grondgebied, moet daarin voorzien.
Voor de IJsseldijk hebben we eerder in een ontwikkelvisie aangegeven dat we hier wonen met (lichte) bedrijvigheid willen mengen. Of dat haalbaar is, zal de komende jaren of misschien wel decennia blijken. De herontwikkeling van de voormalige scheepswerf Van Duijvendijk is in ieder geval in volle gang.
Winkels en horeca
Winkels en horeca zijn niet alleen een belangrijke werkgever, maar ook een belangrijk onderdeel van de voorzieningenstructuur in onze gemeente. Hier kunnen bewoners terecht voor de dagelijkse boodschappen, een afhaalmaaltijd, een avondje uit of om even te winkelen.
Landelijk is er veel dynamiek in de detailhandels- en horecasector. Verschillende ontwikkelingen, zoals de invloed van de corona maatregelen, de groei van online shoppen en de behoefte naar meer bezoekgemak en beleving, leiden tot de vraag welke voorzieningenstructuur in een gemeente haalbaar en gewenst is.
In onze visie op dit deel van onze voorzieningenstructuur hebben wij bepaald dat wij inzetten op drie kernwinkelgebieden: Crimpenhof, Korf en Olm. Samen met de eigenaren en winkeliers in deze gebieden werken wij aan behoud en versterking.
Bijzondere aandacht hebben wij daarbij voor het ‘Hart van Krimpen’ waar de Crimpenhof onderdeel vanuit maakt. Binnen de Crimpenhof is, na enige jaren van teruggang, duidelijk vooruitgang zichtbaar. Nieuwe winkelformules zijn geïntroduceerd en bestaande winkels zijn en worden verplaatst en gemoderniseerd.
Ook is de marketing van de Crimpenhof sterk verbeterd. Er zijn meerdere keren per jaar evenementen. Wij proberen die zoveel mogelijk te integreren in een totaalprogramma voor het ‘Hart van Krimpen’.
Aan het Raadhuisplein is een ‘horecastrip’ ontstaan. Helaas nog niet de gewenste horeca met terrassen, maar de verschillende (afhaal)zaken zorgen wel voor meer dynamiek dan winkels.
Met de marktcommissie zijn wij in gesprek over een verplaatsing van de markt naar het Raadhuisplein. Op dinsdagen is er veel ‘reuring’ waar ook de Crimpenhof en de horeca van profiteren. Dit kan, denken wij, een belangrijke bijdrage leveren aan de verlevendiging van het Raadhuisplein.
Cultuur
Cultuur, erfgoed en evenementen zijn van grote waarde voor ons dorp. Het zorgt voor plezier, stimuleert persoonlijke ontwikkeling en talent én verbindt inwoners met elkaar.
Recent heeft ons college de startnotitie voor een nieuwe cultuurvisie vastgesteld. In de komende maanden denken inwoners, culturele organisaties, verenigingen en ondernemers mee over de koers voor cultuur, erfgoed en evenementen in Krimpen.
Helaas weten niet alle Krimpenaren de weg naar culturele activiteiten te vinden. Soms zijn er drempels. Zoals financiële redenen, afstand of een aanbod dat onvoldoende aansluit bij hun wensen.
Met de nieuwe Cultuurvisie willen wij hier verandering in brengen. Het doel is cultuur die toegankelijk, zichtbaar en dichtbij is voor iedereen. Er is daarbij ook speciale aandacht voor de jeugd.
We willen een sterk cultureel aanbod in Krimpen waar aan iedereen kan meedoen. Een aanbod dat varieert van bibliotheek en cultuureducatie tot evenementen, erfgoed en alle amateurkunstverenigingen.
Dat aanbod speelt ook in ons ‘programma’ voor het ‘Hart van Krimpen’ een belangrijke rol. Ons ultieme wensbeeld, al in 2006 (!) beschreven in de Centrumvisie, is dat het programma dat nu vooral vanuit de Tuyter wordt aangeboden, aan het Raadhuisplein op een vernieuwende manier kan worden vorm gegeven.
Ons staat een hart van Krimpen voor ogen. Mensen kunnen elkaar hier ontmoeten, winkelen, eten en drinken, uitgaan en van cultuur genieten. Het moet een kleinschalige ambiance bieden, met volop mogelijkheden om al wandelend Krimpen te beleven.
Evenementen
In 2026 en 2027 willen wij graag voldoende middelen beschikbaar houden voor het organiseren van evenementen in het ‘Hart van Krimpen’. In 2027 kan daarvoor het budget voor ‘Krimpen 750’ benut worden. Voor 2026 denken we aan een bescheiden incidenteel bedrag van €50.000.
Sport en bewegen
Wij streven naar een sport- en beweegaanbod dat bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. We hebben het daarbij nadrukkelijk over sporten én bewegen. We kiezen er bewust voor om deze termen niet heel strikt te definiëren.
Wat voor de ene Krimpenaar een zware sportieve activiteit is, kan door de ander als rustig worden ervaren. In de praktijk zijn er ook nog tussenvormen, zoals sportief bewegen. Over het algemeen, wordt sport gekenmerkt door een zwaardere intensiteit. Waar de grens per vorm ligt, verschilt echter per persoon.
Het onder de aandacht brengen en laagdrempelig, dichtbij en betaalbaar organiseren van het sport- en beweegaanbod heeft onze prioriteit. Een inclusieve sportsector vormt de basis om sporten en bewegen voor iedere inwoner toegankelijk en (sociaal) veilig te maken. In onze gemeente moet iedereen kunnen sporten, spelen en bewegen. Dit omdat sporten en bewegen goed is voor de mentale en fysieke gezondheid, persoonlijke ontwikkeling, zelfredzaamheid, sociale contacten en leefbaarheid van buurten.
Zo wordt sporten en bewegen net zo normaal en natuurlijk in de dagelijkse routine van alle Krimpenaren als boodschappen doen, eten koken en tanden poetsen.
Zwembad
Op dit moment is ons voorstel in behandeling om Optisport tot einde van het lopende contract in 2027 een aanvullende vergoeding te verstrekken. Ter voorbereiding op de periode daarna stellen wij voor om in 2026 een nieuwe aanbesteding vorm te geven. En verder om vanaf april 2027 rekening te houden met een hogere vergoeding voor het door exploiteren van het zwembad. In de tussentijd brengen wij in beeld in hoeverre een mogelijke investering in een nieuw zwembad (financieel) haalbaar is.
Toekomst van de racketsport
Wij zijn al langere tijd met beide tennisverenigingen in gesprek over de impact van bijvoorbeeld padel op hun toekomst. Inmiddels hebben wij een rapport van de KNTLB ontvangen op basis waarvan wij denken dat uw raad een besluit kan nemen over:
• de aanleg van padelbanen (aan de Krimpenerbosweg);
• investeringen in het tennispark aan de Kerkdreef.
Wij hebben daarvoor raadsvoorstellen in voorbereiding.
Veiligheid en duurzaamheid
Terug naar navigatie - - Veiligheid en duurzaamheidAan de slag met duurzaamheid
Met de Duurzaamheidsagenda 2025-2028 werken we samen aan een klimaatneutraal en gezond Krimpen in 2050. Dat klinkt nog ver weg. Maar als we onze doelen willen bereiken, moeten we nu aan de slag.
Het hoofddoel van de Duurzaamheidsagenda is: Krimpen aan den IJssel klimaatneutraal en toekomstbestendig in 2050. Daarvoor werken we samen aan 6 duurzame thema’s.
Voor elk thema staan in de Duurzaamheidsagenda een aantal doelen die we willen halen. Deze staan in het Ambitiedocument dat uw raad heeft vastgesteld.
Bij alle doelen horen acties, die we uitvoeren om de doelen te halen. Dit actieprogramma stellen we nu op.
Daarbij proberen we ook rekening te houden met uw motie om de eigen gemeentelijke bijdrage aan de duurzaamheidsagenda met het oog op het ‘ravijnjaar’ te beperken. Maar dat brengt ons, en eigenlijk ook uw raad, wel in een lastig parket.
We hebben nu budget voor de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en voedsel, maar – bij integrale uitvoering van de motie – hebben we geen ambtelijke capaciteit om aan deze thema’s te werken. De Rijksmiddelen (CDOKE) mogen namelijk niet voor deze thema’s gebruikt worden.
Het budget dat nu begroot is in de Duurzaamheidsagenda, was bedoeld als ‘out of pocket money’ waarmee onze ambtelijke organisatie aan deze thema’s (onder andere Steenbreek en Voedselfamilie Krimpenerwaard) kan werken. We kunnen dat budget niet inzetten voor de inhuur van capaciteit, omdat er dan geen budget voor deze projecten meer is. Dat betekent dus feitelijk dat we een aantal door uw raad vastgestelde ambities niet kunnen realiseren.
Wij komen daar op een later moment graag bij uw raad op terug.
Veiligheid
Veiligheid is voor ons allemaal belangrijk: inwoners moeten zich veilig voelen. Daarom is het verzekeren van de veiligheid één van de belangrijkste taken van de overheid.
Ook als lokale overheid hebben wij hier een taak. Wij zetten ons in voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving in Krimpen aan den IJssel. Daarbij is het van belang om de ‘veiligheidsparadox’ voor ogen te houden: hoe meer aandacht je aan veiligheid geeft, hoe meer onveiligheidsgevoelens er in de samenleving kunnen ontstaan.
Het gaat nadrukkelijk om een gedeelde verantwoordelijkheid voor veiligheid. Dat betekent dat ook inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en hulpverleningsorganisaties in veiligheid moeten investeren. We zien gelukkig dat deze partijen hier steeds vaker hun verantwoordelijkheid in nemen.
Wij zijn gelukkig al jaren een veilige gemeente en dat willen we graag zo houden. Die ambitie hebben we uitgewerkt in het Integraal Veiligheidsplan 2023-2027. In dit plan zetten we bewust in op integrale veiligheid. Dat betekent volledige veiligheid.
Het nieuwe Integraal veiligheidsplan heeft 3 uitgangspunten die betrekking hebben op 5 veiligheidsthema’s. De uitwerking van deze uitgangspunten is tot stand gekomen dankzij de inbreng van de (regionale) partners tijdens de themasessies. Ook hebben we inbreng gehad van inwoners door het voeren van (individuele) gesprekken op willekeurige locaties in de gemeente.
We hebben eigen initiatieven en we investeren veel in samenwerking. Bijvoorbeeld tussen verschillende organisaties en diensten die de veiligheid en de leefbaarheid willen verbeteren.
Afval, riolering, begraven, markt en haven
Terug naar navigatie - - Afval, riolering, begraven, markt en havenAls gemeente exploiteren we een aantal specifieke voorzieningen die we in beginsel volledig bij de gebruikers in rekening brengen.
Afval
Op 27 oktober 2024 heeft uw raad besloten tot de invoer van een recycletarief voor restafval. Dit volgt op het eerdere besluit om over te stappen op 'omgekeerd inzamelen'. Primair om daarmee toe te werken naar een nieuw, economisch systeem, waarin afval niet meer bestaat. Waarin we grondstoffen niet opmaken, maar steeds opnieuw gebruiken.
Daarnaast is het recycletarief een middel om de kosten voor onze inwoners beheersbaar te houden. Het verwerken van restafval wordt elk jaar duurder. Daardoor stijgt de afvalstoffenheffing voor iedereen. Vooral in 2024 en 2025 is de stijging fors geweest.
Riolering
Op onze inspanningen op het gebied van riolering zijn wij hiervoor in het hoofdstuk ‘openbare ruimte’ ingegaan.
Begraven
De bestaande graspaden op het nieuwe gedeelte van begraafplaats Waalhoven zijn aan vervanging toe. Het wordt steeds lastiger om deze paden jaarrond te kunnen gebruiken. Tijdens begrafenissen, maar ook voor bezoekers van graven geeft dit steeds ongemak. Vervanging door het inzaaien van gras is niet goed mogelijk, omdat de graven dan langere tijd niet bereikbaar zouden zijn en dat is niet gewenst. Daarom willen wij de graspaden vervangen door verharding, zoals ook de afgelopen jaren op het oude gedeelte van begraafplaats Waalhoven is gedaan.
Markt
De weekmarkt draagt in behoorlijke mate bij aan het ‘centrumgevoel’. In samenwerking met de marktkooplieden werken we toe naar verplaatsing van de weekmarkt naar de zijde van het Raadhuisplein; zo mogelijk al in 2025.
Haven
Op basis van de wensen van de schippers zijn in 2023 de wensen geïnventariseerd omtrent de aanpak van de haven. De feitelijke upgrade is in 2024 afgerond. De auto-afzetplaats is onderdeel van het project Stormpolderdijk.
Financiën
Terug naar navigatie - - FinanciënNieuw beleid en intensiveringen
Terug naar navigatie - Financiën - Nieuw beleid en intensiveringenHet naderende ravijn leek geen ruimte over te laten voor vernieuwing of intensivering. Toch hebben we de ambities en noodzaak van wijzigingen in het beleid geïnventariseerd. Stilstand is immers achteruitgang en er zijn nog veel terreinen waarop we als gemeente juist nog meer kunnen en moeten doen.
De extra middelen die we, in ieder geval de komende jaren, vanuit het gemeentefonds tegemoet mogen zien, geven ons de mogelijkheid om toch voorstellen voor nieuw beleid en intensiveringen te doen. Dat leidt deels tot structurele lasten waarmee de opgave in de toekomst weer groeit. Vanwege de onzekerheden en het beperkt inboeken van ombuigingen in deze kadernota, hebben we daar op dit moment nog geen aanvullende dekking voor gezocht.
Ombuigingen
Terug naar navigatie - Financiën - OmbuigingenHoewel wij in een eerder hoofdstuk hebben aangegeven dat de urgentie én de omvang van ombuigingen drastisch is gewijzigd, doen wij uw raad een voorstel voor een aantal financieel-technische aanpassingen en andere ombuigingen die geen of een zeer beperkte impact hebben.
Het afgelopen half jaar hebben wij een inventarisatie uitgevoerd van mogelijke ombuigingen die kunnen bijdragen aan verbetering van de financiële vooruitzichten. Daarbij hebben wij als leidraad gehanteerd:
HOOP HET BESTE, BEREID JE VOOR OP HET ERGSTE
Dat leidde tot een pakket van ruim 100 ombuigingsopties, deels met meerdere varianten (in totaal ruim 200). We hebben de samenleving gevraagd welke ombuigingen voor hen wel en niet acceptabel zouden zijn. Vervolgens is alle opgehaalde informatie met de raadsfracties gedeeld en hebben wij van 6 fracties input terugontvangen. Zowel de reacties uit de samenleving als die van de fracties hebben wij betrokken bij onze afwegingen over de inzet van ombuigingsmogelijkheden.
Omdat door de extra middelen die we van het rijk ontvangen de tekorten in 2026 en 2027 klein zijn, stellen wij uw raad voor om ons te beperken tot het inzetten van financieel-technische aanpassingen en andere ombuigingen die geen of een zeer beperkte impact hebben. 
Over een aantal (inhoudelijke) ombuigingen heeft uw raad al een besluit genomen. De ombuigingen die betrekking hebben op personeelsbudgetten worden ingezet om een groot deel te dekken van de oplopende kosten als gevolg van het toekomstbestendig maken van onze ambtelijke organisatie.
In de toelichtingen op het ombuigingspakket dat begin dit jaar is aangeboden wordt per ombuiging ingegaan op de inhoud en onderbouwing. Elders in deze kadernota vindt u verwijzingen naar de ombuigingen die samenhangen met beleidsinhoudelijke keuzes en ontwikkelingen.
De financiële ruimte die we de komende twee jaar hebben, geeft gelegenheid om tot een zorgvuldig gewogen aanpak te komen voor de vervolgopgave. Daar komen we in het slothoofdstuk nog op terug.
Financieel meerjarenbeeld 2026-2029
Terug naar navigatie - Financiën - Financieel meerjarenbeeld 2026-2029Na actualisatie van de ramingen, verwerking van de meicirculaire en ombuigingen en het opnemen van de effecten van nieuw beleid en intensiveringen is het eindbeeld van deze kadernota als volgt:
In de eerste jaren is sprake van een overschot. Vooralsnog geven wij daar in deze kadernota geen specifieke bestemming aan. Het is ook niet onze intentie om in de begroting extra voorstellen voor nieuw beleid in te brengen.
In het licht van de uitdagingen in de toekomst achten wij het verstandig om te zijner tijd een bestemming aan deze overschotten te geven die bijdraagt aan het op langere termijn op orde brengen en houden van de gemeentelijke financiën.
Financiële positie en risico’s
Terug naar navigatie - Financiën - Financiële positie en risico’sMet de financiële positie van gemeenten bedoelen we het algehele beeld van hoe de gemeente er financieel voor staat. Om dat te beoordelen wordt een vaste set financiële kengetallen gehanteerd, die ook in de begroting en de jaarrekening worden opgenomen (paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing).
In de tabel zijn de kengetallen van de rekeningen 2024 en de begroting 2025 opgenomen. Er is nog geen doorrekening op basis van de cijfers in deze kadernota, maar de tendens van de ontwikkelingen op langere termijn zal niet veel afwijken van dit beeld.
De focus ligt bij het opstellen van de kadernota en de begroting vooral op een (meerjarig) sluitende exploitatie. Als de baten en lasten structureel in evenwicht zijn kan de gemeente de ambities financieel dekken. Zonder iets af te doen aan het belang van een sluitende begroting moet echter ook bekeken worden of en hoe alle geplande uitgaven gefinancierd kunnen worden.
De jaarlijkse inkomsten en uitgaven van de gemeente hebben een ander verloop dan de baten en lasten. We hebben het bij inkomsten en uitgaven namelijk over de geldstromen, terwijl in de begroting van baten en lasten bijvoorbeeld ook afschrijvingen en mutaties in voorzieningen en reserves zijn opgenomen. De geldstromen bevatten naast de betalingen en ontvangsten die in de begroting staan juist ook de betalingen voor investeringen, opbrengsten van grondverkopen, aflossingen op leningen etc.
Van de verplichte financiële kengetallen die in de begroting en de jaarrekening worden opgenomen (paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) geven de netto schuldquote en de solvabiliteit een belangrijke indicatie van de gevolgen die het investeringsprogramma heeft voor de financiële positie.
De omvangrijke investeringsopgaven van Krimpen aan den IJssel kunnen de komende jaren tot een grote financieringsbehoefte leiden. Zelfs als we er rekening mee houden dat het tempo waarin investeringen gerealiseerd worden in het algemeen veel lager ligt dan de planningen, betekent dit een toename van de lasten voor rente en aflossing met miljoenen.
De solvabiliteit en netto schuldquote dreigen zich daarmee tot zeer risicovolle waarden te ontwikkelen. De verplichtingen aan aflossingen en de hoogte van op te nemen kapitaallasten zetten de gemeente financieel klem. Alle wendbaarheid en weerbaarheid verdwijnt. Bovendien betreft het lasten die voor lange tijd de financiële positie van de gemeente zullen domineren. Een gemiddelde lening heeft een looptijd van 25 jaar en afschrijvingen veelal 25-50 jaar.
De vooruitblik naar de langere termijn laat ook zien dat het van belang is om te zoeken naar mogelijkheden om daar grip op te houden. Daarvoor is een financieel kader nodig waarin financiële kengetallen een rol spelen en waarmee sturing mogelijk wordt. De komende maanden werken wij dat kader uit zodat dit kan worden gehanteerd bij het nemen van besluiten over het investeringsprogramma.
Risico’s
Voor deze kadernota is geen actueel risico overzicht opgesteld. De meest recente inventarisatie van risico’s is opgenomen in de jaarstukken 2024. Wel constateren we dat een aantal onzekerheden nadrukkelijk invloed kunnen gaan hebben op de financiële vooruitzichten.
De oorzaak van die onzekerheid ligt vrijwel uitsluitend bij het rijk. Of het nu gaat om de ontwikkeling van de algemene uitkering, de bekostiging van de jeugdzorg of de aangekondigde 10% korting op specifieke uitkeringen, het is allemaal onzeker en maakt het erg ingewikkeld om de financiële context voor de komende jaren scherp te krijgen. De recente val van het kabinet helpt natuurlijk ook niet bij het inschatten van de te verwachten ontwikkelingen.
In ieder geval is onze reservepositie ruim voldoende om tegenvallers (incidenteel) op te kunnen vangen en indien nodig tijd te kopen om de gevolgen structureel in te bedden. Daarbij constateren wij wel dat de algemene reserve de afgelopen tijd een aantal keer is aangesproken, met name vanwege saneringskosten. In relatie tot de toename van risico’s is een aanvulling van de algemene reserve nog niet noodzakelijk, maar wel gewenst.
Bestemming rekeningsaldo 2024
Terug naar navigatie - Financiën - Bestemming rekeningsaldo 2024Het nog te bestemmen resultaat over het jaar 2024 bedraagt € 3,6 miljoen, na bestemming van € 523.000 aan de reserve Opvang en Asiel.

De reservepositie van Krimpen aan den IJssel is goed te noemen. Dat blijkt ook uit de solvabiliteitsratio van 45% en ook uit de ratio weerstandsvermogen van 5,24. Toch zijn er vanwege de uitdagingen en opgaven op langere termijn reserves waar wij graag extra middelen in willen storten.
Daarvan heeft de reserve maatschappelijke voorzieningen het meest behoefte aan een storting. Dit omdat de komende jaren nog veel restantboekwaarden en sloopkosten gedekt moeten worden en tevens de wens bestaat om uit deze reserve kapitaallasten van sportvelden en nieuwbouw te dekken. Het vrij besteedbare saldo van € 2,5 miljoen in deze reserve zal daar naar verwachting niet toereikend voor zijn.
Daarnaast stellen wij voor om de algemene reserve te versterken, vanwege de uitnames die gedaan zijn voor saneringskosten (€ 1,1 miljoen). Dat bedrag kan nu uit het rekeningsaldo 2024 weer worden aangevuld. Het restant van het saldo (€ 2,5 miljoen) kan in de reserve maatschappelijke voorzieningen worden gestort.
Wij verwachten later dit jaar nog een incidenteel voordeel als het rijk de toezegging nakomt dat de gemeenten zelf gedekte extra jeugdkosten over 2023/2024 nog voor 50% worden gecompenseerd. Bovendien wijst alles erop dat ook 2025 en de jaren daarna met een positief resultaat kan worden afgesloten. Wij doen op die momenten voorstellen voor een toekomstgerichte inzet van die middelen.
Tot slot: hoe nu verder?
Terug naar navigatie - - Tot slot: hoe nu verder?Door kortingen van het rijk en een nieuwe financieringssystematiek leek het er in 2024 op dat onze gemeente vanaf 2026 met grote financiële tekorten geconfronteerd zou worden. Daarom heeft er een uitgebreide ambtelijke inventarisatie plaatsgevonden van opties om – op termijn – de begroting sluitend te krijgen.
Daarnaast heeft ons college geprobeerd om een aantal grote opgaven scherper in beeld te brengen. Het gaat daarbij met name om de investeringen die nodig zijn om onze gemeente toekomstbestendig te maken.
Alles afwegende ligt er in deze bestuursperiode 2022-2026, maar vooral ook in de aanstaande periode 2026-2030 een enorme opgave om uitgaven en inkomsten structureel met elkaar in evenwicht te brengen en te houden.
De voorjaarnota van het kabinet en de daarop volgende meicirculaire bieden ons meer tijd om het politieke debat en de besluitvorming daarover voor te bereiden. Graag doen wij uw raad daarvoor een procesvoorstel waarin we een aantal opgaven willen prioriteren.
Meer concreet denken wij dat er nog dit jaar een aantal belangrijke (investerings)beslissingen genomen moeten worden in concrete dossiers zoals het ‘Hart van Krimpen’, De Noord 102, DCV, het zwembad, het Moderato- en het Middenweteringpark, de racketsport en de Treffers.
Daarnaast moeten we een begin maken met het opstellen en bespreken van scenario’s voor het (verder) toekomstbestendig maken van onze vastgoedportefeuille en voorzieningen. En we moeten ons voorbereiden op de – op termijn – tekort schietende dekking voor de investeringen in onze openbare ruimte.
En, aangezien het hier niet alleen om een dekkings- maar ook om een financieringsvraagstuk gaat, moeten we ook een duurzame financiële strategie ontwikkelen.
Hart voor Krimpen, Hart van Krimpen
Al lange tijd hebben we een visie, een droom: “een hart van Krimpen, waarin gewinkeld, gewerkt en gewoond wordt en waar de belangrijkste voorzieningen voorhanden zijn.” Die visie wordt in 2006 in een ‘opdracht’ vertaald: “Ontwikkel een compact centrum rond een centrumplein”.
In de jaren 2013/2016 worden er echter aan aantal beslissingen genomen die in oktober 2015 als volgt in een memo aan de gemeenteraad worden samengevat:
“Consequentie van de besluitvorming over eerst het Raadhuis en nu de Tuyter is dat de Tuyter niet wordt verplaatst naar de omgeving van het (vernieuwde) Raadhuisplein. De Centrumvisie voorzag daar wel in. De Centrumvisie voorzag overigens ook in verplaatsing van de markt.”
Als echter de Rabobank in 2022 definitief Raadhuisplein 4 verlaat, krijgt de eerdere visie toch weer ‘zuurstof’. In juli 2023 neemt ons college het principebesluit om een ‘knip’ te maken tussen een ‘cultureel centrum’ en een ‘ontmoetingscentrum’. Te vestigen in Raadhuisplein 4 en op een nader te bepalen locatie aan het Raadhuisplein.
In 2024 krijgen we bovendien een specifieke uitkering toegekend voor een nieuwe vestiging van de bibliotheek (aan Raadhuisplein 4). En in maart/april 2025 ligt er een uitgewerkt concept op basis van ons principebesluit van juli 2023.
Op dit moment wordt er hard gewerkt aan:
• Een ‘businesscase’ voor Raadhuisplein 4
• Het in beeld brengen van de (tijdelijke) consequenties/kansen voor Tuyter
En in parallelle sporen aan een andere invulling en inrichting van de openbare ruimte op het Raadhuisplein. Mede aan de hand van de artistieke zoektocht van beeldend kunstenaar Edwin Stolk naar de identiteit van Krimpen. Immers: ‘Een hedendaags hart vraagt ook een blik op het verleden’.
Raadhuisplein 4
Onze inzet is gericht op een raadsvoorstel op basis waarvan uw raad in uw vergadering van september 2025 een besluit over Raadhuisplein 4 kan nemen. In de aanloop daar naartoe werken wij graag mee aan het agenderingsverzoek vanuit uw raad.
Consequenties exploitatie Tuyter
Terecht hebben sommige leden van uw raad aandacht gevraagd voor de consequenties die herontwikkeling van Raadhuisplein 4 voor de exploitatie van de Tuyter kan hebben. Wij hebben hier het bureau Synarchis voor ingeschakeld. Nog voor het zomerreces ontvangen wij hun rapportage die vervolgens dus nadrukkelijk betrokken kan worden bij de besluitvorming over Raadhuisplein 4.
Waalplantsoen en Toepad en omgeving
Rondom het voetbalcomplex van DCV aan het Waalplantsoen en in het gebied van het Toepad en omgeving spelen een aantal ontwikkelingen. Deels heeft uw raad daar al eerste uitspraken over gedaan en beslissingen over genomen. Deels moeten daar later dit jaar nog besluiten over genomen worden.
De Noord 102
Zoals aangekondigd doen wij uw raad een voorstel ter behandeling in dezelfde raadsvergadering als deze Kadernota wordt behandeld.
Manege
Zoals uw raad weet, willen wij de manege verwerven en (daarna) beëindigen, om zodoende het voormalige vierde veld van DCV tot ontwikkeling te brengen. De onderhandelingen hierover zijn niet goed voorspelbaar, maar wij verwachten uw raad voor het einde van het jaar een voorstel te kunnen doen.
Voetbalcomplex DCV
Consequentie van onze eerdere besluitvorming over DCV is onder andere de herinrichting van het voetbalcomplex, nadat het nieuwe clubgebouw is gerealiseerd. In totaal gaat het om een bedrag dat wij op dit moment ramen op een kleine €2 miljoen.
Openbare ruimte Waalplantsoen
Wij hebben een herstratings- en rioleringsplan in voorbereiding voor het Waalplantsoen. Vooruitlopend daarop willen wij op het voormalige parkeerterrein van DCV een aantal tussentijdse maatregelen treffen.
Toekomst van het zwembad
Op dit moment is ons voorstel in behandeling om Optisport tot einde van het lopende contract in 2027 een aanvullende vergoeding te verstrekken. Ter voorbereiding op de periode daarna stellen wij voor om in 2026 een nieuwe aanbesteding vorm te geven.
Indien er voor 2027 nog geen nieuw zwembad is, moeten we rekening houden met een verder oplopende vergoeding voor het door exploiteren van het zwembad. Het lijkt daarom verstandig dat uw raad zich nog dit jaar een eerste beeld vormt over nut, noodzaak en financiële consequenties van een nieuw zwembad.
Voorzieningendiscussie
Maar ‘Hart van Krimpen’, zwembad, Waalplantsoen en Toepad en omgeving zijn zeker niet onze enige uitdagingen. Terecht hebben fracties uit uw raad eerder om een voorzieningendiscussie gevraagd.
Meer concreet willen deze fracties graag dat de raad het politieke gesprek voert over de voorzieningen in onze gemeente. Doel van de bespreking is om als raad de juiste en volledige inzichten te krijgen over de voorzieningen. Zodat vervolgens het politieke gesprek kan worden gevoerd over welke gemeente we willen zijn en welke keuzes daarmee gepaard gaan en welke financiële gevolgen dit kan hebben.
Tussen de regels van deze Kadernota door (maar niet alleen tussen de regels) kan uw raad al de nodige inzichten verwerven. Maar wij geven toe dat dit nog niet voldoende is voor het vellen van een oordeel. Gelukkig hoeft dat, door de gewijzigde financiële vooruitzichten, ook niet op stel en sprong.
Toch willen wij in deze Kadernota laten zien hoe dat verder kan worden aangepakt. Een model dat daar mogelijk bij kan worden gebruikt is het Social Profit Canvas | Whise
Want economen kunnen vertellen wat de kosten en baten zijn. En sociologen vertellen hoe belangrijk het is om deel te nemen aan activiteiten in de buurt en zelf een actieve bijdrage te leveren.
Maar kunnen we op basis daarvan bepalen wat de ‘publieke waarde’ van ‘onze’ maatschappelijke organisaties of voorzieningen is? Hoe bepalen we of de – door ons gevraagde – interventie(s) van die organisaties een positieve impact op onze lokale samenleving heeft en wie daar ‘profijt’ van heeft?

In het ‘social profit canvas model’ worden daarvoor op een drietal niveaus vragen geformuleerd, waarbij de interventie centraal staat.

Wat ook zou kunnen is dat wij dit model in de vorm van een pilot met elkaar ‘uit proberen’. Wij zouden deze vragen bijvoorbeeld aan een of meer organisaties kunnen stellen met wie wij voor de nieuwe Cultuurvisie toch al in gesprek zijn of gaan.
Wellicht dat één van die organisaties ook zelf op korte termijn behoefte heeft aan een gedegen inzicht in de ‘publieke waarde’ die zij aan de Krimpense samenleving toevoegen.
Wij horen graag of u zich kan vinden in een dergelijke aanpak. Dan werken wij dat verder uit.
Voordeel van een modelmatige aanpak is in ieder geval dat de publieke waarde van onze maatschappelijke organisaties beter vergelijkbaar wordt. Alhoewel er uiteindelijk altijd een politiek gesprek gevoerd en een politieke keuze gemaakt moet worden.
Ten slotte
Recent hebben wij uw raad de Koers Omgevingsvisie Krimpen aan den IJssel aangeboden. De koers kunt u lezen als een tussenproduct dat tot stand is gekomen naar aanleiding van de eerste participatieronde en een analyse van ons bestaande beleid. In dit document duiden wij de hoofdlijn van de toekomstige omgevingsvisie. En verder lichten wij een aantal belangrijke keuzes en dilemma’s toe.
Na behandeling van de Koers Omgevingsvisie in uw raad gaan wij, met inachtneming van uw suggesties, aan de slag met het opstellen van de Omgevingsvisie. Deze visie bieden wij aan ter vaststelling in uw raadsvergadering van december.
De Omgevingsvisie is vervolgens het strategische kader voor de ontwikkeling van de Krimpense leefomgeving op lange termijn, waarin ambities en doelstellingen voor de toekomst van de gemeente worden vastgelegd. De Omgevingsvisie zal vervolgens in een Omgevingsplan worden uitgewerkt. Daarnaast ligt het voor de hand om voor specifieke thema's of gebieden programma’s vast te stellen.
Wij geven daarbij in overweging om bij het opstellen van die programma’s nadrukkelijk aansluiting te zoeken bij de grote opgaven die wij in deze Kadernota hebben beschreven.
Dat zou tot de volgende globale tijdlijn kunnen leiden.
